Boek: Economische Groei, H1-H5
Micro-economie: deel van de economische wetenschap dat de werking van individuele markten
bestudeert
Macro-economie: deel van de economische wetenschap dat de werking van een economie als geheel
bestudeert
Macro-economische kengetallen: geaggregeerde waarden die een economie als geheel beschrijven
- Geaggregeerde waarden: optelsom van onderliggende individuele waarden
- Hebben een micro-economische basis
Bpp
Bruto binnenlands product (bbp): opbrengstwaarde van alle geproduceerde goederen en diensten
minus de waarde van de daarvoor gebruikte grondstoffen en ingekochte diensten
Nationaal inkomen: netto binnenlands inkomen
Het bbp meet de waarde die door productie wordt toegevoegd. Productie is een vorm van
economische activiteit. Het bbp zegt dus iets over de mate van economische activiteit: hoe groter het
bbp, hoe meer economische activiteit.
3 manieren om bbp te berekenen
Objectieve methode: methode om het bbp te berekenen via de toegevoegde waarde
- Gaat over objecten
bruto toegevoegde waarde = TO – kosten ingekochte goederen en diensten
netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen
de toegevoegde waarde van de overheid = de optelsom van alle ambtenarensalarissen.
bruto binnenlands product = optelsom alle bruto toegevoegde waarden + alle ambtenarensalarissen
netto binnenlands product = bbp – afschrijvingen
, Subjectieve methode: methode om het bbp te berekenen via de beloning van productiefactoren
- Gaat over subjecten
Netto binnenlands inkomen (nbi): optelsom van alle primaire inkomens
- Primaire inkomen: inkomen verdiend met het beschikbaar stellen van productiefactoren
Bruto binnenlands inkomen (bbi)
nbp = nbi
bbp = nbp + afschrijvingen = nbi + afschrijvingen
Interest: rendement op kapitaal
Pacht: opbrengsten uit het gebruik van natuur
Categoriale inkomensverdeling
Categoriale inkomensverdeling: verdeling van het nbi over de primaire inkomenscategorieën
Bij de categoriale inkomensverdeling wordt het inkomen van iedere productiefactor berekend als
aandeel van het nbi.
𝑤𝑖𝑛𝑠𝑡
winstquote = 𝑛𝑏𝑖
· 100%
quote overig inkomen (restquote) = winstquote + interestquote + pachtquote
𝑙𝑜𝑜𝑛
loonquote = 𝑛𝑏𝑖
· 100%
- geeft aan welk deel van het nbi naar de productiefactor arbeid gaat:
het loon van een zelfstandige komt in de winstquote terecht, terwijl het onderdeel moet zijn van de
loonquote.
arbeidsinkomen = looninkomen + winst zelfstandigen met een eenmanszaak
𝑎𝑖𝑞
arbeidsinkomenquote (AIQ) = 𝑛𝑏𝑖
· 100%
Bij een stijging van de AIQ gaat een groter deel van het verdiende inkomen naar werkenden.
Bestedingsmethode: methode om het bbp te berekenen via de bestedingen
bbp = nbp + afschrijvingen = nbi + afschrijvingen = Y + afschrijvingen