1.2 Diversiteit in opvoeden
Algemeen
1e toets in lesweek 5 (17 december) over de stof van hoorcollege 1 t/m 3 van
pedagogiek en sociologie
10 meerkeuzenvragen pedagogiek & 10 meerkeuzevragen sociologie
2e toets in lesweek 9 of 10 (31 januari) over de stof van hoorcollege 1 tot 7
25 meerkeuzevragen pedagogiek & 25 meerkeuzevragen sociologie
Participatieplicht bij de werkcolleges
Hoorcollege 1: De diverse samenleving- geschiedenis, superdiversiteit en
kruispuntdenken
Wat verstaan we onder diversiteit?
Diversiteit gaat over verschillen tussen mensen:
- Etniciteit: welke culturele achtergrond heb je?
- Sociale klasse: maatschappelijk-economische conditie
- Levensfase: leeftijd
- Talent/Handicap: waar ben je goed of slecht in, heb je beperkingen?
- Religie:
- Sekse/Gender: biologische geslachtskenmerken, je rol in de maatschappij en
hoe identificeer je je?
- Seksuele oriëntatie: ben je heteroseksueel, homoseksueel of biseksueel etc.?
- Socialisatie: hoe ontwikkel je je binnen de samenleving tot wie je nu bent?
Superdiversiteit
Kwantitatieve transitie (interculturele verschillen) Migranten hebben vaak de
voorkeur om zich te vestigen in de stad i.p.v. het platteland en (jong) migranten
planten zich voort.
Kwalitatieve transitie (intrarculturele verschillen) Binnen die groepen zelf zijn de
verschillen ook toegenomen.
Maar is deze diversiteit een vloek of een zegen?
Pedagogiek en diversiteit:
Dillema’s
- Sinterklaas dilemma
, - Kerst (Nederland van oorsprong een Christelijk land)
- Seksuele ontwikkeling van kinderen (lentekriebels)
- Genderneutraal speelgoed
- Transgenderwet (geen man/vrouw en leeftijd)
Internationaal Verdrag voor de Rechten van het kind
Artikel 2: discriminatie van kinderen is uit den boze: ‘Van welke aard ook, ongeacht
ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale,
etnische of maatschappelijke afkomst, …
Artikel 8: “Het recht van het kind zijn of haar identiteit te behouden.”
Artikel 14; “het recht van het kind op vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst,
onderworpen aan de passende leiding van de ouders en nationale wetten.”
Artikel 20: Gaat over opvoeding buiten het gezin; “bij het overwegen van oplossingen
wordt op passende wijze rekening gehouden met de wenselijkheid van continuïteit in
de opvoeding van het kind en met de etnische, godsdienstige en culturele
achtergrond van het kind en met zijn of haar achtergrond wat betreft de taal.”
Om hier professioneel in te kunnen handelen moet je je eigen positie een beetje
tussen haakjes of achterwegen laten.
Casus
https://www.youtube.com/watch?v=GLEfUu5lbYs
In dit filmpje zie je een experiment met dertig kinderen waarin hen een zwart en witte
pop en afbeeldingen gegeven worden.
Theoriegeladenheid van de waarneming: de werkelijkheid bestaat niet maar iedereen
maakt zijn eigen beeld
Kan je objectief waarnemen? Nee.
Het beeld dat we krijgen komt voort uit verhalen die we horen. Vooroordelen worden
zo doorgegeven. Kinderen pakken deze beelden en verhalen ook op
Wat te doen om de ander transparant op te pakken:
, - Meervoudig kijken: verschillende brillen/kijken op situaties, jouw perspectief is
niet per se hoe een ander ernaar kijkt. Probeer dus meerdere kanten te
bekijken.
- Wees je bewust van je eigen referentiekader
Algemeen
1e toets in lesweek 5 (17 december) over de stof van hoorcollege 1 t/m 3 van
pedagogiek en sociologie
10 meerkeuzenvragen pedagogiek & 10 meerkeuzevragen sociologie
2e toets in lesweek 9 of 10 (31 januari) over de stof van hoorcollege 1 tot 7
25 meerkeuzevragen pedagogiek & 25 meerkeuzevragen sociologie
Participatieplicht bij de werkcolleges
Hoorcollege 1: De diverse samenleving- geschiedenis, superdiversiteit en
kruispuntdenken
Wat verstaan we onder diversiteit?
Diversiteit gaat over verschillen tussen mensen:
- Etniciteit: welke culturele achtergrond heb je?
- Sociale klasse: maatschappelijk-economische conditie
- Levensfase: leeftijd
- Talent/Handicap: waar ben je goed of slecht in, heb je beperkingen?
- Religie:
- Sekse/Gender: biologische geslachtskenmerken, je rol in de maatschappij en
hoe identificeer je je?
- Seksuele oriëntatie: ben je heteroseksueel, homoseksueel of biseksueel etc.?
- Socialisatie: hoe ontwikkel je je binnen de samenleving tot wie je nu bent?
Superdiversiteit
Kwantitatieve transitie (interculturele verschillen) Migranten hebben vaak de
voorkeur om zich te vestigen in de stad i.p.v. het platteland en (jong) migranten
planten zich voort.
Kwalitatieve transitie (intrarculturele verschillen) Binnen die groepen zelf zijn de
verschillen ook toegenomen.
Maar is deze diversiteit een vloek of een zegen?
Pedagogiek en diversiteit:
Dillema’s
- Sinterklaas dilemma
, - Kerst (Nederland van oorsprong een Christelijk land)
- Seksuele ontwikkeling van kinderen (lentekriebels)
- Genderneutraal speelgoed
- Transgenderwet (geen man/vrouw en leeftijd)
Internationaal Verdrag voor de Rechten van het kind
Artikel 2: discriminatie van kinderen is uit den boze: ‘Van welke aard ook, ongeacht
ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale,
etnische of maatschappelijke afkomst, …
Artikel 8: “Het recht van het kind zijn of haar identiteit te behouden.”
Artikel 14; “het recht van het kind op vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst,
onderworpen aan de passende leiding van de ouders en nationale wetten.”
Artikel 20: Gaat over opvoeding buiten het gezin; “bij het overwegen van oplossingen
wordt op passende wijze rekening gehouden met de wenselijkheid van continuïteit in
de opvoeding van het kind en met de etnische, godsdienstige en culturele
achtergrond van het kind en met zijn of haar achtergrond wat betreft de taal.”
Om hier professioneel in te kunnen handelen moet je je eigen positie een beetje
tussen haakjes of achterwegen laten.
Casus
https://www.youtube.com/watch?v=GLEfUu5lbYs
In dit filmpje zie je een experiment met dertig kinderen waarin hen een zwart en witte
pop en afbeeldingen gegeven worden.
Theoriegeladenheid van de waarneming: de werkelijkheid bestaat niet maar iedereen
maakt zijn eigen beeld
Kan je objectief waarnemen? Nee.
Het beeld dat we krijgen komt voort uit verhalen die we horen. Vooroordelen worden
zo doorgegeven. Kinderen pakken deze beelden en verhalen ook op
Wat te doen om de ander transparant op te pakken:
, - Meervoudig kijken: verschillende brillen/kijken op situaties, jouw perspectief is
niet per se hoe een ander ernaar kijkt. Probeer dus meerdere kanten te
bekijken.
- Wees je bewust van je eigen referentiekader