Definities van weer en klimaat:
Weer: De toestand van de dampkring op een bepaalde plaats en een bepaalde tijd.
Klimaat: De gemiddelde weerstoestand gemeten over een lange periode van 30 jaar.
Elementen van het weer:
De temperatuur
De neerslag
De wind
Paragraaf 1
In Mali wonen Toearegs > nomaden.
Een zandstorm > harmattan
Canadese sneeuwstorm > blizzard
Mecanicien > iemand in Mali die auto’s repareert
Araouane > woestijndorpje
Tombouctou > dorpje aan de rand van de woestijn
Paragraaf 2
Soorten klimaten:
A klimaat: tropisch klimaat
Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is hoger dan 18°C
B klimaat: droog (aride) klimaat
Te weinig neerslag voor boomgroei permanente rivieren kunnen hier niet hun oorsprong hebben
C klimaat: gematigde klimaten (maritiem/zee)
Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is tussen -3°C en 18°C
D klimaat: landklimaat (continentale klimaten)
Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is lager dan -3°C maar gemiddelde temperatuur van
de warmste maand is hoger dan 10°C
E klimaat: poolklimaat (polaire klimaten)
Gemiddelde temperatuur van de koudste maand is lager dan -3°C en de gemiddelde temperatuur
van de warmste maand is lager dan 10°C
, Af: tropisch regenwoudklimaat
Am: moessonklimaat
Aw/As: tropisch savanneklimaat
BS : steppeklimaat (semi-ariade)
Jaarlijks valt er ongeveer tussen de 200 en 400 mm neerslag.
BW: woestijnklimaat (ariade)
Jaarlijks valt er ongeveer minder dan 200 mm neerslag
Cf: zeeklimaat of maritiem klimaat
Cs: mediterraan klimaat (middellandse-zee klimaat)
Cw: chinaklimaat
Df: land/continentaal klimaat met neerslag gedurende het hele jaar
Dw: land/continentaal klimaat met droge winters
Ds: land/continentaal klimaat met droge zomers
ET: toendraklimaat
In de warmste maand ligt de temperatuur tussen de 0 en 10 graden.
EF: ijsklimaat
Het hele jaar door ligt de gemiddelde maandtemperatuur onder het vriespunt.
EH: hooggebergteklimaat
Deze naam wordt toegekend wanneer een gebied op lagere breedtes dan 70 graden liggen,
bijvoorbeeld de Alpen.
E
C/D
B
A
B
C/D
E