www.tipsenadvies.nl
www.fiscalert.nl
Externe effecten zijn effecten van productie en consumptie die in de verkoopprijs niet zijn
meegenomen / geen onderdeel zijn van de verkoopprijs.
Extern karakter wil zeggen
● Niet meenemen
● Niet terugvinden in formules over omzet / kosten van het bedrijf
● In de markt zijn deze gegevens niet te vinden
De effecten grijpen wel in op de welvaart van burgers
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemerschap
Formele economie -> normale economische transacties
Informele economie -> huishoudelijk werk, doe-het-zelf activiteiten en vrijwilligerswerk
Macro -> economische systemen, nationaal internationaal niveau (alles)
Meso -> bedrijfstak, sectoren (extern)
Micro -> gezinnen en huishoudens (intern)
Ceteris paribus (CP) -> alle overige factoren veranderen niet
Geaggregeerde grootheden -> zijn economische begrippen, die zijn
samengevoegd/opgeteld worden uit andere grootheden
Examen: collectieve behoefte, informeel en formeel (is het formele- of informele economie,
micro, macro, meso
Conjunctuur of fluctuatie is de verandering van het groeipercentage van de economie/de
productie op korte termijn.
De gemiddelde groei over de lange termijn noemen we de trendmatige groei.
,Leer de kenmerken van de fasen in de (laag)conjunctuur
,Hoofdstuk 1
Primaire en secundaire behoeften
Primair: bijvoorbeeld voedsel en onderdak
Secundair: bijvoorbeeld een televisie, auto, vakantie
Stoffelijke en onstoffelijke behoeften
Stoffelijk: tastbaar, bijvoorbeeld telefoon
Onstoffelijk: ontastbaar, bijvoorbeeld een theathervoorstelling
Individuele en collectieve behoeften
Individueel: wordt door een individu zelf ingevuld, bijvoorbeeld nieuwe kleding
Collectief: wordt door de overheid ingevuld, bijvoorbeeld infrastructuur
Omdat we met de schaars beschikbare middelen keuzes moeten maken, noemen we deze
schaarse beschikbare middelen ook wel ‘alternatief aanwendbare middelen’. Ze zijn namelijk
aan te wenden voor tal van mogelijke alternatieven.
‘Schaars’ is niet hetzelfde als ‘zeldzaam’. Geld is namelijk niet zeldzaam, maar wel schaars.
Schaars betekent dat het ‘op’ kan gaan, zeldzaam betekent dat er niet veel van is/zijn.
Je kunt op verschillende manieren inkomen verwerven (productiefactoren):
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemerschap
Macro -> economische systemen, nationaal internationaal niveau (alles)
Meso -> bedrijfstak, sectoren (extern)
Micro -> gezinnen en huishoudens (intern)
Welvaart in enge zin, waarbij we alleen kijken naar de behoeftebevrediging met koopkracht
(reële inkomen).
Welvaart in enge zin wordt vaak uitgedrukt in het (reële) BBP per hoofd van de bevolking.
Welvaart in ruime zin, waarbij we ook kijken naar behoeftebevrediging met andere
schaarse middelen, zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid vrije tijd of een gezond milieu.
Begrippen
Schaarste De spanning tussen de oneindige
behoeften en de eindige middelen
Welvaart De mate waarin de spanning tussen
oneindige behoeften en eindige middelen is
opgeheven. De mate waarin iemand in zijn
of haar behoeften kan voorzien met
middelen die schaars zijn
, Welzijn De mate waarin iemand gelukkig is
Consumptie Het aanwenden van goederen/diensten
voor de bevrediging van behoeften
Formele economie Het geheel van economische activiteiten
dat wordt vastgelegd in de officiële
overheidsstatistieken
Informele economie Alle economische activiteiten die niet
worden vastgelegd in de officiële
overheidsstatistieken. Huishoudelijk werk,
doe-het-zelf activiteiten en vrijwilligerswerk
Productie Het geschikt maken van goederen en
diensten voor gebruik
Welvaart in enge zin Als men alleen kijkt naar materiële zaken bij
het bepalen van de welvaart
Ceteris paribus De overige omstandigheden gelijkblijvend
Hoofdstuk 2
Wanneer de intrinsieke waarde gelijk of groter is dan de nominale waarde, spreken we van
intrinsiek volwaardige munten. Wanneer de intrinsieke waarde kleiner is dan de nominale
waarde, spreken we van intrinsiek onvolwaardige munten en bankbiljetten.
Stel je voor dat een munt van 1 euro gemaakt zou zijn van goud. Als je deze euro dan zou
omsmelten zou het goud dat je overhoudt meer waard zijn dan 1 euro. In dit geval is de
intrinsieke waarde van het geld hoger dan de nominale waarde. De intrinsieke waarde van
geld verwijst naar de waarde van het materiaal dat wordt gebruikt om geld te maken. In het
geval van een munt van 1 of 2 euro gaat het dus om de waarde van de metalen die gebruikt
worden om deze munten te maken. In het geval van papiergeld gaat het om de waarde van
het papier dat wordt gebruikt om briefjes van bijvoorbeeld 50 euro te maken. De intrinsieke
waarde van papiergeld is dus laag: papier is niet erg duur.
Intrinsieke waarde: werkelijke waarde die de munt vertegenwoordigt
Nominale waarde: de waarde die eraan toegekend wordt
Functies van geld:
Ruilmiddel
Rekeneenheid
Oppotmiddel
In ieder land is een bepaalde hoeveelheid geld in omloop. Dit wordt maatschappelijke
geldhoeveelheid genoemd. Dit wordt vaak aangeduid met M1: Al het chartale en girale geld
in handen van het publiek.
M1 Maatschappelijke of enge Chartaal geld in handen van
www.fiscalert.nl
Externe effecten zijn effecten van productie en consumptie die in de verkoopprijs niet zijn
meegenomen / geen onderdeel zijn van de verkoopprijs.
Extern karakter wil zeggen
● Niet meenemen
● Niet terugvinden in formules over omzet / kosten van het bedrijf
● In de markt zijn deze gegevens niet te vinden
De effecten grijpen wel in op de welvaart van burgers
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemerschap
Formele economie -> normale economische transacties
Informele economie -> huishoudelijk werk, doe-het-zelf activiteiten en vrijwilligerswerk
Macro -> economische systemen, nationaal internationaal niveau (alles)
Meso -> bedrijfstak, sectoren (extern)
Micro -> gezinnen en huishoudens (intern)
Ceteris paribus (CP) -> alle overige factoren veranderen niet
Geaggregeerde grootheden -> zijn economische begrippen, die zijn
samengevoegd/opgeteld worden uit andere grootheden
Examen: collectieve behoefte, informeel en formeel (is het formele- of informele economie,
micro, macro, meso
Conjunctuur of fluctuatie is de verandering van het groeipercentage van de economie/de
productie op korte termijn.
De gemiddelde groei over de lange termijn noemen we de trendmatige groei.
,Leer de kenmerken van de fasen in de (laag)conjunctuur
,Hoofdstuk 1
Primaire en secundaire behoeften
Primair: bijvoorbeeld voedsel en onderdak
Secundair: bijvoorbeeld een televisie, auto, vakantie
Stoffelijke en onstoffelijke behoeften
Stoffelijk: tastbaar, bijvoorbeeld telefoon
Onstoffelijk: ontastbaar, bijvoorbeeld een theathervoorstelling
Individuele en collectieve behoeften
Individueel: wordt door een individu zelf ingevuld, bijvoorbeeld nieuwe kleding
Collectief: wordt door de overheid ingevuld, bijvoorbeeld infrastructuur
Omdat we met de schaars beschikbare middelen keuzes moeten maken, noemen we deze
schaarse beschikbare middelen ook wel ‘alternatief aanwendbare middelen’. Ze zijn namelijk
aan te wenden voor tal van mogelijke alternatieven.
‘Schaars’ is niet hetzelfde als ‘zeldzaam’. Geld is namelijk niet zeldzaam, maar wel schaars.
Schaars betekent dat het ‘op’ kan gaan, zeldzaam betekent dat er niet veel van is/zijn.
Je kunt op verschillende manieren inkomen verwerven (productiefactoren):
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemerschap
Macro -> economische systemen, nationaal internationaal niveau (alles)
Meso -> bedrijfstak, sectoren (extern)
Micro -> gezinnen en huishoudens (intern)
Welvaart in enge zin, waarbij we alleen kijken naar de behoeftebevrediging met koopkracht
(reële inkomen).
Welvaart in enge zin wordt vaak uitgedrukt in het (reële) BBP per hoofd van de bevolking.
Welvaart in ruime zin, waarbij we ook kijken naar behoeftebevrediging met andere
schaarse middelen, zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid vrije tijd of een gezond milieu.
Begrippen
Schaarste De spanning tussen de oneindige
behoeften en de eindige middelen
Welvaart De mate waarin de spanning tussen
oneindige behoeften en eindige middelen is
opgeheven. De mate waarin iemand in zijn
of haar behoeften kan voorzien met
middelen die schaars zijn
, Welzijn De mate waarin iemand gelukkig is
Consumptie Het aanwenden van goederen/diensten
voor de bevrediging van behoeften
Formele economie Het geheel van economische activiteiten
dat wordt vastgelegd in de officiële
overheidsstatistieken
Informele economie Alle economische activiteiten die niet
worden vastgelegd in de officiële
overheidsstatistieken. Huishoudelijk werk,
doe-het-zelf activiteiten en vrijwilligerswerk
Productie Het geschikt maken van goederen en
diensten voor gebruik
Welvaart in enge zin Als men alleen kijkt naar materiële zaken bij
het bepalen van de welvaart
Ceteris paribus De overige omstandigheden gelijkblijvend
Hoofdstuk 2
Wanneer de intrinsieke waarde gelijk of groter is dan de nominale waarde, spreken we van
intrinsiek volwaardige munten. Wanneer de intrinsieke waarde kleiner is dan de nominale
waarde, spreken we van intrinsiek onvolwaardige munten en bankbiljetten.
Stel je voor dat een munt van 1 euro gemaakt zou zijn van goud. Als je deze euro dan zou
omsmelten zou het goud dat je overhoudt meer waard zijn dan 1 euro. In dit geval is de
intrinsieke waarde van het geld hoger dan de nominale waarde. De intrinsieke waarde van
geld verwijst naar de waarde van het materiaal dat wordt gebruikt om geld te maken. In het
geval van een munt van 1 of 2 euro gaat het dus om de waarde van de metalen die gebruikt
worden om deze munten te maken. In het geval van papiergeld gaat het om de waarde van
het papier dat wordt gebruikt om briefjes van bijvoorbeeld 50 euro te maken. De intrinsieke
waarde van papiergeld is dus laag: papier is niet erg duur.
Intrinsieke waarde: werkelijke waarde die de munt vertegenwoordigt
Nominale waarde: de waarde die eraan toegekend wordt
Functies van geld:
Ruilmiddel
Rekeneenheid
Oppotmiddel
In ieder land is een bepaalde hoeveelheid geld in omloop. Dit wordt maatschappelijke
geldhoeveelheid genoemd. Dit wordt vaak aangeduid met M1: Al het chartale en girale geld
in handen van het publiek.
M1 Maatschappelijke of enge Chartaal geld in handen van