28 augustus ‘19
Organisatie: groep mensen die samenwerken aan hetzelfde doel
Economisch probleem: als een van je benodigdheden voor tevredenheid niet aanwezig is.
Probleem of hoe je het beste gebruik kan maken van de beschikbare middelen.
Division of labour: opdelen van werk in eigen componenten die los van elkaar werken
Specialisatie komt door 3 dingen:
- Vergroten van vaardigheid
- Tijdsbesparing door maar 1 arbeid steeds opnieuw te verrichten
- Machines: één machine kan werk van vele doen
Specialisatie leidt tot meer efficiëntie door:
- Aanleg
- Affiniteit
- Ervaring
Nadelen van specialisatie:
- Overstapkosten: kost veel om te her-specialiseren
- Motivatieproblemen: maak je hobby, niet je baan
- Silo effect: opdelen van taken zonder communicatie ertussen
- Verantwoordelijkheidsvraagstuk: hoe kleinere taken, hoe minder
verantwoordelijkheidsgevoel
- Heel weinig keuzemogelijkheden
Coördinatiemechanismen:
- Markten prijssystemen (sufficient statistic = prijs is genoeg informatie voor een
transactie)
- Organisaties non-prijssysteem (autoriteit als coördinatiemechanisme)
Organisaties ontstaan als een oplossing voor informatieproblemen!
Of markt of organisatie ligt aan wat voor soort informatie nodig is op dat moment.
,Instituten: de formele en informele regels die het gedrag en de interactie tussen mensen
vormgeven.
Omgeving (environment) (regering heeft grote invloed):
- Geeft condities waarin een organisatie kan ontstaan.
- Geeft sociale, economische en politieke druk op organisaties waarin organisaties
ontstaan.
- Beslist welke organisaties kunnen overleven en welke niet (selection mechanism).
Arbeidsdeling: je kan je specialiseren omdat je de taak in subtaken verdeelt!
Arbeidsdeling leidt tot specialisatie en daarmee een coördinatievraagstuk
De markt en organisaties zijn beide een mogelijk antwoord op dat vraagstuk
Informatie speelt een cruciale stap in de keuze
De omgeving heeft effect op de optimale uitkomst!
, HC 2
4 september ’19
Markt en Organisatie
Wet van de vraag: vraag daalt als prijs stijgt
Wet van het aanbod: aanbod stijgt als prijs stijgt
Preferentie door consumenten:
- Transitief: A is beter dan B en beter dan C
- Meer is beter
Paradox of profit: bedrijven kunnen geen winst maken op de lange termijn. Als er winst te
behalen valt iedereen stapt de markt in aanbod wordt groter prijs daalt flink
winst verdwijnt.
Pareto-optimal allocation of resources: niemand wordt er beter van grondstoffen te
verdelen, zonder dat iemand anders er slechter van wordt.
Perfect competition: consumenten bepalen de prijs die ze willen betalen, producenten
bepalen de hoeveelheid die ze aanbieden onder perfecte concurrentie zouden bedrijven
kunnen op de lange termijn géén winst kunnen maken
Karakteristieken van perfecte concurrentie:
Veel vragers en aanbieders
Geen toetreding of verlatings-barrières
Gestandaardiseerde producten (product A is even goed van firm 1 als van firm 2)
Micro-economie aannames
Organisaties worden gezien als 1 entiteit
Organisaties hebben 1 doel
Er is perfecte informatie
Zowel producenten en consumenten maximaliseren
Markt werkt in isolatie, geen effect van omgeving en instituten
Homo Economicus: rationeel en egoïstisch. Denkt alleen aan zichzelf.
Behavioural Economics: gebaseerd op realistische empirische aannames op besluiten van
mensen.
, 6 (+1) coördinatie mechanismes
- Mutual adjustment (groepsopdrachten)
- Direct supervision (start-ups)
- Standardization of work (McDonalds)
- Standardization of outputs (Philips)
- Standardizations of skills (universiteiten, advocatenkantoren)
- Standardizations of norms (kerken)
- Digital platform organization (Uber)
Entrepreneurial / ondernemende organisatie
- Focus op de top
- Simpele, turbulente omgeving
- Sterk afhankelijk van een of enkele individuen
Machine organisatie
- Focus op technische structuur (techno-structuur)
- Sterke procedures
- Schaalgrootte is belangrijk
- Stabiele omgeving
Professionele organisatie
- Focus op opererende kern
- Hoogopgeleide professionals
- Weinig communicatie
- Stabiele omgeving
- Zeggenschapsproblematiek
Divisie organisatie
- Focus op middenmanagement
- Tegenstrijdige belangen
- Lijnmanagers maken zelf de van dag-tot-dag- beslissingen
Innovatieve organisatie
- Focus op ondersteunende staf
- Flexibel
- Informele communicatie
- Professionals uit verschillende hoeken bij elkaar brengen
Missionaris organisatie
- Focus op ideologie = bedrijfscultuur
- Voorbeeld: de kerk