4V---Boekverslag 2---B-deel
De Tornado
1. Het leven van de hoofdpersonen
Ik vind dat Vergy Maulveau aan de ene kant wel een goed leven leidt, want
hij heeft een mooie hoeve gekocht, waar hij dieren houdt en zich
bezighoudt met akkerbouw. Hij neemt mensen aan in dienst, waaronder
Ezen tegen wie hij heel vriendelijk is. Dat vind ik erg positief. Ook bracht hij
Ilze in veiligheid bij de tweede tornado. Anderzijds is het ook wel begerig
om na de verwoesting van de eerste hoeve weer een tweede hoeve te
kopen. Toen Vergy van Saren eiste dat hij voor hem kwam werken,
bedreigde Saren hem. Vervolgens sloeg Vergy Saren heel hard neer, zodat
hij bijna stikte. Zoiets vind ik fout, want je slaat iemand immers bijna dood.
Dit gaat toch ook in tegen het 6e gebod. Daarnaast voert hij een gevecht
met God. Na de rechtszaak over de dood van Saren, waarin Vergy is
vrijgesproken, doet hij nog heel nonchalant. Ook kan Vergy vaak nogal ruw
en bot reageren. Dat vind ik niet positief van hem.
Citaten:
‘Dat zul je ook, Ezen,’ zei hij warm, ‘je zult hier ook blijven. Ik zal je zeggen
wat ik met je van plan ben.’ (p. 81)
‘Hij sliep roerloos en diep, een oersterke man. Zelfs in de slaap bleef zijn
gezicht hard.’ (p. 17)
‘Weet je nog wat ik daarover gezegd heb?’ vroeg hij donker. (p. 208)
‘Hij zei luid: ‘Wel verdraaid. Dat is nu de tweede keer.’ Hij werd rood in zijn
gezicht van kwaadheid.’ (p. 148)
‘Dat mijnheer Maulveau gezegd had dat hij Saren zo hard in zijn bek mocht
slaan als hij kon.’ (p. 231)
‘Vergy sloeg met geopende hand in een vliegensvlugge maaibeweging van
links naar rechts. De zijkant van zijn rechterhandpalm sloeg diep in de
rechterzijde van Sarens hals. Het was een harde slag die een dof geluid gaf
en een diepe voor naliet. (p. 34)
‘Hij kroop stikkend over de vloer en trok zich half op aan de achterzijde
van zijn bed, zijn bovenlichaam naar achteren gebogen, terwijl hij speeksel
begon te druipen uit zijn wijd open mond. (p. 34)
‘Uit het ene stapte Vergy. Zijn hoge gestalte liep voor de lampen langs en
ze hoorden hem zeggen tegen Vaders-luid en nonchalant als was hij nooit
van de hoeve weggeweest: ‘Van zoiets wordt men stijf.’ (p. 283)
2. Is de hoofdpersoon voor mij een voorbeeld?
De hoofdpersoon is voor mij een voorbeeld in positieve zin, vanwege zijn
vriendelijkheid tegen Ezen. Anderzijds, als je kijkt naar alle negatieve
elementen, is de hoofdpersoon voor mij een voorbeeld in negatieve zin.
Die negatieve elementen wil ik niet in mijn eigen leven terugzien.
3. Gevormd, verrijkt of aan het denken gezet?
Het boek heeft mij in positieve vorm gevormd en aan het denken gezet,
want het leed dat ieder met zich meedraagt zet mij toch wel aan het
De Tornado
1. Het leven van de hoofdpersonen
Ik vind dat Vergy Maulveau aan de ene kant wel een goed leven leidt, want
hij heeft een mooie hoeve gekocht, waar hij dieren houdt en zich
bezighoudt met akkerbouw. Hij neemt mensen aan in dienst, waaronder
Ezen tegen wie hij heel vriendelijk is. Dat vind ik erg positief. Ook bracht hij
Ilze in veiligheid bij de tweede tornado. Anderzijds is het ook wel begerig
om na de verwoesting van de eerste hoeve weer een tweede hoeve te
kopen. Toen Vergy van Saren eiste dat hij voor hem kwam werken,
bedreigde Saren hem. Vervolgens sloeg Vergy Saren heel hard neer, zodat
hij bijna stikte. Zoiets vind ik fout, want je slaat iemand immers bijna dood.
Dit gaat toch ook in tegen het 6e gebod. Daarnaast voert hij een gevecht
met God. Na de rechtszaak over de dood van Saren, waarin Vergy is
vrijgesproken, doet hij nog heel nonchalant. Ook kan Vergy vaak nogal ruw
en bot reageren. Dat vind ik niet positief van hem.
Citaten:
‘Dat zul je ook, Ezen,’ zei hij warm, ‘je zult hier ook blijven. Ik zal je zeggen
wat ik met je van plan ben.’ (p. 81)
‘Hij sliep roerloos en diep, een oersterke man. Zelfs in de slaap bleef zijn
gezicht hard.’ (p. 17)
‘Weet je nog wat ik daarover gezegd heb?’ vroeg hij donker. (p. 208)
‘Hij zei luid: ‘Wel verdraaid. Dat is nu de tweede keer.’ Hij werd rood in zijn
gezicht van kwaadheid.’ (p. 148)
‘Dat mijnheer Maulveau gezegd had dat hij Saren zo hard in zijn bek mocht
slaan als hij kon.’ (p. 231)
‘Vergy sloeg met geopende hand in een vliegensvlugge maaibeweging van
links naar rechts. De zijkant van zijn rechterhandpalm sloeg diep in de
rechterzijde van Sarens hals. Het was een harde slag die een dof geluid gaf
en een diepe voor naliet. (p. 34)
‘Hij kroop stikkend over de vloer en trok zich half op aan de achterzijde
van zijn bed, zijn bovenlichaam naar achteren gebogen, terwijl hij speeksel
begon te druipen uit zijn wijd open mond. (p. 34)
‘Uit het ene stapte Vergy. Zijn hoge gestalte liep voor de lampen langs en
ze hoorden hem zeggen tegen Vaders-luid en nonchalant als was hij nooit
van de hoeve weggeweest: ‘Van zoiets wordt men stijf.’ (p. 283)
2. Is de hoofdpersoon voor mij een voorbeeld?
De hoofdpersoon is voor mij een voorbeeld in positieve zin, vanwege zijn
vriendelijkheid tegen Ezen. Anderzijds, als je kijkt naar alle negatieve
elementen, is de hoofdpersoon voor mij een voorbeeld in negatieve zin.
Die negatieve elementen wil ik niet in mijn eigen leven terugzien.
3. Gevormd, verrijkt of aan het denken gezet?
Het boek heeft mij in positieve vorm gevormd en aan het denken gezet,
want het leed dat ieder met zich meedraagt zet mij toch wel aan het