Samenvatting OPG + BIJ.
Inhoudsopgave
, H1 oplossingsgericht werken.................................................................................................3
H2 Creëren van een context voor verandering......................................................................6
Inleiding......................................................................................................................................6
De samenwerkingsrelatie...........................................................................................................6
Focus op verandering en groei...................................................................................................8
Erkennen en valideren...............................................................................................................8
Normaliseren en parafraseren...................................................................................................8
Crisis.......................................................................................................................................9
Suïcidaliteit.................................................................................................................................9
Bouwen aan hoop en optimisme...............................................................................................9
Vergroten van welbevinden en veerkracht................................................................................9
H3 Beschrijven van de gewenste toekomst.........................................................................11
H4 Vinden van competenties...............................................................................................13
Inleiding................................................................................................................................13
Vinden van sterke kanten en hulpbronnen.........................................................................13
Vinden van uitzonderingen..................................................................................................20
Geven van complimenten en stellen van competentievragen............................................21
Schaalvragen........................................................................................................................22
H5 Werken aan vooruitgang................................................................................................23
H6 Afsluiten..........................................................................................................................32
Boek ----- Begrijp ik jou?...........................................................................................................39
Blz 49 – 74............................................................................................................................40
Moeilijk verstaanbare gedragingen.....................................................................................40
Introvert gedrag, basis....................................................................................................40
Introvert gedrag, verdieping...........................................................................................41
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD), basis.......................................................42
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD), verdieping.........................................43
Oppositioneel opstandig gedrag, basis...........................................................................44
Oppositioneel opstandig gedrag, verdieping..................................................................45
Non-verbal Learning Disability (NLD), basis....................................................................46
Non-verbal Learning Disability (NLD), verdieping...........................................................47
Blz 75 – 110..........................................................................................................................47
, H1 oplossingsgericht werken
Oplossingsgericht werken helpt een beeld te vormen van een betere toekomst. Richt zich op
wat werkt voor het kind en zijn omgeving. En legt zo min mogelijk de focus op
mislukkelingen en problemen.
Oplossingsgericht werken = toepassing van een aantal principes en tools om de snelste
route te vinden wat werkt
· Als iets (beter) werkt à doe er meer van
· Als iets niet werk à stop en doe iets anders
Positieve psychologie = richt zich op de sterke kanten van het kind en zijn omgeving
Als een persoon zich competent voelt zal hij optimistischer denken.
Proces van het positief naar de toekomst kijken:
1) Het erkennen van de impact van het probleem (“dit moet vast moeilijk voor je zijn
geweest”)
2) Het suggereren van een veranderwens (“begrijp ik dat je dit anders zou willen”)
3) Het vragen naar de gewenste toekomst (“hoe zou je het anders willen?)
In de jaren 80 werd oplossingsgericht werken ontwikkeld. Zij gingen er van uit dat inzicht in
het ontstaan van het probleem niet (altijd) nodig is.
, De shazer baseert zijn stellingen op de ideeën van Einstein
· Analyse van het probleem is niet nodig om tot oplossing te komen (“wat heb je al
geprobeerd om het op te lossen?”)
· De client is de expert
· Handen af van wat in de beleving van de client goed gaat
· Als iets niet werkt doe het anders.
Drie gedragingen van een therapeut zorgden dat een cliënt viermaal zo vaak spraken over
gevolgen.
- Het stellen van uitnodigende vragen (“wat is er beter?”)
- Het stellen van detail vragen (“hoe deed je dat precies?”)
- Het geven van verbale beloningen (“hoe is je dat gelukt?” of “hoe kwam je op dat
goede idee?”)
De onderzoeken die gedaan zijn nog niet 100% betrouwbaar maar er kan wel gezegd
worden dat oplossingsgerichte therapie in minder tijd positief effect heeft op een divers
aantal problemen.
Oplossing gericht werken bevordert dus niet alleen het welbevinden van kinderen en hun
omgeving maar ook die van professionals.
Het belang van de cliënten is dat zij een doel hebben waaraan zij willen werken. De meeste
cliënten hebben genoeg aan drie à vier gesprekken.
Oplossingsgericht werken kan gebruikt worden als monotherapie of in combinatie met
probleemgerichte therapie. Oplossingsgerichte therapie kan ook goed werken bij
verslavingsproblemen, aangezien de aandacht gaat naar het motiveren van
gedragsverandering.
Contra-indicatie = geen gesprekscontact mogelijk of gewenst wordt / geen doel kunnen
vinden / als de professional niet de client als co-expert ziet / sommige instellingen willen
hun wachtlijst niet kwijt
Wat we vragen is wat we vinden en wat we vinden bepaald ons gedrag.
Met oplossingsgerichte vragen
· Nodig je cliënten uit om stap voor stap vooruitgang te beschrijven en hen daarop
vervolgens aan te moedigen.
· Nodigen uit om anders te denken
· Positieve verschillen op te merken
· Heb jij als professional de ‘houding van ‘niet weten’’
Je laat je informeren door vragen te stellen
6 belangrijkste soorten vragen:
1. De vraag naar verandering voorafgaand aan het eerste gesprek
2. De vraag naar doelformulering
3. De vraag ‘wat nog meer’
4. De vraag naar uitzonderingen
Inhoudsopgave
, H1 oplossingsgericht werken.................................................................................................3
H2 Creëren van een context voor verandering......................................................................6
Inleiding......................................................................................................................................6
De samenwerkingsrelatie...........................................................................................................6
Focus op verandering en groei...................................................................................................8
Erkennen en valideren...............................................................................................................8
Normaliseren en parafraseren...................................................................................................8
Crisis.......................................................................................................................................9
Suïcidaliteit.................................................................................................................................9
Bouwen aan hoop en optimisme...............................................................................................9
Vergroten van welbevinden en veerkracht................................................................................9
H3 Beschrijven van de gewenste toekomst.........................................................................11
H4 Vinden van competenties...............................................................................................13
Inleiding................................................................................................................................13
Vinden van sterke kanten en hulpbronnen.........................................................................13
Vinden van uitzonderingen..................................................................................................20
Geven van complimenten en stellen van competentievragen............................................21
Schaalvragen........................................................................................................................22
H5 Werken aan vooruitgang................................................................................................23
H6 Afsluiten..........................................................................................................................32
Boek ----- Begrijp ik jou?...........................................................................................................39
Blz 49 – 74............................................................................................................................40
Moeilijk verstaanbare gedragingen.....................................................................................40
Introvert gedrag, basis....................................................................................................40
Introvert gedrag, verdieping...........................................................................................41
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD), basis.......................................................42
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD), verdieping.........................................43
Oppositioneel opstandig gedrag, basis...........................................................................44
Oppositioneel opstandig gedrag, verdieping..................................................................45
Non-verbal Learning Disability (NLD), basis....................................................................46
Non-verbal Learning Disability (NLD), verdieping...........................................................47
Blz 75 – 110..........................................................................................................................47
, H1 oplossingsgericht werken
Oplossingsgericht werken helpt een beeld te vormen van een betere toekomst. Richt zich op
wat werkt voor het kind en zijn omgeving. En legt zo min mogelijk de focus op
mislukkelingen en problemen.
Oplossingsgericht werken = toepassing van een aantal principes en tools om de snelste
route te vinden wat werkt
· Als iets (beter) werkt à doe er meer van
· Als iets niet werk à stop en doe iets anders
Positieve psychologie = richt zich op de sterke kanten van het kind en zijn omgeving
Als een persoon zich competent voelt zal hij optimistischer denken.
Proces van het positief naar de toekomst kijken:
1) Het erkennen van de impact van het probleem (“dit moet vast moeilijk voor je zijn
geweest”)
2) Het suggereren van een veranderwens (“begrijp ik dat je dit anders zou willen”)
3) Het vragen naar de gewenste toekomst (“hoe zou je het anders willen?)
In de jaren 80 werd oplossingsgericht werken ontwikkeld. Zij gingen er van uit dat inzicht in
het ontstaan van het probleem niet (altijd) nodig is.
, De shazer baseert zijn stellingen op de ideeën van Einstein
· Analyse van het probleem is niet nodig om tot oplossing te komen (“wat heb je al
geprobeerd om het op te lossen?”)
· De client is de expert
· Handen af van wat in de beleving van de client goed gaat
· Als iets niet werkt doe het anders.
Drie gedragingen van een therapeut zorgden dat een cliënt viermaal zo vaak spraken over
gevolgen.
- Het stellen van uitnodigende vragen (“wat is er beter?”)
- Het stellen van detail vragen (“hoe deed je dat precies?”)
- Het geven van verbale beloningen (“hoe is je dat gelukt?” of “hoe kwam je op dat
goede idee?”)
De onderzoeken die gedaan zijn nog niet 100% betrouwbaar maar er kan wel gezegd
worden dat oplossingsgerichte therapie in minder tijd positief effect heeft op een divers
aantal problemen.
Oplossing gericht werken bevordert dus niet alleen het welbevinden van kinderen en hun
omgeving maar ook die van professionals.
Het belang van de cliënten is dat zij een doel hebben waaraan zij willen werken. De meeste
cliënten hebben genoeg aan drie à vier gesprekken.
Oplossingsgericht werken kan gebruikt worden als monotherapie of in combinatie met
probleemgerichte therapie. Oplossingsgerichte therapie kan ook goed werken bij
verslavingsproblemen, aangezien de aandacht gaat naar het motiveren van
gedragsverandering.
Contra-indicatie = geen gesprekscontact mogelijk of gewenst wordt / geen doel kunnen
vinden / als de professional niet de client als co-expert ziet / sommige instellingen willen
hun wachtlijst niet kwijt
Wat we vragen is wat we vinden en wat we vinden bepaald ons gedrag.
Met oplossingsgerichte vragen
· Nodig je cliënten uit om stap voor stap vooruitgang te beschrijven en hen daarop
vervolgens aan te moedigen.
· Nodigen uit om anders te denken
· Positieve verschillen op te merken
· Heb jij als professional de ‘houding van ‘niet weten’’
Je laat je informeren door vragen te stellen
6 belangrijkste soorten vragen:
1. De vraag naar verandering voorafgaand aan het eerste gesprek
2. De vraag naar doelformulering
3. De vraag ‘wat nog meer’
4. De vraag naar uitzonderingen