Europees
materieel recht
, Week 1 EU-Burgerschap
Belangrijke Arresten – Kernbeginselen van het EU-recht
Van Gend & Loos (1963): Directe werking – EU-burgers kunnen zich beroepen op EU-recht
voor een nationale rechter.
Costa/ENEL (1964): Voorrang van EU-recht – Bij strijd tussen EU-recht en nationaal recht,
gaat EU-recht voor.
Primaire rechtsbronnen van de EU
Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
Secundaire rechtsbronnen van de EU (Art. 288 VWEU)
Verordeningen: Algemeen bindend, rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten.
Richtlijnen: Bindend qua resultaat voor lidstaten, maar lidstaten kiezen zelf vorm/middelen
(implementatietermijn: termijn om wetgeving te maken op dit terrein).
Besluiten: Bindend voor de specifieke adressaat/adressaten.
Aanbevelingen & Adviezen: Niet-bindend.
EU-burgerschap (Art. 9 VEU & 20 VWEU)
Het EU-burgerschap komt naast het nationale burgerschap.
Je bent EU-burger als je de nationaliteit van een lidstaat bezit.
EU-burgerschap werd geïntroduceerd in het Verdrag van Maastricht.
Doel: het Europese karakter van de Unie versterken.
Rechten verbonden aan EU-burgerschap
Art. 20-24 VWEU:
- Vrij verkeer en verblijf binnen de EU (Art. 21 VWEU)
- Stemrecht en verkiesbaarheid bij Europese en gemeenteraadsverkiezingen (Art. 22 VWEU)
- Diplomatieke en consulaire bescherming aan EU-burgers in derde landen (Art. 23 VWEU)
- Petitie- en klachtrecht en recht op toegang tot documenten (Art. 24 VWEU)
, Artikel 25 VWEU: Verplicht de Commissie om verslag uit te brengen over de toepassing van de
rechten van het EU-burgerschap, en eventueel maatregelen voor te stellen ter versterking van
die rechten.
Verdrag van Maastricht – Belangrijkste vernieuwingen
Oprichting van de EU (drie pijlers structuur): de Europese Gemeenschappen, het
Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB), en de samenwerking op het
gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ).
Invoering van het EU-burgerschap.
Voorbereiding op de Economische en Monetaire Unie (EMU) en invoering van de euro.
Meer bevoegdheden voor het Europees Parlement.
Nieuwe samenwerking op gebied van buitenlands beleid en justitie/binnenlandse zaken.
De Burgerschapsrichtlijn (Richtlijn 2004/38/EG)
1. Rechten voor EU-burgers:
Vrij verkeer en verblijf:
EU-burgers hebben het recht om vrij te reizen en zich te vestigen in een andere lidstaat.
o Verblijf tot 3 maanden: zonder enige aanvullende voorwaarden (art. 6
Personenrichtlijn).
o Verblijf langer dan 3 maanden (voorwaarden):
Economisch actief zijn (werknemer of zelfstandige)
Niet economisch actief (bijvoorbeeld studenten of gepensioneerden): EU-burgers
moeten over voldoende bestaansmiddelen beschikken en een geldige
ziektekostenverzekering hebben.
o Duurzaam verblijf: Na vijf jaar ononderbroken en legaal verblijf in een lidstaat hebben
EU-burgers het recht op duurzaam verblijf. Dit recht is niet afhankelijk van
economische activiteit of middelen.
o Gelijke behandeling: EU-burgers hebben recht op gelijke behandeling in de
gastlidstaat, wat onder meer toegang tot arbeid, onderwijs en sociale voorzieningen
betreft.
2. Rechten voor familieleden van EU-burgers:
Reisrechten: Familieleden van EU-burgers, ook als zij geen EU-burgers zijn, mogen
samen met of naar de EU-burger reizen, mits zij een geldig paspoort en de benodigde
verblijfsdocumenten of visa hebben.
Verblijfsrechten: Familieleden hebben het recht om de EU-burger te vergezellen of zich
bij hem/haar te voegen in de gastlidstaat. Hun verblijfsrecht is afhankelijk van het
verblijfsrecht van de EU-burger.
Andere rechten voor familieleden:
o Gelijke behandeling: Familieleden hebben recht op non-discriminatie op grond van
hun relatie met de EU-burger.
o Economische rechten: Afhankelijk van de situatie kunnen familieleden toegang
krijgen tot werk, zelfstandig ondernemerschap, sociale voorzieningen en onderwijs.
3. Uitzonderingen: Lidstaten kunnen het verblijf van EU-burgers en hun familieleden
weigeren of beëindigen op basis van de volgende redenen:
Openbare orde
Openbare veiligheid
materieel recht
, Week 1 EU-Burgerschap
Belangrijke Arresten – Kernbeginselen van het EU-recht
Van Gend & Loos (1963): Directe werking – EU-burgers kunnen zich beroepen op EU-recht
voor een nationale rechter.
Costa/ENEL (1964): Voorrang van EU-recht – Bij strijd tussen EU-recht en nationaal recht,
gaat EU-recht voor.
Primaire rechtsbronnen van de EU
Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
Secundaire rechtsbronnen van de EU (Art. 288 VWEU)
Verordeningen: Algemeen bindend, rechtstreeks van toepassing in alle lidstaten.
Richtlijnen: Bindend qua resultaat voor lidstaten, maar lidstaten kiezen zelf vorm/middelen
(implementatietermijn: termijn om wetgeving te maken op dit terrein).
Besluiten: Bindend voor de specifieke adressaat/adressaten.
Aanbevelingen & Adviezen: Niet-bindend.
EU-burgerschap (Art. 9 VEU & 20 VWEU)
Het EU-burgerschap komt naast het nationale burgerschap.
Je bent EU-burger als je de nationaliteit van een lidstaat bezit.
EU-burgerschap werd geïntroduceerd in het Verdrag van Maastricht.
Doel: het Europese karakter van de Unie versterken.
Rechten verbonden aan EU-burgerschap
Art. 20-24 VWEU:
- Vrij verkeer en verblijf binnen de EU (Art. 21 VWEU)
- Stemrecht en verkiesbaarheid bij Europese en gemeenteraadsverkiezingen (Art. 22 VWEU)
- Diplomatieke en consulaire bescherming aan EU-burgers in derde landen (Art. 23 VWEU)
- Petitie- en klachtrecht en recht op toegang tot documenten (Art. 24 VWEU)
, Artikel 25 VWEU: Verplicht de Commissie om verslag uit te brengen over de toepassing van de
rechten van het EU-burgerschap, en eventueel maatregelen voor te stellen ter versterking van
die rechten.
Verdrag van Maastricht – Belangrijkste vernieuwingen
Oprichting van de EU (drie pijlers structuur): de Europese Gemeenschappen, het
Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB), en de samenwerking op het
gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ).
Invoering van het EU-burgerschap.
Voorbereiding op de Economische en Monetaire Unie (EMU) en invoering van de euro.
Meer bevoegdheden voor het Europees Parlement.
Nieuwe samenwerking op gebied van buitenlands beleid en justitie/binnenlandse zaken.
De Burgerschapsrichtlijn (Richtlijn 2004/38/EG)
1. Rechten voor EU-burgers:
Vrij verkeer en verblijf:
EU-burgers hebben het recht om vrij te reizen en zich te vestigen in een andere lidstaat.
o Verblijf tot 3 maanden: zonder enige aanvullende voorwaarden (art. 6
Personenrichtlijn).
o Verblijf langer dan 3 maanden (voorwaarden):
Economisch actief zijn (werknemer of zelfstandige)
Niet economisch actief (bijvoorbeeld studenten of gepensioneerden): EU-burgers
moeten over voldoende bestaansmiddelen beschikken en een geldige
ziektekostenverzekering hebben.
o Duurzaam verblijf: Na vijf jaar ononderbroken en legaal verblijf in een lidstaat hebben
EU-burgers het recht op duurzaam verblijf. Dit recht is niet afhankelijk van
economische activiteit of middelen.
o Gelijke behandeling: EU-burgers hebben recht op gelijke behandeling in de
gastlidstaat, wat onder meer toegang tot arbeid, onderwijs en sociale voorzieningen
betreft.
2. Rechten voor familieleden van EU-burgers:
Reisrechten: Familieleden van EU-burgers, ook als zij geen EU-burgers zijn, mogen
samen met of naar de EU-burger reizen, mits zij een geldig paspoort en de benodigde
verblijfsdocumenten of visa hebben.
Verblijfsrechten: Familieleden hebben het recht om de EU-burger te vergezellen of zich
bij hem/haar te voegen in de gastlidstaat. Hun verblijfsrecht is afhankelijk van het
verblijfsrecht van de EU-burger.
Andere rechten voor familieleden:
o Gelijke behandeling: Familieleden hebben recht op non-discriminatie op grond van
hun relatie met de EU-burger.
o Economische rechten: Afhankelijk van de situatie kunnen familieleden toegang
krijgen tot werk, zelfstandig ondernemerschap, sociale voorzieningen en onderwijs.
3. Uitzonderingen: Lidstaten kunnen het verblijf van EU-burgers en hun familieleden
weigeren of beëindigen op basis van de volgende redenen:
Openbare orde
Openbare veiligheid