Samenvatting Pathologie Hoofdstuk 16 Aandoeningen van het motorische stelsel
16.1 Anatomie en fysiologie in het kort
Bottengeven volume en beschermen
inwendige organen en het centrale zenuwstelsel
Gewrichtenverbinding tussen botten, maakt
beweging mogelijk
Pezenverbinden skeletspieren en botten
Spierenstabiliteit
Spieren die gewricht
overkruisensamentrekkenkorterbeweging in gewricht
,Antagonistische (=tegengestelde) werking
Strekking armtriceps
Buiging armbiceps
Stabiliseren gewrichtongewenste beweging voorkomen
Botweefsel lijkt inertvoortdurend veranderingen
Botontwikkeling, groei en homeostaseberusten op wisselwerking tussen mineralen, eiwitten en
levende cellen
Calcium en fosfaatbelangrijkste mineralen van botteningebed in collageen (=belangrijkste eiwit
bot)
Mineralenhardheid en stevigheid aan botten
Collageenbuigzaamheid bot
Osteocytenbotcellen
Osteblastenbotvormende cellen
Osteoclastenbot afbrekende cellen
Voedingstoffen bottenvia speciaal stelsel van bloedvaten in botmatrix
4 soorten botten
- Pijnbeenderen
- Korte beenderen
- Platte beenderen
- Onregelmatige beenderen
Substania compacta (compact bot)stevige buitenlaag bot
Compact botdichte structuur waarin cellen, mineralen, eiwitten en bloedvaten op regelmatige
wijze zijn gerangschikt
Substania spongiosaspongieus
Spongieus bottalloze beenmerg gevulde holten
Rode beenmergvorming bloedcellen
Geboorteoveral rode beenmerg
5de levensjaarrode beenmerg geleidelijk vervangen door geel beenmerg
Rode beenmerg in pijpbeenderen (behalve kop humerus (=opperarmbeen) en fumr (=dijbeen)
vervangen
Geel beenmergvooral vet
Cavitas medullaris (=centrale mergholte in diafyse (=schacht) van lange pijpbeenderen)gevuld met
geel beenmerg
, Epifysairschijf (=groeischijf)groei pijpbeenderenzone met kraakbeen aan uiteinde van
botvorming nieuw botlengtegroei van bot vindt plaats tot bot volgroeid is
Kraakbeen gaat over in been
Beschadiging groeischijfvolwassenlengte niet bereikt
Periosteum (=beenvlies)sterk doorbloede bindweefsellaag die opp. Botten bekleedt
Periostbevat botvormende cellen en dient als aanhechtingsplaats voor pezen
Gewrichtenscharnierpunten tussen botten
Mate van beweeglijkheidsoort gewricht en wordt bepaald door vorm botuiteinden en kapsel
Meest beweeglijkehumerus (=opperarmbeen), scapula (=schouderblad)ook meest gevoelige
dislocatie (=ontwrichting)
Ligamentenhoudt articulerende botten van synoviaal gewricht bij elkaar
Compacte bundels collageenvezelsversterken membrana fibrosa (=buitenste laag) van capsula
articularis (=gewrichtskapsel en geven gewrichten stevigheid
Binnenste laag gewrichtskapselmembrana synovialis (=gewrichtslijmvliesproduceert synoviaal
vocht (synovia, gewrichtsvloeistof)smeermiddel
Met synoviaal gevulde zakjes (=bursae (slijmbeurzen)verminderd wrijving tussen botten en weke
delen
Kraakbeenbekleed bekledende botuiteindenverminderd wrijving
Skeletspieren, willekeurige spierenmet pezen aan botten
Willekeurige spierenbv. gelaatspierenvast aan huid
Spierenbundels spiervezelsomgeven door bindweefsellaag
Elektrische prikkels via zenuwen motorische eindplaat bereiktspiervezels trekken
samenbeweging botten
Neurologisch afwijkingenmanifisteren als spierziekteafwijkingen overgang ruggenmerg naar
zenuw, zenuwen, overgang zenuw naar spierneuromusculaire aandoeningen: postpoliosyndroom,
amyotrofische laterale sclerose en myasthenia gravis
Soorten spierweefsel
- Dwarsgestreept
- Glad spierweefsel
- Hartspierweefsel alleen in wart
Glad- /onwillekeurig spierweefselin wand van inwendige organen en bloedvaten
16.2 Diagnostisch onderzoek
- Beeldvormend onderzoek
- Röntgenonderzoek en CTfracturen (=botbreuken), dislocatie (=ontwrichting), misvorming
van botten en pathologische calcificaties (=verkalking)
- MRImagnetische velden
16.1 Anatomie en fysiologie in het kort
Bottengeven volume en beschermen
inwendige organen en het centrale zenuwstelsel
Gewrichtenverbinding tussen botten, maakt
beweging mogelijk
Pezenverbinden skeletspieren en botten
Spierenstabiliteit
Spieren die gewricht
overkruisensamentrekkenkorterbeweging in gewricht
,Antagonistische (=tegengestelde) werking
Strekking armtriceps
Buiging armbiceps
Stabiliseren gewrichtongewenste beweging voorkomen
Botweefsel lijkt inertvoortdurend veranderingen
Botontwikkeling, groei en homeostaseberusten op wisselwerking tussen mineralen, eiwitten en
levende cellen
Calcium en fosfaatbelangrijkste mineralen van botteningebed in collageen (=belangrijkste eiwit
bot)
Mineralenhardheid en stevigheid aan botten
Collageenbuigzaamheid bot
Osteocytenbotcellen
Osteblastenbotvormende cellen
Osteoclastenbot afbrekende cellen
Voedingstoffen bottenvia speciaal stelsel van bloedvaten in botmatrix
4 soorten botten
- Pijnbeenderen
- Korte beenderen
- Platte beenderen
- Onregelmatige beenderen
Substania compacta (compact bot)stevige buitenlaag bot
Compact botdichte structuur waarin cellen, mineralen, eiwitten en bloedvaten op regelmatige
wijze zijn gerangschikt
Substania spongiosaspongieus
Spongieus bottalloze beenmerg gevulde holten
Rode beenmergvorming bloedcellen
Geboorteoveral rode beenmerg
5de levensjaarrode beenmerg geleidelijk vervangen door geel beenmerg
Rode beenmerg in pijpbeenderen (behalve kop humerus (=opperarmbeen) en fumr (=dijbeen)
vervangen
Geel beenmergvooral vet
Cavitas medullaris (=centrale mergholte in diafyse (=schacht) van lange pijpbeenderen)gevuld met
geel beenmerg
, Epifysairschijf (=groeischijf)groei pijpbeenderenzone met kraakbeen aan uiteinde van
botvorming nieuw botlengtegroei van bot vindt plaats tot bot volgroeid is
Kraakbeen gaat over in been
Beschadiging groeischijfvolwassenlengte niet bereikt
Periosteum (=beenvlies)sterk doorbloede bindweefsellaag die opp. Botten bekleedt
Periostbevat botvormende cellen en dient als aanhechtingsplaats voor pezen
Gewrichtenscharnierpunten tussen botten
Mate van beweeglijkheidsoort gewricht en wordt bepaald door vorm botuiteinden en kapsel
Meest beweeglijkehumerus (=opperarmbeen), scapula (=schouderblad)ook meest gevoelige
dislocatie (=ontwrichting)
Ligamentenhoudt articulerende botten van synoviaal gewricht bij elkaar
Compacte bundels collageenvezelsversterken membrana fibrosa (=buitenste laag) van capsula
articularis (=gewrichtskapsel en geven gewrichten stevigheid
Binnenste laag gewrichtskapselmembrana synovialis (=gewrichtslijmvliesproduceert synoviaal
vocht (synovia, gewrichtsvloeistof)smeermiddel
Met synoviaal gevulde zakjes (=bursae (slijmbeurzen)verminderd wrijving tussen botten en weke
delen
Kraakbeenbekleed bekledende botuiteindenverminderd wrijving
Skeletspieren, willekeurige spierenmet pezen aan botten
Willekeurige spierenbv. gelaatspierenvast aan huid
Spierenbundels spiervezelsomgeven door bindweefsellaag
Elektrische prikkels via zenuwen motorische eindplaat bereiktspiervezels trekken
samenbeweging botten
Neurologisch afwijkingenmanifisteren als spierziekteafwijkingen overgang ruggenmerg naar
zenuw, zenuwen, overgang zenuw naar spierneuromusculaire aandoeningen: postpoliosyndroom,
amyotrofische laterale sclerose en myasthenia gravis
Soorten spierweefsel
- Dwarsgestreept
- Glad spierweefsel
- Hartspierweefsel alleen in wart
Glad- /onwillekeurig spierweefselin wand van inwendige organen en bloedvaten
16.2 Diagnostisch onderzoek
- Beeldvormend onderzoek
- Röntgenonderzoek en CTfracturen (=botbreuken), dislocatie (=ontwrichting), misvorming
van botten en pathologische calcificaties (=verkalking)
- MRImagnetische velden