Leerdoelen:
College 1 Recht en Kinderrechten
● De studenten zijn op de hoogte van belangrijke kenmerken van het Nederlandse
rechtssysteem, zoals de verschillende rechtsgebieden;
● De studenten kennen de positie van het jeugdrecht en de beginselen van het
procesrecht die je tegenkomt als jeugdprofessional;
● De studenten kennen belangrijke beginselen van het Internationale Verdrag inzake
de Rechten van het Kind (IVRK) op het gebied van jeugdrecht en jeugdzorg
College 2 Ouderschap & Gezag en Jeugdwet
● De studenten kennen de begrippen ‘juridisch ouderschap’ en ‘gezag’, zij kennen de
verschillen tussen deze termen en het uitgangspunt na een echtscheiding;
● Zij weten wat de termen betekenen voor het werk van de jeugdprofessional;
● De studenten zijn op de hoogte van de contouren van de Jeugdwet en de organisatie
van de jeugdhulp in Nederland.
College 3 Kinderbeschermingsmaatregelen
• De studenten kennen de verschillende kinderbeschermingsmaatregelen en de
uitgangspunten ervan;
• Zij weten welke partijen betrokken zijn bij het opleggen van een
kinderbeschermingsmaatregel en hun taken en verantwoordelijkheden;
● Zij weten wat de maatregelen voor gevolgen hebben voor de gezinnen en de
(gezags)situatie van ouders
College 4 Uithuisplaatsing
● De studenten kennen de (wettelijke) gronden voor een uithuisplaatsing en de
verschillende soorten plaatsingen, waaronder pleegzorg en gesloten jeugdzorg;
● Zij weten welke partijen bij een uithuisplaatsing betrokken zijn en hun taken en
verantwoordelijkheden;
● Zij zijn op de hoogte van relevante (juridische) elementen die bij een uithuisplaatsing
, een rol spelen, zoals het recht op omgang na een uithuisplaatsing, werken aan
terugplaatsing en het perspectiefbesluit
College 5 Jeugdstrafrecht en Jeugdreclassering
● De studenten zijn op de hoogte van het doel en kenmerken van het jeugdstrafrecht;
● De studenten weten welke partijen betrokken zijn bij het strafproces, waaronder de
raadsmedewerker en de jeugdreclasseerder;
● De studenten kennen het doel van jeugdreclassering en de taken en
verantwoordelijkheden van een jeugdreclasseerder
College 6 Privacyrecht en Rechtspositie
● De studenten zijn op de hoogte van belangrijke regels van het privacyrecht die
belangrijk zijn in de jeugdzorg;
● De studenten zijn op de hoogte van de regels rondom gegevensuitwisseling en
beroepsgeheim, zoals de verplichte Meldcode Huiselijk geweld en
kindermishandeling;
● De studenten kennen de mogelijkheden die cliënten hebben om zich te verweren
tegen (rechterlijke) beslissingen, waaronder het tuchtrecht
HC 1:
Rechtsregel= Een regel die zegt wat wel en niet mag in de samenleving.
● Voorbeeld**:** Het is verboden om te stelen.
Rechtsbron= Waar een rechtsregel vandaan komt, zoals wetten, verdragen of rechterlijke
uitspraken.
● Voorbeeld**:** De Jeugdwet is een rechtsbron die regelt welke zorg kinderen krijgen.
Internationale verdragen= Afspraken tussen landen over rechten en plichten.
● Voorbeeld**:** Het Kinderrechtenverdrag (IVRK) beschermt kinderen wereldwijd.
Jurisprudentie= Rechterlijke uitspraken die als voorbeeld dienen voor toekomstige
rechtszaken.
● Voorbeeld: Een rechter beslist dat een kind tijdelijk bij pleegouders moet wonen; dit
kan een voorbeeld zijn voor soortgelijke gevallen.
College 1 Recht en Kinderrechten
● De studenten zijn op de hoogte van belangrijke kenmerken van het Nederlandse
rechtssysteem, zoals de verschillende rechtsgebieden;
● De studenten kennen de positie van het jeugdrecht en de beginselen van het
procesrecht die je tegenkomt als jeugdprofessional;
● De studenten kennen belangrijke beginselen van het Internationale Verdrag inzake
de Rechten van het Kind (IVRK) op het gebied van jeugdrecht en jeugdzorg
College 2 Ouderschap & Gezag en Jeugdwet
● De studenten kennen de begrippen ‘juridisch ouderschap’ en ‘gezag’, zij kennen de
verschillen tussen deze termen en het uitgangspunt na een echtscheiding;
● Zij weten wat de termen betekenen voor het werk van de jeugdprofessional;
● De studenten zijn op de hoogte van de contouren van de Jeugdwet en de organisatie
van de jeugdhulp in Nederland.
College 3 Kinderbeschermingsmaatregelen
• De studenten kennen de verschillende kinderbeschermingsmaatregelen en de
uitgangspunten ervan;
• Zij weten welke partijen betrokken zijn bij het opleggen van een
kinderbeschermingsmaatregel en hun taken en verantwoordelijkheden;
● Zij weten wat de maatregelen voor gevolgen hebben voor de gezinnen en de
(gezags)situatie van ouders
College 4 Uithuisplaatsing
● De studenten kennen de (wettelijke) gronden voor een uithuisplaatsing en de
verschillende soorten plaatsingen, waaronder pleegzorg en gesloten jeugdzorg;
● Zij weten welke partijen bij een uithuisplaatsing betrokken zijn en hun taken en
verantwoordelijkheden;
● Zij zijn op de hoogte van relevante (juridische) elementen die bij een uithuisplaatsing
, een rol spelen, zoals het recht op omgang na een uithuisplaatsing, werken aan
terugplaatsing en het perspectiefbesluit
College 5 Jeugdstrafrecht en Jeugdreclassering
● De studenten zijn op de hoogte van het doel en kenmerken van het jeugdstrafrecht;
● De studenten weten welke partijen betrokken zijn bij het strafproces, waaronder de
raadsmedewerker en de jeugdreclasseerder;
● De studenten kennen het doel van jeugdreclassering en de taken en
verantwoordelijkheden van een jeugdreclasseerder
College 6 Privacyrecht en Rechtspositie
● De studenten zijn op de hoogte van belangrijke regels van het privacyrecht die
belangrijk zijn in de jeugdzorg;
● De studenten zijn op de hoogte van de regels rondom gegevensuitwisseling en
beroepsgeheim, zoals de verplichte Meldcode Huiselijk geweld en
kindermishandeling;
● De studenten kennen de mogelijkheden die cliënten hebben om zich te verweren
tegen (rechterlijke) beslissingen, waaronder het tuchtrecht
HC 1:
Rechtsregel= Een regel die zegt wat wel en niet mag in de samenleving.
● Voorbeeld**:** Het is verboden om te stelen.
Rechtsbron= Waar een rechtsregel vandaan komt, zoals wetten, verdragen of rechterlijke
uitspraken.
● Voorbeeld**:** De Jeugdwet is een rechtsbron die regelt welke zorg kinderen krijgen.
Internationale verdragen= Afspraken tussen landen over rechten en plichten.
● Voorbeeld**:** Het Kinderrechtenverdrag (IVRK) beschermt kinderen wereldwijd.
Jurisprudentie= Rechterlijke uitspraken die als voorbeeld dienen voor toekomstige
rechtszaken.
● Voorbeeld: Een rechter beslist dat een kind tijdelijk bij pleegouders moet wonen; dit
kan een voorbeeld zijn voor soortgelijke gevallen.