Samenvatting Geschiedenis
* H1 Tijd van Jagers en boeren (-3000 v. Chr.)
homo erectus voorouder. Grote herseninhoud, verschil. Om te overleven jagen en
verzamelen. 10.000 jaar geleden pas overgang op landbouw. Jagen en verzamelen vaak
kleine nomadische groepen.
Beeld van oudheid door fossielen, leefden waarschijnlijk van noten, zaden en planten en
beetje vlees.
Beeld jagers/verzamelaars constant vechten tegen honger klopt niet! Leven leek primitief,
weinig bezittingen door nomadisch leven. Veel ceremoniële momenten. Geen voorraden.
Levensritme aangepast per seizoen. Wisten wat eetbaar was en wat welk seizoen groeide.
einde laatste ijstijd Europa toendragebied. Bevroren gras etc. Grote dieren. Bewoners
rendierjagers vanuit zuiden. Grondstoffen. Wapens waren van vuursteen, ivoor en
rendiergewei.
Veel dieren verdwenen door klimaatverandering en jacht. Rendiervlees voornaamste
voedsel. Ook pelsdieren, poolvossen, vissen en vogels
Veel voedselbronnen aan het einde van het seizoen uitgeput. Groep mensen achter
rendieren aan. Vervoer huisraad probleem. Daarom veel potten etc. teruggevonden omdat
deze niet mee konden. Enige vervoermiddel was slee.
Jagers leefden niet zo land door weer, infecties, weinig hygiëne, geen medicijnen, risico’s bij
geboorte, jacht gevaren.
Makkelijke gereedschappen. Belangrijkste vuursteen voor pijlpunten, bijlen etc. Huid van
gevangen wild voor kleding, tenten. Geen permanente woningen.
Klimaatverandering 12000 jaar geleden. Toendra werd struiken en naaldbomen.
Temperatuur steeg, meer neerslag. Zeespiegel steeg. 10.000 jaar geleden begin agrarische
samenleving. Gingen voedsel oogsten. Flinke voorraad in kuilen voor niet-vruchtbare
perioden. Permanente huizen . Groepen groter en kwam taakverdeling. Steeds meer
bezittingen.
Bandkeramiekers (5300 v. Chr.) 7000 jaar geleden eerste boeren in NL. Agrarische
samenleving ontstond. Eerste boeren vlak gebied en vruchtbaar gebied. Hout belangrijk voor
huizen. Huizen evenwijdig. Vaak in 1 huis meer gezinnen en generaties. Graansoorten:
gerst, eenkoorn, emmer. Ook dieren als voedsel. Naast landbouw ook vruchten. Hele jaar
door gejaagd en gevist (vooral winter en voorjaar). Volk maakte karakteristiek aardewerk
versierd met patronen in banden van een pot. Giften in graven als bewijs voor geloof in het
hiernamaals. Dode in nieuwe leven zelfde positie. 30.000 jaar geleden rotstekeningen. Vaak
dieren afgebeeld.
Hunebedbouwers (3500 v. Chr) (Trechterbekervolk). Alleen hunebedden overgebleven.
Vernoemt naar achtergelaten aardewerk. Doden begraven hunebed met
gebruiksvoorwerpen. Ingang zuid en gebouwd oost-west. Gebroken vuursteen en
houtskoolvlekken bij hunebedden offerplaatsen.
Bronstijd (1700 v. Chr. – 700 n. Chr.) In latere graven ook koper gevonden. Koper + tin =
brons en goed voor gereedschap. In NL geen koper en tin dus handelsproducten
, Ijzertijd. 700 v. Chr. ijzer moeilijk te bewerken want was heel hard. Stevig en duurzaam. Wel
in NL. Weinig restanten door snelle oxidatie. Veel gereedschap en wapens verbeterd door
ijzer. Veel bos gekapt want houtskool nodig voor maken van ijzer. Veel zandverstuiving en
onvruchtbare gebieden.
Velen trokken hierdoor naar noorden en bouwden boerderijen. Zo geen last van zee omdat
ze bouwden op terpen.
Kelten – boeren
Friezen – vee
Handel intensiever. Zout belangrijk voor handel. Gewonnen bij zee. Belangrijk conserveren.
* H2 Tijd van Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. – 500 n. Chr.)
Cultuur = klassieke oudheid. Athene bloeiperiode. Sparta machtig. Ondergang West-
Romeinse rijk in 476. Oosten bleef bestaan. Constantinopel (Istanbul) centrum. Limes =
grenzen romeinse rijk.
De Griekse stadstaten paleis. Bewoners verdedigde bij bedreiging van aanval. Gezag bij
adel. 2 bekendste: Athene en Sparta.
Sparta = voortdurende aanvoer levensmiddelen van Peloponnesus Spartanen baas.
Bezig van Spartanen en veel opbrengsten afstaan. Veel Spartanen hoefde dus niet op het
land te werken. Leger opgericht. Sparta sterk. Spartaanse burgers/ soldaten noemden zich
‘gelijken’ in recht en plicht. Bestuurd door raad van ouder adellijke mannen en 2 koningen.
Volwassenen stemmen over voorstellen. Macht bij raad. Sparta enige met koningen in GR.
Athene = Groot. Eerste monarchie toen adellijke raad. Solon nieuwe systeem. 4
vermogensgroepen. Politieke functies verdeeld. Volksvergadering (demos) optreden bij
vonnissen van adellijke bestuurders. Ambtenaren specifieke taken. oom eenheidsmacht te
voorkomen elk jaar vaste datum, mensen mochten stemmen of Athener verbannen zou
worden.
Griekenland verdeeld maar ook hetzelfde: taal, de Spelen, literatuur, goden, verstedelijking.
Veel goden ideale mensen maar maakte ook fouten. Soort soap.
Orakels = goden vragen om hulp. tempel gebouwd. Heilige plek in bron gereinigd en offer
gebracht. Priesters vormden antwoord op vragen van mensen.
Veel tempels. Religie belangrijk. Versierd, groot. Ook politiek trots en burgerlijke macht.
Panthenon – Naam verwijst naar het beeld dat erin staat. Tempel aan Pallas Athene.
Versierd met beelden.
Olympische Spelen. Eerste 776 v. Chr. In Olympia. Oorlogen onderbroken. Toen Griekse
cultuur verspreide ook daar over sportevenementen. Winnaars kregen geld, belasting
vrijstelling, pensioen + dagelijkse extra’s.
Sporten:
- Hardlopen: eerste verschillende afstanden. Vaak naakt. Geen vrouwen
- Paardensport: verschillende vormen. Ruiten won niet maar eigenaar van paard.
- Worstelen, boxen, pankration: contactsporten. In amfitheater. Pankration = boxen +
worstelen.
- werpnummers: speerwerpen, discuswerpen
- 5kamp: discus, speer, verspringen, hardlopen en worstelen hoogtepunt
* H1 Tijd van Jagers en boeren (-3000 v. Chr.)
homo erectus voorouder. Grote herseninhoud, verschil. Om te overleven jagen en
verzamelen. 10.000 jaar geleden pas overgang op landbouw. Jagen en verzamelen vaak
kleine nomadische groepen.
Beeld van oudheid door fossielen, leefden waarschijnlijk van noten, zaden en planten en
beetje vlees.
Beeld jagers/verzamelaars constant vechten tegen honger klopt niet! Leven leek primitief,
weinig bezittingen door nomadisch leven. Veel ceremoniële momenten. Geen voorraden.
Levensritme aangepast per seizoen. Wisten wat eetbaar was en wat welk seizoen groeide.
einde laatste ijstijd Europa toendragebied. Bevroren gras etc. Grote dieren. Bewoners
rendierjagers vanuit zuiden. Grondstoffen. Wapens waren van vuursteen, ivoor en
rendiergewei.
Veel dieren verdwenen door klimaatverandering en jacht. Rendiervlees voornaamste
voedsel. Ook pelsdieren, poolvossen, vissen en vogels
Veel voedselbronnen aan het einde van het seizoen uitgeput. Groep mensen achter
rendieren aan. Vervoer huisraad probleem. Daarom veel potten etc. teruggevonden omdat
deze niet mee konden. Enige vervoermiddel was slee.
Jagers leefden niet zo land door weer, infecties, weinig hygiëne, geen medicijnen, risico’s bij
geboorte, jacht gevaren.
Makkelijke gereedschappen. Belangrijkste vuursteen voor pijlpunten, bijlen etc. Huid van
gevangen wild voor kleding, tenten. Geen permanente woningen.
Klimaatverandering 12000 jaar geleden. Toendra werd struiken en naaldbomen.
Temperatuur steeg, meer neerslag. Zeespiegel steeg. 10.000 jaar geleden begin agrarische
samenleving. Gingen voedsel oogsten. Flinke voorraad in kuilen voor niet-vruchtbare
perioden. Permanente huizen . Groepen groter en kwam taakverdeling. Steeds meer
bezittingen.
Bandkeramiekers (5300 v. Chr.) 7000 jaar geleden eerste boeren in NL. Agrarische
samenleving ontstond. Eerste boeren vlak gebied en vruchtbaar gebied. Hout belangrijk voor
huizen. Huizen evenwijdig. Vaak in 1 huis meer gezinnen en generaties. Graansoorten:
gerst, eenkoorn, emmer. Ook dieren als voedsel. Naast landbouw ook vruchten. Hele jaar
door gejaagd en gevist (vooral winter en voorjaar). Volk maakte karakteristiek aardewerk
versierd met patronen in banden van een pot. Giften in graven als bewijs voor geloof in het
hiernamaals. Dode in nieuwe leven zelfde positie. 30.000 jaar geleden rotstekeningen. Vaak
dieren afgebeeld.
Hunebedbouwers (3500 v. Chr) (Trechterbekervolk). Alleen hunebedden overgebleven.
Vernoemt naar achtergelaten aardewerk. Doden begraven hunebed met
gebruiksvoorwerpen. Ingang zuid en gebouwd oost-west. Gebroken vuursteen en
houtskoolvlekken bij hunebedden offerplaatsen.
Bronstijd (1700 v. Chr. – 700 n. Chr.) In latere graven ook koper gevonden. Koper + tin =
brons en goed voor gereedschap. In NL geen koper en tin dus handelsproducten
, Ijzertijd. 700 v. Chr. ijzer moeilijk te bewerken want was heel hard. Stevig en duurzaam. Wel
in NL. Weinig restanten door snelle oxidatie. Veel gereedschap en wapens verbeterd door
ijzer. Veel bos gekapt want houtskool nodig voor maken van ijzer. Veel zandverstuiving en
onvruchtbare gebieden.
Velen trokken hierdoor naar noorden en bouwden boerderijen. Zo geen last van zee omdat
ze bouwden op terpen.
Kelten – boeren
Friezen – vee
Handel intensiever. Zout belangrijk voor handel. Gewonnen bij zee. Belangrijk conserveren.
* H2 Tijd van Grieken en Romeinen (3000 v. Chr. – 500 n. Chr.)
Cultuur = klassieke oudheid. Athene bloeiperiode. Sparta machtig. Ondergang West-
Romeinse rijk in 476. Oosten bleef bestaan. Constantinopel (Istanbul) centrum. Limes =
grenzen romeinse rijk.
De Griekse stadstaten paleis. Bewoners verdedigde bij bedreiging van aanval. Gezag bij
adel. 2 bekendste: Athene en Sparta.
Sparta = voortdurende aanvoer levensmiddelen van Peloponnesus Spartanen baas.
Bezig van Spartanen en veel opbrengsten afstaan. Veel Spartanen hoefde dus niet op het
land te werken. Leger opgericht. Sparta sterk. Spartaanse burgers/ soldaten noemden zich
‘gelijken’ in recht en plicht. Bestuurd door raad van ouder adellijke mannen en 2 koningen.
Volwassenen stemmen over voorstellen. Macht bij raad. Sparta enige met koningen in GR.
Athene = Groot. Eerste monarchie toen adellijke raad. Solon nieuwe systeem. 4
vermogensgroepen. Politieke functies verdeeld. Volksvergadering (demos) optreden bij
vonnissen van adellijke bestuurders. Ambtenaren specifieke taken. oom eenheidsmacht te
voorkomen elk jaar vaste datum, mensen mochten stemmen of Athener verbannen zou
worden.
Griekenland verdeeld maar ook hetzelfde: taal, de Spelen, literatuur, goden, verstedelijking.
Veel goden ideale mensen maar maakte ook fouten. Soort soap.
Orakels = goden vragen om hulp. tempel gebouwd. Heilige plek in bron gereinigd en offer
gebracht. Priesters vormden antwoord op vragen van mensen.
Veel tempels. Religie belangrijk. Versierd, groot. Ook politiek trots en burgerlijke macht.
Panthenon – Naam verwijst naar het beeld dat erin staat. Tempel aan Pallas Athene.
Versierd met beelden.
Olympische Spelen. Eerste 776 v. Chr. In Olympia. Oorlogen onderbroken. Toen Griekse
cultuur verspreide ook daar over sportevenementen. Winnaars kregen geld, belasting
vrijstelling, pensioen + dagelijkse extra’s.
Sporten:
- Hardlopen: eerste verschillende afstanden. Vaak naakt. Geen vrouwen
- Paardensport: verschillende vormen. Ruiten won niet maar eigenaar van paard.
- Worstelen, boxen, pankration: contactsporten. In amfitheater. Pankration = boxen +
worstelen.
- werpnummers: speerwerpen, discuswerpen
- 5kamp: discus, speer, verspringen, hardlopen en worstelen hoogtepunt