1. Tijdens de les vroeg de docent aan de klas of het wel
goed is dat er binnen de participatiesamenleving uitgegaan
wordt van meer eigen verantwoordelijkheid van burgers.
Wat voor soort vraag is dit?
A. een juridische vraag
B. een sociologische vraag
C. een filosofische vraag
2. Wat is een mensbeeld?
A. Het idee dat je over jezelf hebt.
B. Het idee dat je over de opvoeding hebt.
C. Het idee dat je over de mens in het algemeen hebt.
3. ‘De samenleving helpt alleen hen, die door het noodlot
niet in staat zijn om zichzelf te helpen.’
Bij welk mensbeeld hoort dit citaat?
A. autonome mensbeeld
B. zorgende mensbeeld
C. objectieve mensbeeld
4. ‘Voorwaarde voor een veilige samenleving is de
overdracht van de vrijheid van haar burgers aan een
soevereine macht.’
Welke filosoof vond dit?
A. John Locke
B. Thomas Hobbes
C. Jean-Jacques Rousseau
, 5. De participatiesamenleving gaat uit van de eigen kracht
van het individu.
Bij welk paradigma past dit uitgangspunt?
A. defectparadigma
B. ontwikkelingsparadigma
C. brugerschapsparadigma
6. Carel Muller (Dennendal) ziet mensen met een
verstandelijke beperking of een psychiatrische stoornis als
mensen met mogelijkheden in plaats van met beperkingen.
Welk model past bij zijn visie?
A. medisch model
B. ontwikkelingsmodel
C. burgerschapsmodel
7. In welk type staat is de overheid volledig verantwoordelijk
voor de organisatie van de zorg?
A. nachtwakerstaat
B. verzorgingsstaat
C. participatiesamenleving
8. Nederland kende een tijdlang maatschappelijke zuilen.
Hierbij was er een opdeling van de maatschappij op grond
van geloof en/of maatschappelijke opvattingen. Op een
gegeven moment verdwenen de zuilen.
Wanneer vond in Nederland deze ontzuiling plaats?
A. Tijdens de Verlichting.
B. Direct na de Tweede Wereldoorlog.
C. Vanaf de jaren zestig in de vorige eeuw.