Arbeidsrecht
Week 1
HR Hajziani/Van Woerden
Onderwerp
Wat is de ‘wil’ van de werknemer/ plicht werkgever
Feiten
Van Woerden heeft aan Hajziani (een buitenlandse werknemer) een verklaring die tevens een
afrekening bevat ter tekening voorgelegd. Het doel hiervan was om tot een beëindiging van de
arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te komen. Hajziani acht zich niet gebonden aan de
verklaring aangezien hij het doel van deze verklaring niet heeft begrepen.
Rechtsvraag
Hoe ver gaat de onderzoeksplicht van de werkgever bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst met
wederzijds goedvinden?
Overweging
“3.4 (…)voor de vraag of door de ondertekening door Hajziani van de verklaring van 11 juli 1979 een
beeindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden tot stand was gekomen,
beslissend geacht of Van Woerden uit de ondertekening van de afrekening onder die verklaring niet
zou hebben kunnen afleiden dat Hajziani niet akkoord ging met de afrekening als eindafrekening (en
dus ook met beeindiging van de arbeidsovereenkomst). Daarmee heeft de Rb. echter een onjuist
criterium aangelegd. Wanneer, zoals hier, een werkgever aan een buitenlandse werknemer een
verklaring die tevens een afrekening bevat, ter tekening voorlegt met het doel aldus tot beeindiging
van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te geraken, dan is het, wil hij de werknemer
aan een zodanige beeindiging kunnen houden, niet voldoende dat hij uit de bereidheid van de
werknemer tot het plaatsen van zijn handtekening onder de afrekening in de gegeven
omstandigheden niet heeft kunnen afleiden dat deze niet akkoord ging met beeindiging. De werkgever
zal er zich met redelijke zorgvuldigheid van moeten vergewissen, of de werknemer heeft begrepen dat
zijn instemming met de beeindiging van de arbeidsovereenkomst wordt gevraagd. (…)”
Rechtsregel
Indien een werkgever over wil gaan tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds
goedvinden met een buitenlandse werknemer door het voorleggen van een verklaring die tevens een
afrekening bevat, dan is het niet voldoende dat hij uit de bereidheid van de werknemer tot het plaatsen
van zijn handtekening onder de afrekening niet heeft kunnen afleiden dat hij niet akkoord ging met de
beëindiging. Werkgever zal zich er met redelijke zorgvuldigheid van moeten vergewissen of de
werknemer wel heeft begrepen dat er naar zijn instemming voor een beëindiging met wederzijds
goedvinden werd gevraagd. In dergelijke gevallen moet goed gekeken worden naar de
omstandigheden van het geval; in dit arrest had het feit dat het ging om een buitenlandse werknemer
bijvoorbeeld veel invloed.
Samenvatting:
De werkgever moet op het volgende letten:
1. duidelijke en ondubbelzinnig wil gericht op de beëindiging
2. informatie- en onderzoekplicht werkgever
HR Westhoff/Spronsen
Onderwerp
Wat is de ‘wil’ van de werknemer/ plicht werkgever