HC . WEEK 1 ERGOTHERAPIE
Definitie: Ergotherapie, is gericht op het mogelijk maken van het dagelijks handelen, zodat
participatie – het deelnemen van mensen aan het dagelijks en maatschappelijk leven –
gerealiseerd wordt ten behoeve van Gezondheid en welzijn. Dit wordt bereikt door de
mogelijkheden van personen, organisaties of populaties met betrekking tot het handelen
te benutten en te vergroten, dan wel door de omgeving aan de passen en/of te
gebruiken.”
ergotherapie is zich door de jaren heen niet alleen meer gaan focussen op het individu maar ook op
organisaties, groepen, gemeenschappen en populaties.
Occupation of ’dagelijks handelen’ is de uitvoering van
activiteiten en taken dat doelgericht is, plaats vindt in de context
die gerelateerd is aan de ervaring en de betekenis die de
persoon daaraan geeft.
= Occupational Performance (het daadwerkelijk dagelijks handelen)
Occupation kan je onderverdelen in:
Co-occupations: door ten minste twee personen samen worden
uitgevoerd waarbij gemeenschappelijke ervaringen, interesses, waarden
of doelen worden gedeeld.
Collective occupations: door individuen, groepen of gemeenschappen in
dagelijkse contexten waarbij persoonlijke capaciteiten, tijd, hulpbronnen
en energie worden ingezet voor een hoger, gemeenschappelijk doel, vaak
leidende tot cohesie en inclusie
individual occupation: zelf activiteiten doen.
vroeger werd er door een individuele lens naar activiteiten gekeken binnen de ergotherapie. Als
iemand zich niet goed voelt en iets omhanden krijgt gaat deze zich vanzelf beter voelen. Activiteit
staat in relatie met gezondheid. De visie van de ergotherapie heet een paradigma. Echter doe je
zelden een activiteit echt alleen/of in dienst van alleen jezelf. Het samendoen geeft de betekenis aan
het handelen. Andersom zorgt het doen van de activiteit ook voor het “bij de goep” horen. We kijken
vandaag de dag niet alleen naar het individueel handelen, maar ook naar dat van groepen en in welke
context deze gebeuren.
meestal zijn dagelijkse activiteiten onderdeel van iets groters, zoals de rol die iemand heeft in de
maatschappij (reizen naar school). Veel van wat we doen is onderdeel van onze sociale rollen. Om
deze rollen uit te voeren hebben mensen in bepaalde mate activiteiten, taken en basisvaardigheden
nodig. Activiteiten kunnen doen is goed voor het welzijn en de gezondheid. Daarom is het belangrijk
om mensen die beperkt zijn in het doen van activiteiten te ondersteunen.
Kernelementen dagelijks handelen:
, persoon: individu met verschillende kenmerken, ervaringen, mogelijkheden, leeftijd, sociale
vaardigheden. (je kijkt als ergotherapeut naar ‘wie’ de activiteit uit moet voeren. Ook naar of
het een persoon of een groep is die de activiteit moet uitvoeren.
activiteit: betekenis en doelstelling van een bepaalde activiteit. (activiteiten kunnen voor elk
persoon een andere betekenis hebben. Zo kan je spreken van ‘betekenisvolle activiteiten’. Je
kan een hierarchie ontdekken in de activiteiten die men doet. Zo zijn kleine stappen
(aanzetten van de computer voor een online les) deel van een groter geheel. Een structuur
voor deze hierarchie is de taxonomie van het dagelijks handelen (TCOP)
context: wie of wat is in de omgeving aanwezig en neemt invloed op de manier van uitvoeren
en dagelijks handelen. (in een dictatuur kunnen mensen bijv. minder dagelijks handelen door
een curvue)
Het PEO model
De 3 kernelementen beïnvloeden de manier van de uitvoering van dagelijks
handelen. Dit is de dynamische interactie tussen persoon-activiteit-context.
Samen vormen ze het PEO model. Schematisch weergegeven als drie cirkels
die overlappen. Bij een minimale overlap van de cirkels heeft de persoon
weinig mogelijkheden om de betekenisvolle activiteiten in de omgeving uit te
voeren, is hier onvoldoende tevreden over en kan er sprake zijn van een
hulpvraag voor ergotherapie. Bij een maximale overlap is de uitvoering goed
en is de persoon zeer tevreden over het dagelijks handelen. Deze dynamische interactie tussen de
elementen als aangrijpingspunt voor interventie, maakt ergotherapie uniek.
Eigen regie
Een concept waarbij mensen zelf kunnen bepalen wat voor hun een ‘goed leven’ is. Dus, wat wil ik
doen, wat is voor mij belangrijk en hoe geef ik hier vorm aan, zo nodig met behulp van anderen.
Andersom zou je ook kunnen zeggen dat mensen door wat ze doen, alleen of met anderen een
gevoel van regie kunnen ervaren. Door dingen te doen die voor mensen belangrijk zijn hebben
mensen het gevoel dat ze regie hebben over eigen leven, sociale rollen en dagelijkse activiteiten.
Participatie
Ergotherapeuten zijn gericht op het mogelijk maken van dagelijkse activiteiten, waardoor participatie
gerealiseerd wordt. Participeren betekent deelnemen en omvat gevoelens van verbondenheid en
betrokkenheid. Participatie gaat over meedoen en het alleen en/of samen uitvoeren van activiteiten.
Het laatste wordt ‘sociale participatie’ genoemd. De omgeving waarin mensen leven kan bevorderend
of belemmerend zijn voor participatie en is een belangrijk aangrijpingspunt voor ergotherapie.
Participatie gaat ook over deelnemen in besluitvorming: gehoord worden, meebeslissen en serieus
genomen worden. Dat kan op verschillende manieren: van geïnformeerd worden en adviseren tot zelf
initiatief nemen en beslissen.
Of mensen tevreden zijn over hun participatie wordt bepaald door hun eigen subjectieve ervaring.
Dimensies van Occupational perspective of health
de dimensies zijn vastgesteld op basis van de betekenis die mensen aan bepaalde activiteiten geven.
Er is een samenhang, waardoor het één tot het ander leidt.
Doing – alles wat wij doen (wij willen dat mensen aan de slag gaan)
, Being – wat wij doen draagt bij aan wie wij zijn (hoe voel je je over het uitvoeren van een
bepaalde activiteit
Becoming – wat wij doen draagt bij aan wie wij worden (welke doelen heb je in je leven)
Belonging – door te doen horen wij ergens bij (door erbij te horen heb je het gevoel van
inclusie. Betrokkenheid is een groot doel in ergotherapie)
Handelingsrepertoire
De verzameling van activiteiten binnen het dagelijks handelen van een persoon op een bepaald
moment is het handelingsrepertoire (occupational repertoire). Dit repertoire veranderd door het
leven heen onder invloed van: leeftijd, ontwikkeling van vaardigheden, ervaringen en context.
12 uitgangspunten van dagelijks handelen
• Helpen om het dagelijks handelen in de ergotherapeutische context
toe te passen
• Uitgangspunten om te redeneren over de waarde van het dagelijks
handelen
• Toepasbaar op individuen en/of groepen
1. De mens is een handelend wezen. Aangeboren drang om te leren, te kopiëren.
2. Dagelijks handelen geeft betekenis aan het leven (wat doe je om het gevoel te hebben dat je
leeft)
3. Dagelijks handelen is het resultaat van de dynamische interactie van persoon- activiteit-
context.
4. Dagelijks handelen beïnvloedt gezondheid en welzijn
5. Ieder mens heeft recht op dagelijks handelen!
6. Dagelijks handelen regelt tijd en structureert het leven
7. Dagelijks handelen geeft persoonlijke ervaring
8. Dagelijks handelen heeft therapeutisch potentie (ergotherapie)
9. Mensen kunnen verstoringen in dagelijks handelen ervaren (niet alle verstoringen zijn
zichtbaar)
10. Dagelijks handelen is persoonsgebonden (iedereen heeft een andere leven)
11. Dagelijks handelen vindt in een context plaats
12. Dagelijks handelen leidt tot engagement, engagement leidt tot dagelijks handelen.
TCOP
De 5 niveaus van het dagelijks handelen. De hierarchie in het dagelijks handelen kan hiermee
geanalyseerd worden.
Niveau van complexiteit Definitie Voorbeeld
Dagelijks handelen Een betekenisvolle activiteit of Voetballen als voetballer in
, een verzameling activiteiten een voetbalteam
die op een bepaald moment in
een bepaalde rol, in een
bepaalde context plaatsvindt.
activiteit Verzameling van taken Voetballer traint wekelijks,
heeft een wedstrijd en schrijft
voor een voetbalblad
taak Verzameling van Voetballer fietst naar voetbal,
basisvaardigheden speelt op het veld, doucht en
gaat drinken met zijn vrienden
basisvaardigheid Verzameling van functies en De voetballer zoekt en vindt
mentale processen zijn schoenen strikt de veters
en loopt het veld op
Functies en mentale processen Een simpele of willekeurige Flexie van vingers, het verschil
spier of mentale actie zien tussen een voetbalschoen
en een sandaal
Classificeren van het dagelijks handelen
Je kan onderverdelen in 2 modellen.
Een model voor het classificeren wat mensen doen:
Spelen/vrije tijd
Wonen/zorgen
Leren/werken
Een model voor het classificeren van de ervaring die mensen opdoen tijden de activiteit:
calming _> activiteiten zonder spanning. Kan een gevoel van ontspanning, verveling os soms
zelf apathie geven
exacting -> een overmate aan uitdaging. Kan een gevoel van bezorgdheid, spanning en angst
geven
flowing -> voelt als een flow. Kan een gevoel van flow of controle geven
de ervaring die een persoon opdoet tijdens het uitvoeren van een activiteit hangt af van de
verhouding tussen zijn vaardigheden en de uitdagingen die de omgeving biedt.
3-channel en 8-channel model: