Hoofdstukken 1, 2, 3, 4, 11, 14.1 t/m 14.4 en de sleutels
1, 2 en 3
Hoofdstuk 1: Intersectionaliteit
Intersectionaliteit: Dit concept beschrijft hoe verschillende identiteitsaspecten
(zoals gender, etniciteit, seksualiteit, klasse en religie) elkaar overlappen en de
sociale positie van een persoon beïnvloeden. Dit leidt tot unieke ervaringen van
privilege of discriminatie op het ‘kruispunt’ van deze identiteiten. Dit concept
wordt ook wel kruispuntdenken genoemd.
Maatschappelijke ordeningsprincipes: Verschillende aspecten die een
geprivilegieerde of benadeelde positie kunnen vooroorzaken, zoals gender,
etniciteit, klasse, seksuele geaardheid, leeftijd, enz. Ook bekend als
‘kruispunten’.
Verschil tussen 2 bovenste begrippen: Intersectionaliteit kijkt naar hoe die
ordeningsprincipes elkaar kruisen. Maatschappelijke ordeningsprincipes zijn de
‘assen’ van verschil.
Intersectionele discriminatie: Deze term benadrukt de verwevenheid tussen
gender en etniciteit. Bijv: discriminatie/racisme/uitsluiting treft zwarte vrouwen
anders dan zwarte mannen. (term geïntroduceerd door Kimberlé Crenshaw in
2001).
ZMV-vrouwen-beweging: Zwarte, migranten- en vluchtelingvrouwen. (Volgens
Nancy Jouwe (2017) was deze beweging al ‘intersectioneel voordat het woord
überhaupt bestond’.)
Kruispuntdenken: Vertaling van het Amerikaanse intersectionality. (Begrip
geïntroduceerd door Wekker en Lutz in de publicatie Caleidoscopische visies
(2001).)
Intersectionele analyse is vooral een geschikt instrument gebleken om
maatschappelijke ongelijkheid, in- en uitsluitingsmechanismen en
machtsverhoudingen te beschrijven en analyseren.
Machtsverhoudingen vormen de basis van maatschappelijke ongelijkheid,
ongelijke behandeling en uitsluiting. Sommige mensen ondervinden van deze
machtsposities structureel voordeel en sommige structureel nadeel.
Bij het gescheiden hanteren van ordeningsprincipes worden mensen in aparte
stukjes identiteiten opgesplitst. Alsof iemand alleen maar één bepaalde identiteit
kan hebben. Dit kan al gauw leiden tot stigmatisering, zoals dé moslim, dé homo,
dé vrouw. Tevens bestaat hierdoor ook de neiging tot ééndimensionaal denken
wat leidt tot de gedachte dat er maar één waarheid is.
Gender is een maatschappelijke constructie / maatschappelijk systeem dat
betekenis geeft aan de biologische verschillen tussen mannen. Hieronder wordt
zichtbaar hoe gender werkzaam is op de niveaus: persoonlijk, symbolisch en
institutioneel:
1
, - Persoonlijk niveau: Gender organiseert de samenleving door
eigenschappen toe te schrijven aan mannen en vrouwen, vrouwen zijn
emotioneel en mannen zijn rationeel.
- Symbolisch niveau: Verschillende waardering dat wordt toegekend aan
datgene wat mannen en vrouwen doen: mannelijkheid wordt in het
algemeen hoger gewaardeerd dan vrouwelijkheid.
- Institutioneel (maatschappelijk) niveau: Vrouwen zorgen voor het
huishouden en mannen zijn kostwinners.
De gangbare manier van denken over verschil wordt gekenmerkt door:
- Statisch denken: Een man blijft man, een vouw blijft vrouw, een geboren
Nederlander kan nooit een migrant worden.
- Eendimensionaliteit (of-of-denken): Man óf vrouw, geboren
Nederlander óf migrant.
- Binariteit: Man versus vrouw, homo versus hetero, geboren Nederlander
versus migrant.
- Hiërarchie en macht.
- Uitsluiting
Intersectionaliteit is een manier van denken, handelen en kijken die gekenmerkt
wordt door:
- Dynamisch denken: Manier van denken waarbij je verschillende
maatschappelijke assen van verschil in samenhang bekijkt. Het laat zien
dat mensen niet worden beïnvloed door één factor, maar door de
combinatie van meerdere kenmerken.
- Inclusiviteit: Het ‘erbij willen horen’, het gevoel van beloning. Een
belangrijke kernwaarde bij inclusie is: waardigheid.
- Verwevenheid en gelijktijdigheid van de ordeningsmechanismen:
Verschillende vormen van ongelijkheid kunnen tegelijk en in samenhang
invloed hebben op mensen. Ze zijn met elkaar verstrengeld en kunnen
elkaar versterken.
- Meervoudigheid: Je identiteit bestaat uit meerdere deelidentiteiten. Men
denkt niet vanuit één perspectief, het of-of-perspectief, maar vanuit een
meervoudig denken, het én-én-perspectief.
Gangbaar denken Intersectioneel denken
Binair Complementair
Hiërarchie Verweven en gelijktijdig
Uitsluiting en statisch (hokjesdenken) Insluiting en dynamisch (er is ruimte
voor anders zijn)
Eendimensionaal (enkelvoudig Multidimensionaal (meervoudig
perspectief) perspectief)
Een belangrijke inspiratiebron bij de thema’s insluiting en uitsluiting is de
caleidoscopische visie, waarbij men vanuit een meervoudig/intersectioneel
perspectief naar zichzelf en zijn omgeving kan kijken.
Methode van Mari Matsuda: ‘de andere vraag stellen’: Met deze methode
kan de analyse van een vraagstuk verbreed of verdiept worden als het probleem
2
, vanuit een andere positie of dimensie wordt benaderd: vanuit een meervoudig
perspectief.
Praktisch voorbeeld van ‘de andere vraag’ stellen:
- Een zwarte vrouw in een witte blouse loopt langs in een restaurant; ze
wordt aangesproken als serveerster. Zou dit ook gebeurd zijn als het om
een witte vrouw ging?
conclusie
Intersectionaliteit gaat in tegen het wij-zij denken, dat verbinding in de weg
staat. Intersectionaliteit staat voor ‘ons’-denken: meervoudig en inclusief
denken.
Voor de groei van ontwikkeling van mens en samenleving is het noodzakelijk dat
sociale professionals van perspectief kunnen wisselen: kijken door de bril van de
‘vreemde ander’.
Hoofdstuk 2: Superdiversiteit
Superdiversiteit: Er zijn verschillende mensen die ook weer op veel manieren
van elkaar verschillen, niet alleen in afkomst, maar ook in taal, religie, status en
levensstijl.
Diversiteit in de diversiteit: Er bestaan verschillen binnen groepen. Geen
enkele groep is één geheel; mensen verschillen ook binnen hun eigen ‘categorie’,
zoals binnen de groep vrouwen, migranten of jongeren.
Het blijkt dat het begrip superdiversiteit nog steeds op vele manieren wordt
geïnterpreteerd. Vertovec (2013) geeft bijvoorbeeld aan dat het begrip nog
steeds (onterecht) wordt gebruikt om “zeer grote diversiteit” aan te duiden,
waarmee men meestal bedoelt dat het gaat om een groot aantal verschillende
etnische achtergronden. Het blijft dus belangrijk om kritisch te kijken naar hoe de
term superdiversiteit wordt geïnterpreteerd. Vertovec waarschuwt daarbij dat de
dimensies van differentiatie die hij beschrijft niet bedoeld zijn om categorieën te
maken, maar om de complexiteit van diversiteit weer te geven.
Dimensies van differentiatie waaruit diversiteit kan bestaan, en vooral de
interactie van die domeinen, maakt dat we kunnen spreken van
superdiversiteit.
Voorbeelden van dimensies van differentiatie in migratie(stromen):
- Etniciteit
- Immigratiestromen
- Land van herkomst
- Talen
- Religie
- Migratiekanalen en immigratiestatus *
- Geslacht
- Leeftijd
- Geografische spreiding
- Transnationalisme en transmigratie
3