, 1. Observatie, introductie, hypothese
Koninklijke X (hierna te noemen X) is een landelijke organisatie voor onderwijs en zorg aan mensen
die doof, slechthorend of doofblind zijn of een taalontwikkelingsstoornis hebben. X wil als high
performance organization snel en wendbaar inspelen op de klantvraag. De Raad van Bestuur (RvB)
vindt de samenwerking tussen onderwijs en zorg belangrijk en streeft naar gedeeld
(onderwijskundig) leiderschap. De RvB vraagt haar leidinggevenden om de randvoorwaarden voor
gedeeld (onderwijskundig) leiderschap, samenwerking en kennisuitwisseling tussen teams te
realiseren en te optimaliseren. Die vraag geldt ook voor mij als x op een van de X scholen voor
speciaal onderwijs.
De afgelopen jaren heb ik de term ‘leidinggevende functie’ met een flinke dosis ervaring kunnen
vullen. Die ervaring leert dat de hiërarchische positie van een formeel leidinggevende vaak
ongevraagd afstand creëert in de samenwerking. Dat leid ertoe dat ik er de laatste tijd voor kies om
meer samen met teamleden te werken aan onderwijskundige processen. Dit vanuit de gedachte dat
gezamenlijk verantwoordelijk zijn krachtig werkt. Deze samenwerkingservaringen wekken mijn
interesse voor gedeeld (onderwijskundig) leiderschap.
Gedeeld leiderschap wordt in dit essay gezien als:
Een dynamisch, interactief proces tussen leiders en volgers, die de (schoolse)
situatie beïnvloeden en elkaar vanuit eigen leiderschap, kwaliteit en
verantwoordelijkheid leiden naar het succesvol volbrengen van organisatiedoelen.
Vrij naar De Koning (2011), Hulsbos, Andersen, Kessels en Wassink (2012) en Stubbe (2013).
1.1 Observatie
In het overleg van vorige week spreek ik de staf van de school. De staf verzorgt inhoudelijke en
organisatorische beleidsvoorbereiding en werkt via gedeeld leiderschap aan (een deel van) de
schoolontwikkeling, zoals onderwijskwaliteit en opbrengstgericht werken. De motivatie en het
aanstekelijk werkgedrag van de stafleden hebben een positief effect op de motivatie van leraren in
de school. Ik vraag de stafleden wat maakt dat zij zo gemotiveerd zijn voor deze processen. Enkele
uitspraken: “In zijn eentje krijgt niemand ooit zoveel voor elkaar als wij samen.” “Met onze
expertise kunnen we er samen voor zorgen dat er hoogwaardig onderwijs gegeven wordt.” “Ik wil
samen met collega’s bijdragen aan het realiseren van de schoolplan doelen.”
En “Wij kunnen een aantal processen beter vormgeven dan een x in zijn eentje en we weten precies
wie we in onze school kunnen benaderen voor een specifieke taak of vraag.” Ik vraag aan de
stafleden of hun motivatie anders is dan vroeger? De antwoorden zijn bevestigend. “Vroeger zag ik
het verband niet tussen de losse taken die we door de x toebedeeld kregen. Ik begrijp nu beter hoe
alles samenhangt. Dat maakt me gemotiveerder om het werk tot een goed einde te brengen”. “Nu
ik met collega’s uit andere functies verantwoordelijkheid kan nemen, ben ik me bewuster geworden
van het effect van de schoolontwikkeling op ieders werk. Die bredere kijk motiveert me veel meer
dan het uitvoeren van een op zichzelf staande opdracht van de x.”