Pathologie Bewegingsapparaat
Anatomie en fysiologie in het kort
- Botten hebben 5 functies: ondersteuning van het lichaam, vorming van bloedcellen,
opslag van onder andere vetten, fosfaat en calcium, beschermen van de inwendige
organen en het centrale zenuwstelsel en beweging.
- Botten met elkaar verbonden via ligamenten en gewrichten, die beweging van delen van
het skelet mogelijk maken.
- Botweefsel wordt continu opnieuw aangemaakt en afgebroken, past zich aan de
behoefte van het lichaam.
- Osteoblasten zijn botcellen die nieuwe botmatrix aanmaken. Voor botvorming en
onderhoud daarom voldoende mineralen, calcium en fosfaat uit voeding nodig.
- Calcium kan alleen worden opgenomen met behulp van geactiveerd vitamine D.
- Calcium en fosfaat worden ingebed in collageen, het belangrijkste eiwit van het bot.
- Mineralen verlenen hardheid en stevigheid aan botten, terwijl collageen bijdraagt aan de
buigzaamheid.
- Osteoclasten zijn botcellen die botweefsel oplossen, waarbij calcium en fosfaat
vrijkomen in het bloed.
- Botten kunnen worden verdeeld in:
• Pijpbeenderen: botten die slank en pijpvormig zijn.
Onderdelen van pijpbeenderen:
- Epifyse: een pijpbeen heeft een proximaal uiteinde en een distaal
uiteinde die voornamelijk uit spongieus bot bestaan.
- Epifysairschijf: groei van pijpbeenderen vindt plaats bij de epifysairschijf,
een zone met kraakbeen aan het uiteinde van het bot. Hier wordt nieuw
bot gevormd, waardoor lengtegroei van het bot plaatsvindt totdat het bot
volgroeid is. Op dat moment gaat het kraakbeen over in been.
- Diafyse: middelgedeelte van een pijnbeen bestaat voornamelijk uit
compact bot.
- Substantia compacta: stevig botweefsel waarin zich cellen, mineralen,
eiwitten en bloed- en lymfevaten bevinden.
- Substantia spongiosa: spongieus bot bevat talloze met beenmerg
gevulde holten. In dit rode beenmerg worden verschillende type
bloedcellen gevormd.
- Mergholte: bevindt zich vooral geel beenmerg, bestaat voornamelijk uit
vet.
- Endost of endosteum: bindweefsellaag die de binnen zijde van het bot
rondom de mergholte bekleedt.
- Periost of periosteum: bindweefsellaag die de buitenkant van de botten
bekleedt. Het periost bevat veel sensibele zenuwen, bloedvaten en
botvormende cellen en dient als aanhechtingsplaats voor pezen.
• Korte beenderen: botten die kort zijn.
• Platte beenderen: botten die breed en plat zijn. Vaak beschermen deze botten
kwetsbare organen.
• Onregelmatige beenderen: botten die verschillende vormen hebben.
, Gewrichten
- Gewrichten zijn de scharnierpunten tussen de botten.
- Mate van bewegelijkheid afhankelijk van het soort gewricht en wordt bepaald door de
vorm van de botuiteinden, gewrichtsbanden en het gewrichtskapsel en de spieren
rondom het gewricht.
- Gewrichten kunnen bestaan uit allen bindweefsel, allen kraakbeen of worden gevormd
door een gewrichtsholte met een kapsel eromheen (synoviale gewrichten, meest
bewegelijk en komen het meest voor).
- Onderscheiden synoviale gewrichten en bewegingen:
• Scharniergewricht: beweging (buigen en strekken) in 1 vlak (knieën)
• Rolgewricht: beweging waarbij het ene bot om het andere bot heen draait
(ellepijp)
• Ellipsoïde gewricht: beweging in meerdere richtingen mogelijk (pols)
• Zadelgewricht: beweging in meerdere richtingen mogelijk (in de duim)
• Kogelgewricht: beweging in meerdere richtingen mogelijk (schouder)
- Synoviale gewrichten bestaat uit verschillende weefsels:
• Ligamenten: gewrichtsbanden houden de botten van een synoviaal gewricht bij
elkaar
• Capsula articularis: gewrichtskapsel om het gewricht heen, waarbinnen de
gewrichtsholte bevindt. Binnenste laag van het gewrichtskapsel bestaat uit de
membrana synovialis.
• Membrana synovialis: gewrichtsslijmvlies produceert de synoviale vloeistof.
• Synoviale vloeistof: stroperige vloeistof zorgt voor soepele beweging van de
gewrichten.
• Kraakbeen: langs elkaar bewegende botuitienden zijn bekleed met een laag
kraakbeen, die de wrijving vermindert.
Spieren
- Skeletspieren bestaan uit dwarsgestreept spierweefsel.
- Skeletspieren zitten met pezen stevig vast aan botten.
- Belangrijkste functie van spieren is beweging. Daarnaast geven ze stabiliteit aan het
lichaam.
- Spieren bestaan uit bundels spiervezels die worden omgeven door een bindweefsellaag.
- Wanneer elektrische prikkels vanuit de zenuwen via neuromuscualaire synaps de
motorische eindplaat bereiken, trekken spiervezels zich samen -> spier wordt dan korter.
- Als spieren die een gewricht ontkruisen samentrekken, veroorzaken ze beweging in het
betreffende gewricht.
Veelvoorkomende symptomen: Flashcards!!!
Diagnostisch onderzoek
Lichamelijk onderzoek
- Houding en positie van zorgvrager geïnspecteerd.
- Actief en passief bewegingsonderzoek verricht om te zien waar de pijn en beperkingen in
het bewegingsapparaat zitten.
Anatomie en fysiologie in het kort
- Botten hebben 5 functies: ondersteuning van het lichaam, vorming van bloedcellen,
opslag van onder andere vetten, fosfaat en calcium, beschermen van de inwendige
organen en het centrale zenuwstelsel en beweging.
- Botten met elkaar verbonden via ligamenten en gewrichten, die beweging van delen van
het skelet mogelijk maken.
- Botweefsel wordt continu opnieuw aangemaakt en afgebroken, past zich aan de
behoefte van het lichaam.
- Osteoblasten zijn botcellen die nieuwe botmatrix aanmaken. Voor botvorming en
onderhoud daarom voldoende mineralen, calcium en fosfaat uit voeding nodig.
- Calcium kan alleen worden opgenomen met behulp van geactiveerd vitamine D.
- Calcium en fosfaat worden ingebed in collageen, het belangrijkste eiwit van het bot.
- Mineralen verlenen hardheid en stevigheid aan botten, terwijl collageen bijdraagt aan de
buigzaamheid.
- Osteoclasten zijn botcellen die botweefsel oplossen, waarbij calcium en fosfaat
vrijkomen in het bloed.
- Botten kunnen worden verdeeld in:
• Pijpbeenderen: botten die slank en pijpvormig zijn.
Onderdelen van pijpbeenderen:
- Epifyse: een pijpbeen heeft een proximaal uiteinde en een distaal
uiteinde die voornamelijk uit spongieus bot bestaan.
- Epifysairschijf: groei van pijpbeenderen vindt plaats bij de epifysairschijf,
een zone met kraakbeen aan het uiteinde van het bot. Hier wordt nieuw
bot gevormd, waardoor lengtegroei van het bot plaatsvindt totdat het bot
volgroeid is. Op dat moment gaat het kraakbeen over in been.
- Diafyse: middelgedeelte van een pijnbeen bestaat voornamelijk uit
compact bot.
- Substantia compacta: stevig botweefsel waarin zich cellen, mineralen,
eiwitten en bloed- en lymfevaten bevinden.
- Substantia spongiosa: spongieus bot bevat talloze met beenmerg
gevulde holten. In dit rode beenmerg worden verschillende type
bloedcellen gevormd.
- Mergholte: bevindt zich vooral geel beenmerg, bestaat voornamelijk uit
vet.
- Endost of endosteum: bindweefsellaag die de binnen zijde van het bot
rondom de mergholte bekleedt.
- Periost of periosteum: bindweefsellaag die de buitenkant van de botten
bekleedt. Het periost bevat veel sensibele zenuwen, bloedvaten en
botvormende cellen en dient als aanhechtingsplaats voor pezen.
• Korte beenderen: botten die kort zijn.
• Platte beenderen: botten die breed en plat zijn. Vaak beschermen deze botten
kwetsbare organen.
• Onregelmatige beenderen: botten die verschillende vormen hebben.
, Gewrichten
- Gewrichten zijn de scharnierpunten tussen de botten.
- Mate van bewegelijkheid afhankelijk van het soort gewricht en wordt bepaald door de
vorm van de botuiteinden, gewrichtsbanden en het gewrichtskapsel en de spieren
rondom het gewricht.
- Gewrichten kunnen bestaan uit allen bindweefsel, allen kraakbeen of worden gevormd
door een gewrichtsholte met een kapsel eromheen (synoviale gewrichten, meest
bewegelijk en komen het meest voor).
- Onderscheiden synoviale gewrichten en bewegingen:
• Scharniergewricht: beweging (buigen en strekken) in 1 vlak (knieën)
• Rolgewricht: beweging waarbij het ene bot om het andere bot heen draait
(ellepijp)
• Ellipsoïde gewricht: beweging in meerdere richtingen mogelijk (pols)
• Zadelgewricht: beweging in meerdere richtingen mogelijk (in de duim)
• Kogelgewricht: beweging in meerdere richtingen mogelijk (schouder)
- Synoviale gewrichten bestaat uit verschillende weefsels:
• Ligamenten: gewrichtsbanden houden de botten van een synoviaal gewricht bij
elkaar
• Capsula articularis: gewrichtskapsel om het gewricht heen, waarbinnen de
gewrichtsholte bevindt. Binnenste laag van het gewrichtskapsel bestaat uit de
membrana synovialis.
• Membrana synovialis: gewrichtsslijmvlies produceert de synoviale vloeistof.
• Synoviale vloeistof: stroperige vloeistof zorgt voor soepele beweging van de
gewrichten.
• Kraakbeen: langs elkaar bewegende botuitienden zijn bekleed met een laag
kraakbeen, die de wrijving vermindert.
Spieren
- Skeletspieren bestaan uit dwarsgestreept spierweefsel.
- Skeletspieren zitten met pezen stevig vast aan botten.
- Belangrijkste functie van spieren is beweging. Daarnaast geven ze stabiliteit aan het
lichaam.
- Spieren bestaan uit bundels spiervezels die worden omgeven door een bindweefsellaag.
- Wanneer elektrische prikkels vanuit de zenuwen via neuromuscualaire synaps de
motorische eindplaat bereiken, trekken spiervezels zich samen -> spier wordt dan korter.
- Als spieren die een gewricht ontkruisen samentrekken, veroorzaken ze beweging in het
betreffende gewricht.
Veelvoorkomende symptomen: Flashcards!!!
Diagnostisch onderzoek
Lichamelijk onderzoek
- Houding en positie van zorgvrager geïnspecteerd.
- Actief en passief bewegingsonderzoek verricht om te zien waar de pijn en beperkingen in
het bewegingsapparaat zitten.