Voorbereiding
Nog niet gedaan,
kijk maar of HC genoeg is en miss alleen dat wat te snel ging nog even doorlezen in boek.
MECHANISMS OF VIRAL INFECTION AND VIRUS DISSEMINATION
Routes van virus binnenkomst
Mucose opp zijn veel minder goede barriere dan huid.
Entry via the Respiratory Tract
,Bescherming door de mucosa met cillia laag. Kleine partikels kunnen helemaal naar alveoli gaan waar
ze door residente macrofagen daar worden opgegeten. Je hebt natuurlijk ook aangeboren en
adaptieve immuunrespons. En hierbij horen ook specialized lymphoid aggregates that occur
throughout the respiratory tree [eg, nasal-associated lymphoid tissue (NALT) and tonsils, and
bronchusassociated lymphoid tissue (BALT)].
Virussen gaan het vaakst via dit
Virussen gaan epitheelcellen langs respiratiestelsel infecteren, en kunnen of lokaal blijven en
buurcellen infecteren of naar rest van lichaam gaan via lmfye- of bloedvatenstelsel.
Entry via the Gastrointestinal Tract
Enerische virussen komen binnen wanneer host geinfecteerd eten of drinken naar binnen krijgt.
The mucosal lining of the oral cavity and esophagus (and forestomachs of ruminants) is relatively
refractory to viral infection, with the notable exception of that overlying the tonsils, thus enteric viral
infections typically begin within the mucosal epithelium of the stomach and/or intestines.
Bescherming:
• Lage pH maag
• Mucus laag
• Antimicrobiele activiteit: verteringsenzymen (voor sommige virussen helpen de enzymen
alleen maar omdat ze de capside kapotmaken waardoor infectie of zo -> Not only do some
enteric viruses resist inactivation by proteolytic enzymes in the stomach and intestine, their
infectivity is actually increased by such exposure. Thus cleavage of an outer capsid protein by
intestinal proteases enhances the infectivity of rotaviruses)
• Gal (en pancreasuitscheiding)
• Melk als buffer (transmissible gastroenteritis virus (a coronavirus) is protected during
passage through the stomach of young pigs by the buffering action of suckled milk)
• Rol van proteolytische enzymen!
• Aangeboren en adaptieve immuniteit: MALT (M cells, Peyer’s patches): defensins, secretory
antibodies (sIgA). Mucosa-associated lymphoid tissues, MALT, daarin en in mucosa van
gastrointestinale tract zitten B-cellen die de antilichamen produceren.
Virussen infecteren epitheelcellen in lining digestietractus of de M-cellen die zitten in intestinale
lymfoide aggregaten = Peyer's patches.
Entry via skin
Bescherming:
• Fysiologische barriere
• Lage pH
• Vetzuren
• Aangeboren en adaptieve immuniteit -> migrerende dendritische cellen (Langerhans cellen)
in de epidermis
Sommige infecties van de huid, zoals schapenpokken en lympy skin disease, komen niet door lokale
cutane infectie maar door systemische verspreiding via viremie
Vaak via de huid naar binnen door bijten van arthropods zoals muggen en teken.
,Entry via Other Routes
Bv via conjunctiva in oog (bescherming zijn tranen en ooglid die mechanical wiping doet) of venereal
transmission via genitaal tractus (als schade aan geslachtsorganen zoals vagina kan daar virus naar
binnen).
Host Specificity and Tissue Tropism
The capacity of a virus to infect cells selectively in particular organs is referred to as tropism (either
cell or organ tropism), which is dependent on both viral and host factors.
Tropisme hangt af van:
- Op cellulair niveau is tropisme afhankelijk van juiste celreceptoren voor binding door virus
met zn eiwitten. Soms hebben virussen meerdere receptoren/coreceptoren nodig, en soms
zelfs verschillende receptoren voor verschillende celtypes. Als bepaalde receptor alleen in
een bepaald weefsel is dan wil virus daarheen.
De receptoren bepalen dus weefsel- en orgaantropisme van het virus maar ook de
pathogeniciteit want die is afhankelijk van plek van infectie.
- De cellen moeten de binnenkomst van virussen toelaten en er moeten factoren aanwezig zijn
voor virale transcriptie en genoomreplicatie. Bv extracellulaire proteasen nodig voor
sommige virussen om fusie eiwitten de activeren die nodig zijn voor binnengaan is hostcel, of
sommige virussen hebben enhancers die transcriptie van viraal DNA verhogen door de
binding tussen DNA afh RNA-polymerase en promotors te promoten. Enhancers zijn korte
tandem repeated seq waar transcriptiefactoren aan kunnen binden. De enhancers zijn
afhankelijk van host eiwitten dus die moeten wel aanwezig zijn.
Mechanisms of Viral Spread and Infection of Target Organs
Of virale infectie lokaal blijft of gaat verspreiden heeft invloed op verspreiding van virus in populatie,
zie dat plaatje hierboven met die hond en respiratietractus bv.
Voordelen lokale spreiding voor virus:
- Gelimiteerde opties voor immuunsysteem om ertegen te vechten
Nadelen lokaal:
- Virus wil wel genoeg cellen infecteren om ook genoeg shedding te hebben voor verspreiding
in populatie
Multisystemische spreiding voordelen:
- Verspreiding naar meer plekken waarvandaan shedding kan
- Meer opties voor replicatie in hostcellen
Nadelen verspreiding:
- Meer immuunsysteem
- Je moet meer celtypes kunnen infecteren
- Balans tussen cytopathische effecten en wel genoeg levende cellen overhouden voor
verpreiden door lichaam
, Stappen van systemische spreiding van muizenpokken:
1. Binnenkomen in voet
2. Daar lokaal repliceren
3. Daarna ook in lymfeknopen in de buurt
4. Via knopen in bloedstroom = primaire viremie
5. Virus gaat via bloed naar initiele target organen (orgaan tropisme)
6. Virussen uit replicatie in deze organen zorgen voor secundaire viremie
7. Virus komt bij huid en mucosa opp -> shedding!
8. Uiteindelijk krijg je weefselnecrose door de infectie wat leidt tot dood, maar dit is pas nadat
virus erg heeft gerepliceerd en shedding heeft gedaan.
Als virus de initiele target organen bereiken dan vaak de burden voor host begint