Inhoud
Hoorcollege 1
Hoorcollege 2
Zelfstudie 1
Hoorcollege 3
Hoorcollege 4
,Hoorcollege 2 en z
Zenuwstelsel onder verdeeld in : (ligging)
·
Centrale zenuwstelsel =
hersenen + ruggenmerg
·
perifere zenuwstelsel = alles buiten hersenen en ruggenmerg
Centrale zenuwstelsel 2 soorten neuronen :
·
afferente neuronen =
Sensorische neuronen , gaan naar CIs toe
-
somato sensorische Signalen
=
informatie van buitenaf
-
viscero sensorische Signalen= informatie van binnen in (organen)
·
efferente neuronen =
Motorische neuronen , gaan van C2s af richting weefsels
-
visceo motorische signalen =
informatie naar organen toe
= autonoom stelsel =
onbewust
·
sympatisch systeem-fight +
flight
Parasympatisch systeem rest + digest
·
=
-
somatisch motorische Signalen informatie naar skeletspieren toe
= bewust
Lopen samen door dezelfde zenuwbundel heen zijn vanaf de buitenkant
·
en
niet te onderscheiden
, Stappen van doorgeven van prikkels
Exciteerbaarheid = integration = ontvangen van prikkels, gebeurt door dendriet
● Evenwichtpotentiaal
● Rustmembraanpotentiaal
● Actiepotentiaal
Geleiding = doorgeven van de prikkel over het neuron heen, gebeurt door de axon
Synaps = transmitter secretion = doorgeven van de prikkel aan (eind) doel
Exciteerbaarheid
Exciteerbaarheid = eigenschap van cellen waardoor ze door stimulatie kunnen reageren op snelle veranderingen van het
membraanpotentiaal
Na / K -ATPase = ionenpomp die op het celmembraan van elke cel zit
● Pompt 3 Na de cel uit
● Pompt 2 K de cel in
● Dit kost ATP
● Zorgt ervoor dat intracellulaire milieu overal in de cellen gelijk blijven
-> hoge concentratie K = intracellulair
-> hoge concentratie Na = extracellulair
Cellen bevatten veel ionkanalen
● Deze beïnvloeden het membraanpotentiaal
● Ionkanalen zijn zeer selectief, laten maar 1 soort ion door
● Blauwe pijl bij kanaal = concentratiegradiënt
● Rode pijl bij kanaal = iongradiënt/ ladinggradiënt/ elektrischgradiënt -> zorgt voor een drijvende kracht waardoor een ion
naar de andere kant van het membraan wilt
● Bij membraanpotentiaal gaat het altijd over de binnenkant van de cel
K - kanaal
● K wilt met concentratiegradiënt mee = van intracellulair naar extracellulair (want buiten de cel zit nog geen kalium)
● K is positief geladen, dus als deze naar buiten gaat wordt intracellulair negatiever en extracellulair positiever
● K zorgt voor een negatief membraanpotentiaal
● Blauwe pijl naar buiten = met concentratiegradiënt mee
● Rode pijl naar binnen = de cel wordt negatiever dus wilt de positieve lading naar binnen toe
● K stopt met diffunderen wanneer de lading buiten de cel gelijk is aan de lading binnen de cel: Vm = Ek -> is bij een
negatief membraanpotentiaal (Vm) dus heb je een negatief evenwichtspotentiaal (Ek)
Hoorcollege 1
Hoorcollege 2
Zelfstudie 1
Hoorcollege 3
Hoorcollege 4
,Hoorcollege 2 en z
Zenuwstelsel onder verdeeld in : (ligging)
·
Centrale zenuwstelsel =
hersenen + ruggenmerg
·
perifere zenuwstelsel = alles buiten hersenen en ruggenmerg
Centrale zenuwstelsel 2 soorten neuronen :
·
afferente neuronen =
Sensorische neuronen , gaan naar CIs toe
-
somato sensorische Signalen
=
informatie van buitenaf
-
viscero sensorische Signalen= informatie van binnen in (organen)
·
efferente neuronen =
Motorische neuronen , gaan van C2s af richting weefsels
-
visceo motorische signalen =
informatie naar organen toe
= autonoom stelsel =
onbewust
·
sympatisch systeem-fight +
flight
Parasympatisch systeem rest + digest
·
=
-
somatisch motorische Signalen informatie naar skeletspieren toe
= bewust
Lopen samen door dezelfde zenuwbundel heen zijn vanaf de buitenkant
·
en
niet te onderscheiden
, Stappen van doorgeven van prikkels
Exciteerbaarheid = integration = ontvangen van prikkels, gebeurt door dendriet
● Evenwichtpotentiaal
● Rustmembraanpotentiaal
● Actiepotentiaal
Geleiding = doorgeven van de prikkel over het neuron heen, gebeurt door de axon
Synaps = transmitter secretion = doorgeven van de prikkel aan (eind) doel
Exciteerbaarheid
Exciteerbaarheid = eigenschap van cellen waardoor ze door stimulatie kunnen reageren op snelle veranderingen van het
membraanpotentiaal
Na / K -ATPase = ionenpomp die op het celmembraan van elke cel zit
● Pompt 3 Na de cel uit
● Pompt 2 K de cel in
● Dit kost ATP
● Zorgt ervoor dat intracellulaire milieu overal in de cellen gelijk blijven
-> hoge concentratie K = intracellulair
-> hoge concentratie Na = extracellulair
Cellen bevatten veel ionkanalen
● Deze beïnvloeden het membraanpotentiaal
● Ionkanalen zijn zeer selectief, laten maar 1 soort ion door
● Blauwe pijl bij kanaal = concentratiegradiënt
● Rode pijl bij kanaal = iongradiënt/ ladinggradiënt/ elektrischgradiënt -> zorgt voor een drijvende kracht waardoor een ion
naar de andere kant van het membraan wilt
● Bij membraanpotentiaal gaat het altijd over de binnenkant van de cel
K - kanaal
● K wilt met concentratiegradiënt mee = van intracellulair naar extracellulair (want buiten de cel zit nog geen kalium)
● K is positief geladen, dus als deze naar buiten gaat wordt intracellulair negatiever en extracellulair positiever
● K zorgt voor een negatief membraanpotentiaal
● Blauwe pijl naar buiten = met concentratiegradiënt mee
● Rode pijl naar binnen = de cel wordt negatiever dus wilt de positieve lading naar binnen toe
● K stopt met diffunderen wanneer de lading buiten de cel gelijk is aan de lading binnen de cel: Vm = Ek -> is bij een
negatief membraanpotentiaal (Vm) dus heb je een negatief evenwichtspotentiaal (Ek)