Ethiek
Gevolgenethiek (consequentialisme)
uliteralisme → bentham, mil singer
epicurisme → epiricus
plichtethiek (intentie
deontologie → kant
deugdethiek (karaktervorming)
Aristoteles, plato, augustinus, thomas
zorgethiek (medemenselijkheid)
gilligan, tronto
Gevolgenethiek/Concequentialisme
handeling wordt beoordeeld op de gevolgen ervan
een handeling is moreel goed of slecht op basis van hoeveel geluk of ellende het
veroorzaakt
Epicurisme → Epicurius
genot nastreven en pijn vermijden → basisregel
ataraxia = innerlijke rust (zorgeloosheid)
aponia = lichamelijk welzijn (geen pijn)
dit zal leiden tot geluk
geen hedonisme (maximaal plezier), maar eenvoudig leven. Te veel genot zal pijn
opleveren op lange termijn
hedonistische calculus
angst voor de dood is onzin
streven naar individueel genot en de afwezigheid van pijn
Utilisme → Jeremy Bentham
pijn en genot als soevereine meesters op persoonlijk niveau. Genot is de enige
intrinsieke waarde (waarde in zichzelf)
moreel/ethische principe: het nutsprincipe
de handelingen die geluk maximaliseren zijn verplicht te doen. je moet datgene doen
dat het meeste geluk oplevert voor het grootste aantal mensen.
het nutsprincipe is onpartijdig
het nutsprincipe is universeel
de hedonistische calculus als middel
, streven naar het meeste genot en de minste pijn voor de grootst mogelijke groep
mensen (Bentham en Mill)
intensiteit
duur
zekerheid
zuiverheid
nabijheid
reikwijdte
productiviteit
kritiek op het utilisme
het leidt mogelijk tot ongelijkheid → grotere groep slechte mensen krijgt meer geluk
dan kleine groep goede mensen af en toe
onverzadigbaarheid door maximalisatie → wanneer houdt het op? wanneer is er
genoeg geluk?
negatieve verantwoordelijkheid → voor een handeling niet doen ben je nog steeds
verantwoordelijk, als dat niet zorgt voor het grootste geluk dan ben je niet goed bezig
onpersoonlijke karakter → sommige mensen zijn wel belangrijker dan anderen,
bijvoorbeeld dierbare mensen vs mensen die je niet kent
de mens als instrumentele waarde → het kan zijn dat je de mens gebruikt om iets
anders voor elkaar te krijgen, opofferen voor het grotere geluk
verschil epicurisme en utilisme
epicurisme is individueel en gaat over jezelf → utilisme gaat over een grotere groep
mensen en is onafhankelijk
John Stuart Mill (1806-1873)
utilist
individuele vrijheid is van centraal belang
ontwikkeling, emancipatie en onderwijs → zorgen voor een grotere mate van vrijheid
→ hoe meer vrijheid, hoe meer mogelijkheden → hoe meer geluk
vorming van individu zal voor maatschappelijke vooruitgang zorgen
ontwikkeling van het kritisch denken
door meer vooruitgang en meer kritische mensen (meer input) betere samenleving
no harm principle → vrijheid van denken is het meest vrij + vrijheid van
meningsuiting is minder vrij + vrijheid van handelen is het minst vrij. → door denken
doe je niemand pijn, door je mening kan je mensen een beetje pijn doen, door
handelingen kan je mensen het meeste pijn doen.
tirannie van de meerderheid → de meerderheid heeft het niet altijd juist
de kwaliteit van geluk is belangrijker dan kwantiteit
“het is beter een ontevreden menselijk wezen te zijn dan een tevreden zwijn; beter om
een ontevreden Socrates te zijn dan een tevreden dwaas.”
streven naar het meeste genot en de minste pijn voor de grootst mogelijke groep
mensen (Bentham en Mill)
, Peter Singer (1946)
utilist
maar niet alleen mensen, maar alles wat kan lijden doet er toe
speciësisme → discriminatie op basis van soort
effectief altruïst → hoe kun je met je vermogen zoveel mogelijk goeds doen?
iedereen zou het zoveel mogelijk ‘goed’ moeten doen als ze (= zoveel mogelijk levens
redden) kunnen door zoveel mogelijk te doneren aan effectieven goede doelen
al het inkomen dat je niet nodig hebt voor eigen onderhoud is donatiegeld. als jij in je
leven keuzes (studie/werk) kunt maken die meer donatiegeld oplevert, dan moet je dat
doen.
Plichtethiek (intentie)
Kant
deontologie → plichtethiek
vanuit de intentie
categorisch imperatief → als we onze wil volgens de rede laten bepalen, dan volgt
daaruit dat we volstrekt logisch moeten handelen
de intentie van een handeling moet bepalend zijn
we hebben alleen invloed op de wil/intentie
het gebruik van onze rede zorgt voor een goede wil
autonomie zorgt voor vrijheid en geluk
contradictie/tegenspraak
als jouw geuniversaliseerde wetmatige maxime intern logisch in tegenspraak is
voorbeeld: je houdt je niet aan een belofte (maxime)
in een wereld waar niemand zich aan beloftes houdt (algemene wet) zijn beloftes
überhaupt niet meer mogelijk
daarom kun je deze maxime ‘niet willen’
categorisch imperatief
categorisch imperatief → als we onze wil volgens de rede laten bepalen, dan volgt
daaruit dat we volstrekt logisch moeten handele
1. handel slechts volgens die maxime, waarvan je redelijkerwijze kunt willen dat zij tot
universele wet wordt
2. handel zo, dat je de mensheid steeds ook altijd tegelijkertijd als doel-op-zich
beschouwt, nooit alleen als middel
Kants reactie op utilisme
geen invloed op de gevolgen van een handeling
niet laten leiden door verlangens en emoties
vrijheid en geluk door de (goede) wil en autonomie
Gevolgenethiek (consequentialisme)
uliteralisme → bentham, mil singer
epicurisme → epiricus
plichtethiek (intentie
deontologie → kant
deugdethiek (karaktervorming)
Aristoteles, plato, augustinus, thomas
zorgethiek (medemenselijkheid)
gilligan, tronto
Gevolgenethiek/Concequentialisme
handeling wordt beoordeeld op de gevolgen ervan
een handeling is moreel goed of slecht op basis van hoeveel geluk of ellende het
veroorzaakt
Epicurisme → Epicurius
genot nastreven en pijn vermijden → basisregel
ataraxia = innerlijke rust (zorgeloosheid)
aponia = lichamelijk welzijn (geen pijn)
dit zal leiden tot geluk
geen hedonisme (maximaal plezier), maar eenvoudig leven. Te veel genot zal pijn
opleveren op lange termijn
hedonistische calculus
angst voor de dood is onzin
streven naar individueel genot en de afwezigheid van pijn
Utilisme → Jeremy Bentham
pijn en genot als soevereine meesters op persoonlijk niveau. Genot is de enige
intrinsieke waarde (waarde in zichzelf)
moreel/ethische principe: het nutsprincipe
de handelingen die geluk maximaliseren zijn verplicht te doen. je moet datgene doen
dat het meeste geluk oplevert voor het grootste aantal mensen.
het nutsprincipe is onpartijdig
het nutsprincipe is universeel
de hedonistische calculus als middel
, streven naar het meeste genot en de minste pijn voor de grootst mogelijke groep
mensen (Bentham en Mill)
intensiteit
duur
zekerheid
zuiverheid
nabijheid
reikwijdte
productiviteit
kritiek op het utilisme
het leidt mogelijk tot ongelijkheid → grotere groep slechte mensen krijgt meer geluk
dan kleine groep goede mensen af en toe
onverzadigbaarheid door maximalisatie → wanneer houdt het op? wanneer is er
genoeg geluk?
negatieve verantwoordelijkheid → voor een handeling niet doen ben je nog steeds
verantwoordelijk, als dat niet zorgt voor het grootste geluk dan ben je niet goed bezig
onpersoonlijke karakter → sommige mensen zijn wel belangrijker dan anderen,
bijvoorbeeld dierbare mensen vs mensen die je niet kent
de mens als instrumentele waarde → het kan zijn dat je de mens gebruikt om iets
anders voor elkaar te krijgen, opofferen voor het grotere geluk
verschil epicurisme en utilisme
epicurisme is individueel en gaat over jezelf → utilisme gaat over een grotere groep
mensen en is onafhankelijk
John Stuart Mill (1806-1873)
utilist
individuele vrijheid is van centraal belang
ontwikkeling, emancipatie en onderwijs → zorgen voor een grotere mate van vrijheid
→ hoe meer vrijheid, hoe meer mogelijkheden → hoe meer geluk
vorming van individu zal voor maatschappelijke vooruitgang zorgen
ontwikkeling van het kritisch denken
door meer vooruitgang en meer kritische mensen (meer input) betere samenleving
no harm principle → vrijheid van denken is het meest vrij + vrijheid van
meningsuiting is minder vrij + vrijheid van handelen is het minst vrij. → door denken
doe je niemand pijn, door je mening kan je mensen een beetje pijn doen, door
handelingen kan je mensen het meeste pijn doen.
tirannie van de meerderheid → de meerderheid heeft het niet altijd juist
de kwaliteit van geluk is belangrijker dan kwantiteit
“het is beter een ontevreden menselijk wezen te zijn dan een tevreden zwijn; beter om
een ontevreden Socrates te zijn dan een tevreden dwaas.”
streven naar het meeste genot en de minste pijn voor de grootst mogelijke groep
mensen (Bentham en Mill)
, Peter Singer (1946)
utilist
maar niet alleen mensen, maar alles wat kan lijden doet er toe
speciësisme → discriminatie op basis van soort
effectief altruïst → hoe kun je met je vermogen zoveel mogelijk goeds doen?
iedereen zou het zoveel mogelijk ‘goed’ moeten doen als ze (= zoveel mogelijk levens
redden) kunnen door zoveel mogelijk te doneren aan effectieven goede doelen
al het inkomen dat je niet nodig hebt voor eigen onderhoud is donatiegeld. als jij in je
leven keuzes (studie/werk) kunt maken die meer donatiegeld oplevert, dan moet je dat
doen.
Plichtethiek (intentie)
Kant
deontologie → plichtethiek
vanuit de intentie
categorisch imperatief → als we onze wil volgens de rede laten bepalen, dan volgt
daaruit dat we volstrekt logisch moeten handelen
de intentie van een handeling moet bepalend zijn
we hebben alleen invloed op de wil/intentie
het gebruik van onze rede zorgt voor een goede wil
autonomie zorgt voor vrijheid en geluk
contradictie/tegenspraak
als jouw geuniversaliseerde wetmatige maxime intern logisch in tegenspraak is
voorbeeld: je houdt je niet aan een belofte (maxime)
in een wereld waar niemand zich aan beloftes houdt (algemene wet) zijn beloftes
überhaupt niet meer mogelijk
daarom kun je deze maxime ‘niet willen’
categorisch imperatief
categorisch imperatief → als we onze wil volgens de rede laten bepalen, dan volgt
daaruit dat we volstrekt logisch moeten handele
1. handel slechts volgens die maxime, waarvan je redelijkerwijze kunt willen dat zij tot
universele wet wordt
2. handel zo, dat je de mensheid steeds ook altijd tegelijkertijd als doel-op-zich
beschouwt, nooit alleen als middel
Kants reactie op utilisme
geen invloed op de gevolgen van een handeling
niet laten leiden door verlangens en emoties
vrijheid en geluk door de (goede) wil en autonomie