Zaak: 2024/CR/4567 – Sanne Doorner
Rechtbank Amsterdam
Zittingsdatum: 14-05-2025
Parketnummer: 13/124387-25
Inzake:
Sanne Doorner
12 juli 1988
Advocaat: mvr. Nordemann
Contra:
Openbaar Ministerie
, Geachte leden van de rechtbank, geachte Officier van Justitie, dank voor het woord.
Punt 1
Het is 6 januari 2025, een dag die begint zoals alle andere dagen voor juwelier de
Gouden Trouwring in Amsterdam. Tot rond het middaguur de rust ineens bruut wordt
verstoord. Drie gemaskerden betreden de juwelierszaak. Geschreeuw vult de ruimte.
Vitrines worden met hevig geweld ingeslagen. Binnen enkele minuten is de zaak
leeggeroofd en verdwijnen de daders spoorloos.
Enkele dagen later wordt mijn cliënte, Sanne Doorner, in verband gebracht met deze
misdaad. Niet omdat zij bij de overval aanwezig was. Niet omdat er direct bewijs
tegen haar is. Maar enkel omdat zij in het bezit bleek te zijn van sieraden die later als
buit werden aangemerkt. Maar maakt dat haar een crimineel?
Vandaag staan we hier om deze vraag te beantwoorden. Is er wettig en overtuigend
bewijs dat mijn cliënte schuldig is aan deze ernstige feiten? In dit pleidooi behandel ik
eerst de schending van het recht op rechtsbijstand. Daarna toon ik aan dat er
onvoldoende bewijs is voor betrokkenheid bij de overval. Tot slot zal ik toelichten
waarom opzetheling en zelfs schuldheling niet bewezen kunnen worden.
Punt 2
De tenlastelegging van het OM ziet primair op diefstal met geweld, al dan niet
vergezeld van bedreiging met geweld, gepleegd in vereniging. 1 Het OM stelt dat mijn
cliënte daadwerkelijk betrokken was bij de overval. Subsidiair wordt mijn cliënte
verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan opzet- dan wel schuldheling. 2 Volgens
het OM wist of had mijn cliënte moeten weten dat de sieraden van een misdrijf
afkomstig waren.
Rechtsbijstand en de gevolgen van een vormverzuim
1
Art. 312 Sr.
2
Art. 416 e.v. Sr.
1