Biologie hst 1 verbranding en ademhaling
1.1 Stofwisseling | 8,9
Fotosynthese
Vindt plaats
In het licht
In de groene delen van de plant bladgroenkorrels
o Gebruiken energie uit zonlicht om koolstofdioxide en water om te zetten in glucose:
Glucose bevat veel energie
Bladgroenkorrels slaan energie uit zonlicht op in glucose
W
at
er
In alle organismen vindt stofwisseling plaats:
+ Zorgt ervoor dat een lichaam kan bewegen, warm blijft en kan herstellen/groeien
ko Nodig om in leven te blijven
Gl
ol
uc
st
Afbraak
os
of gebruiken glucose als energiebron
Cellen
e
di Bij de afbraak van glucose komt de opgeslagen energie vrij
+
ox De energie die vrijkomt, wordt o.a gebruikt voor de stofwisseling in de cel
zu
id De afbraak van glucose gebeurt in mitochondriën
ur o Komen voor in plantaardige en dierlijke cellen
e
st o Cellen die veel energie nodig hebben bevatten veel mitochondriën (spiercellen)
+
of
en
Filmpje:
er Fotosynthese en verbranding (eenvoudige uitleg) - YouTube
w
gi
at
e
er
uit
+
lic
ko
ht
ol
st
gl
of
di
ox
id
e
1.2 Verbranding | 14,15,16
Energie
Verbranding vindt plaats (de afbraak van glucose):
In alle organismen (elke cel)
Dag en nacht
Zonder verbranding gaat een cel dood
Komt energie vrij (nodig voor alle processen in een cel)
Heb je brandstof voor nodig
o Cellen gebruiken glucose als brandstof
, Zuurstof en koolstofdioxide
Verbranding:
Zuurstof en glucose voor nodig
Ontstaan van (afval)stoffen (water + koolstofdioxide)
Energie die vrijkomt wordt omgezet in warmte
Hoe groter de inspanning, hoe meer verbranding
o Hart en longen werken harden
Hierdoor krijgen cellen voldoende brandstof en zuurstof
Afvalstoffen: water en koolstofdioxide worden afgevoerd
Koudbloedig
Koudbloedige dieren:
Verbranding in de cellen is afhankelijk van de temperatuur
Lichaamstemperatuur afhankelijk van de temperatuur van de omgeving
o Bij lage temperaturen verloopt de verbranding langzaam. Er komt weinig energie vrij, ze
zijn dan niet actief
o Hoe hoger de temperatuur, hoe meer verbranding
Houden een winterslaap
o Verlaagde lichaamstemperatuur en vertraagde stofwisseling (weinig zuurstof nodig)
Warmbloedig
Warmbloedige dieren:
Constante lichaamstemperatuur
o De activiteit is minder afhankelijk van de temperatuur van hun omgeving
In de winter vindt extra veel verbranding plaats om hun lichaamstemperatuur op peil te houden:
o Veel energie / verbranding nodig
o Veel voedsel nodig – daarvoor moeten ze veel bewegen – veel energie voor nodig – en dus
nog meer voedsel
o Hebben vaak vormen van isolatie
Vacht (veren) + vetlaag
Vogels trekken in de herfst naar warmere streken (er zijn ook warmbloedige dieren die wegtrekken
- walvis) de trek / vogeltrek
Sommige zoogdieren houden een winterslaap (egels / vleermuizen)
o Tijdens winterslaap daalt de temperatuur van de dieren, ze hebben een lagere
energiebehoefte
Koudbloedig Warmbloedig
Niet constante lichaamstemperatuur: Constante lichaamstemperatuur
Afhankelijk van de omgeving Minder afhankelijk van de omgeving
(alles behalve vogels en zoogdieren) Vogels en zoogdieren
Verbranding (energie) langzaam Verbranding (energie) veel/snel
Houden een winterslaap Trekken naar warme streken (vogel)trek
1.3 Het ademhalingsstelsel | 22,23,24,25
Ademhalingsstelsel
Inademing van lucht:
1.1 Stofwisseling | 8,9
Fotosynthese
Vindt plaats
In het licht
In de groene delen van de plant bladgroenkorrels
o Gebruiken energie uit zonlicht om koolstofdioxide en water om te zetten in glucose:
Glucose bevat veel energie
Bladgroenkorrels slaan energie uit zonlicht op in glucose
W
at
er
In alle organismen vindt stofwisseling plaats:
+ Zorgt ervoor dat een lichaam kan bewegen, warm blijft en kan herstellen/groeien
ko Nodig om in leven te blijven
Gl
ol
uc
st
Afbraak
os
of gebruiken glucose als energiebron
Cellen
e
di Bij de afbraak van glucose komt de opgeslagen energie vrij
+
ox De energie die vrijkomt, wordt o.a gebruikt voor de stofwisseling in de cel
zu
id De afbraak van glucose gebeurt in mitochondriën
ur o Komen voor in plantaardige en dierlijke cellen
e
st o Cellen die veel energie nodig hebben bevatten veel mitochondriën (spiercellen)
+
of
en
Filmpje:
er Fotosynthese en verbranding (eenvoudige uitleg) - YouTube
w
gi
at
e
er
uit
+
lic
ko
ht
ol
st
gl
of
di
ox
id
e
1.2 Verbranding | 14,15,16
Energie
Verbranding vindt plaats (de afbraak van glucose):
In alle organismen (elke cel)
Dag en nacht
Zonder verbranding gaat een cel dood
Komt energie vrij (nodig voor alle processen in een cel)
Heb je brandstof voor nodig
o Cellen gebruiken glucose als brandstof
, Zuurstof en koolstofdioxide
Verbranding:
Zuurstof en glucose voor nodig
Ontstaan van (afval)stoffen (water + koolstofdioxide)
Energie die vrijkomt wordt omgezet in warmte
Hoe groter de inspanning, hoe meer verbranding
o Hart en longen werken harden
Hierdoor krijgen cellen voldoende brandstof en zuurstof
Afvalstoffen: water en koolstofdioxide worden afgevoerd
Koudbloedig
Koudbloedige dieren:
Verbranding in de cellen is afhankelijk van de temperatuur
Lichaamstemperatuur afhankelijk van de temperatuur van de omgeving
o Bij lage temperaturen verloopt de verbranding langzaam. Er komt weinig energie vrij, ze
zijn dan niet actief
o Hoe hoger de temperatuur, hoe meer verbranding
Houden een winterslaap
o Verlaagde lichaamstemperatuur en vertraagde stofwisseling (weinig zuurstof nodig)
Warmbloedig
Warmbloedige dieren:
Constante lichaamstemperatuur
o De activiteit is minder afhankelijk van de temperatuur van hun omgeving
In de winter vindt extra veel verbranding plaats om hun lichaamstemperatuur op peil te houden:
o Veel energie / verbranding nodig
o Veel voedsel nodig – daarvoor moeten ze veel bewegen – veel energie voor nodig – en dus
nog meer voedsel
o Hebben vaak vormen van isolatie
Vacht (veren) + vetlaag
Vogels trekken in de herfst naar warmere streken (er zijn ook warmbloedige dieren die wegtrekken
- walvis) de trek / vogeltrek
Sommige zoogdieren houden een winterslaap (egels / vleermuizen)
o Tijdens winterslaap daalt de temperatuur van de dieren, ze hebben een lagere
energiebehoefte
Koudbloedig Warmbloedig
Niet constante lichaamstemperatuur: Constante lichaamstemperatuur
Afhankelijk van de omgeving Minder afhankelijk van de omgeving
(alles behalve vogels en zoogdieren) Vogels en zoogdieren
Verbranding (energie) langzaam Verbranding (energie) veel/snel
Houden een winterslaap Trekken naar warme streken (vogel)trek
1.3 Het ademhalingsstelsel | 22,23,24,25
Ademhalingsstelsel
Inademing van lucht: