Vraag 1
a. Eerst komt bij de metabolisme H2PO4- in het bloed. Dit splits in H+
en HPO4,2- (gebeurt inseconden). De H+ bindt binnen
seconden/minuten aan HCO3- en wordt als H2O en CO2door de
longen uitgeademd. De HCO3- kan later worden aangevuld door de
nieren. Dit kannamelijk doordat H2CO3 in de nieren gesplitst word in
HCO3- en H+. De H+ hiervan kan deurine in en wordt gebufferd door
het zuurrestion HPO4,2-.
b. NAE = 12 + 22 - 2 = 32 mM en is per liter. Moet 2x omdat 2 liter urine
geproduceerd wordt.
Vraag 2
a. In urine HCO3- + H+ → H2CO3-. H2CO3- via koolzuuranhydrase 4
→ H2O + CO2. CO2gaat over de apicale membraan heen en bindt in
de cel aan H2O, dit wordt gekatalyseerddoor koolzuuranhydrase 2.
H2CO3 wordt opgesplitst in H+ en HCO3-. H+ gaat de urine inen
HCO3- via een natrium co-transporten of chloor antiporter over de
basolateralemembraan heen.
b. In de apicale membraan en steek uit in de urine, het is een
koolzuuranhydrase 4.
c. In het boek wordt met de natrium antiporter maar 1 HCO3- naar
buiten gebracht. In hetecht wordt voor elke natrium 3 HCO3- naar
buiten gebracht.
d. De symporter met natrium wordt gedreven door de hoge concentratie
natrium enbicarbonaat in de cel.
De antiporter zorgt dat er een negatief ion de cel ingaat. De
membraan is al wat negatief dus Cl-zal de cel ingaan vanwege het
concentratieverschil. Weinig Cl- in de cel.
e. Bij een alkalose is er te weinig H+ en wil je juist minder HCO3-
hebben. De NAE moetnegatief worden. Dit kan door de HCO3-
resorptie te stoppen en HCO3- uit te scheiden.
f. Normaal gesproken 0 omdat er niets wordt uitgescheiden. De 70
mmol/liter H+ wordt aantitreerbare zuren en ammonium gegeven.