LEH 5: HET ONDERZOEKSPLAN
INFORMATIE OP BRIGHTSPACE
Introductie LEH 5
In deze LEH (LEH 5) staat centraal: Het onderzoeksplan.
Besproken wordt:
De noodzaak om eerst bestaande literatuur te bestuderen.
De onderdelen van het onderzoeksplan; incl. de verantwoording ervan.
Voorbeelden van onderzoeksplannen
Let op!
In BirghtSpace voor LEH 5 wordt soms verwezen naar literatuur die niet in het overzicht met
verplichte bronnen staat. Deze hoef je niet te bestuderen voor de VK of het tentamen; lezen mag
uiteraard uit interesse. Kortom; deze bronnen behoren dus niet tot de tentamenstof.
Leerdoelen
Na het afronden van LEH 5 kun je:
uitleggen waarom het noodzakelijk is om u als eerste stap in het onderzoeksplan te
verdiepen in de bestaande literatuur alvorens van start te gaan met het schrijven van een
onderzoeksplan;
uitleggen hoe u bepaalt waarover u een onderzoeksplan gaat schrijven;
uitleg geven over de verschillende onderdelen en vereisten van het onderzoeksplan en hun
belang;
kritisch reflecteren op de verantwoording van het onderzoek (in de inleiding of een
onderzoeksplan) van onderzoekers.
Bronnen
G. van Dijck e.a., Methoden van rechtswetenschappelijk onderzoek, Den Haag: Boom
Juridisch 2023, hoofdstuk 2, 3 en 4 (en 5 als herhaling).
R.A.J. van Gestel e.a., ‘Rechts-wetenschappelijke artikelen. Naar criteria voor
methodologische verantwoording’, NJB 2007/1243, afl. 24.
Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014, par. 3.2 (nr. 44-50), (te raadplegen via InView).
M. Snel, ‘De "goede" onderzoeksopzet als succesfactor voor de juridische scriptie’, Ars
Aequi 2017, p. 748-754.
Pagina 1 van 65
,Verdieping in de bestaande literatuur als eerste stap
Bij de bepaling van het onderzoeksthema spelen verschillende criteria een rol, namelijk:
1. Affiniteit met het onderzoeksthema
2. Expertise
3. Originaliteit
4. Persoonlijke eigenschappen van de onderzoeker
5. Beschikbare begeleiding
Ook als je o.b.v. deze criteria een onderzoeksthema hebt gekozen, kan je nog niet direct beginnen
met het schrijven van het onderzoeksplan.
Je kan pas beginnen met het schrijven van een onderzoeksplan nadat je voldoende hebt ingelezen
(literatuuronderzoek). Wat ‘voldoende’ is hangt af van het gekozen onderzoeksonderwerp.
Belangrijk hierbij is:
1. Verdieping in de literatuur
Lees grondig de beschikbare werken over het onderzoeksthema. Verdiep je in de huidige
stand van zaken.
2. Begin klein
Stat bijv. met vijf relevante artikelen uit InView of Legal Intelligence.
3. Let op actualiteit van de literatuur
Gebruik recente en relevante literatuur.
4. Bereid uit via de sneeuwbalmethode
Volg voetnoten in de gevonden bronnen en zoek regelmatig opnieuw in de databases.
5. Raadpleeg standaardwerken
Zoals de Asser-serie en de Groene-serie (via InView).
6. Stopcriterium
Wanneer je nauwelijks nieuwe bronnen vindt, is je literatuuronderzoek meestal voldoende;
je hebt dan mogelijk voldoende bronnen gevonden, je kennis is voldoende op peil om te
kunnen bepalen hoe je zelf nieuwe kennis kan toevoegen aan het bestaande
wetenschappelijk debat. Dit geeft je de mogelijkheid om te bepalen wat je zelf gaat
onderzoeken.
Na je literatuuronderzoek is de volgende stap: het afbakenen van het onderzoeksonderwerp en het
kiezen van een invalshoek – het onderzoeksonderwerp moet geschikt worden gemaakt voor
rechtswetenschappelijk onderzoek. Het is daarbij – dus bij het afbakenen van je
onderzoeksonderwerp en keuze van invalshoek - belangrijk dat je onderzoek vernieuwing toevoegt
aan de bestaande kennis; dat kan bijv. door:
Een nieuw juridisch probleem te identificeren;
Een nieuwe methode toe te passen op het een juridisch probleem;
Vernieuwende oplossingen te formuleren voor een juridisch probleem;
Een nieuwe ontwikkeling juridisch te duiden;
Een extra aspect aan een bestaande discussie toe te voegen;
Een arrest van de HR anders te interpreteren;
Het bekijken van de invulling van de feitenrechtspraak t.o.v. rechtspraak van de HR;
Rechtsvergelijkend onderzoek te doen.
Je onderzoek moet dus een innovatief element bevatten. Het is niet de bedoeling de bestaande
literatuur samen te vatten, maar nieuw onderzoek verricht en daarmee een bijdrage levert aan het
wetenschappelijk debat over je onderzoeksthema.
Pagina 2 van 65
,De onderdelen van een onderzoeksplan
Je onderzoeksplan bestaat uit verschillende onderdelen die je doordacht en zorgvuldig moet
uitwerken. Het voorafgaande literatuuronderzoek (ofwel literatuurstudie) – zoals hiervoor besproken
– levert hiervoor de benodigde basisinformatie.
In je onderzoeksplan verantwoord je wat je gaat onderzoeken, waarom en hoe.
Een goed doordracht onderzoeksplan voorkomt dat je:
Vastloopt tijdens het onderzoek;
Iets onderzoekt dat al is gedaan;
Onvoldoende vernieuwend werkt.
Het grote denkwerk aan het begin van het scriptietraject levert dus veel voordelen op.
Drie criteria voor methodologische verantwoording:
1. Een scherp omlijnde en verantwoorde probleemstelling (onderzoeksvraag);
2. Zorgvuldig bronnengebruik;
3. Een consistente presentatie van onderzoeksresultaten en conclusies in het licht van de
gekozen probleemstelling (onderzoeksvraag).
Door deze criteria al bij het schrijven van je onderzoeksvoorstel te hanteren, voorkom je dat je ‘’uit
de losse pols’’ werkt.
Alles wat je verwerkt en schrijft moet je verantwoorden – dit leer je in deze cursus.
Het onderzoeksplan bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Probleemanalyse
2. Onderzoeksvraag
3. Wetenschappelijke relevantie
4. Maatschappelijke relevantie
5. Methoden
Deze onderdelen worden nader uitgelicht.
De probleemanalyse
Je begint met een probleemanalyse: aan je onderzoek moet een probleem ten grondslag liggen. Dit
probleem vloeit voort uit je literatuuronderzoek en evt. uit recente ontwikkelingen.
Het literatuuronderzoek levert op:
Een onderzoeksvraag;
De tekst waarin deze onderzoeksvraag wordt geïntroduceerd en ingebed.
Het centrale probleem moet dus zijn ingebed (ofwel verankerd) in bestaande literatuur en voorzien
van voldoende bronverwijzingen – Vranken geeft een goede toelichting hierop in zijn algemeen
deel:
'De eis van nieuwheid impliceert dat de rechtswetenschappelijke onderzoeker in de eerste plaats
zijn onderzoek moet situeren tegen de achtergrond van de bestaande kennis. Hierbij gaat het niet
om kennis van het gehele privaatrecht, maar van het specifieke gebied waarop het onderzoek
betrekking heeft. Hoe past het voorgenomen onderzoek daarin? Wat stelt men daarvan ter
discussie en wat niet?’ (Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014/45).
Stel jezelf de vraag:
Welke aspect in de bestaande literatuur is nog onbeantwoord?
Of: is er wel veel geschreven, maar nog niet vanuit een belangrijk perspectief (bijv. voor de
rechtszekerheid)?
Zorg altijd voor een duidelijke koppeling met de bestaande literatuur en breng het centrale
probleem scherp naar voren.
Pagina 3 van 65
, De onderzoeksvraag
Uit je probleemanalyse volgt de onderzoeksvraag (ofwel probleemstelling).
De probleemstelling geeft richting aan je onderzoek; zij bewerkstelligt dat niet alles van belang is.
Je onderzoeksvraag moet:
Aansluiten bij de probleemanalyse;
Scherp omlijnd en verantwoord zijn;
Duidelijk aangeven wat je gaat onderzoeken.
De verantwoording vloeit voort uit de onderbouwing in de probleemanalyse; dit voorkomt doelloos
zoeken en waarborgt dat het onderzoek vernieuwd is.
Het formuleren van een onderzoeksvraag is een iteratief proces; je begint met een voorlopige vraag
die je steeds kan aanscherpen en verbeteren.
De criteria van een onderzoeksvraag:
1. Juridisch relevant
2. Wetenschappelijk relevant
3. Maatschappelijk relevant
De drie precisie-aspecten:
1. Helder taalgebruik
2. Afbakening naar object en tijd
3. Definiëren van gebruikte begrippen – Dit is cruciaal: zonder duidelijke begripsafbakening is
niet helder welke literatuur nodig is.
Een onderzoeksvraag moet ook zijn:
Relevant
Haalbaar
Vooronderzoek naar uitvoerbaarheid is daarom essentieel. Houd rekening met:
Beperkte ruimte en tijd in een scriptie;
Het feit dat de meeste studenten juridisch-dogmatisch onderzoek doen; d.w.z. dat je
onderzoeksvraag moet zijn te beantwoorden door literatuur en rechtspraak te doorgronden.
Dat sociaalwetenschappelijk of empirisch onderzoek vaak specifieke expertise/kennis
vereist;
Dat je geen toekomst kunt voorspellen: vragen over toekomstige effecten of regelgeving
zijn (bijv. hoe consumenten op probleem X reageren, hoe de EU-wetgeving er over 10 jaar
uitziet of wat de maatschappelijke effecten zijn van een net ingevoerde wet) daarom niet
geschikt voor een masterscriptie.
Let op!: De bronnen die nodig zijn om je onderzoeksvraag te beantwoorden verschillen vaak van de
bronnen die je gebruikte voor de probleemanalyse. Die eerdere bronnen dienden vooral om het
probleem vast te stellen en in te bedden in de bestaande literatuur.
Wetenschappelijke en theoretische relevantie
Een interessant onderwerp is niet automatisch wetenschappelijk relevant.
Wetenschappelijke relevantie blijkt pas uit een grondige analyse van bestaande literatuur en
rechtspraak.
Belangrijk is om te bepalen:
Wat maakt je vraag vernieuwend t.o.v. de huidige stand van zaken?
Wat is nog niet onderzocht en ga je daarom onderzoeken?
Zo wordt je onderzoek ingebed in de bestaande literatuur en kan de bijdrage aan kennis duidelijk
worden gemaakt.
Vranken biedt enkele vragen die hierbij kunnen helpen:
Pagina 4 van 65
INFORMATIE OP BRIGHTSPACE
Introductie LEH 5
In deze LEH (LEH 5) staat centraal: Het onderzoeksplan.
Besproken wordt:
De noodzaak om eerst bestaande literatuur te bestuderen.
De onderdelen van het onderzoeksplan; incl. de verantwoording ervan.
Voorbeelden van onderzoeksplannen
Let op!
In BirghtSpace voor LEH 5 wordt soms verwezen naar literatuur die niet in het overzicht met
verplichte bronnen staat. Deze hoef je niet te bestuderen voor de VK of het tentamen; lezen mag
uiteraard uit interesse. Kortom; deze bronnen behoren dus niet tot de tentamenstof.
Leerdoelen
Na het afronden van LEH 5 kun je:
uitleggen waarom het noodzakelijk is om u als eerste stap in het onderzoeksplan te
verdiepen in de bestaande literatuur alvorens van start te gaan met het schrijven van een
onderzoeksplan;
uitleggen hoe u bepaalt waarover u een onderzoeksplan gaat schrijven;
uitleg geven over de verschillende onderdelen en vereisten van het onderzoeksplan en hun
belang;
kritisch reflecteren op de verantwoording van het onderzoek (in de inleiding of een
onderzoeksplan) van onderzoekers.
Bronnen
G. van Dijck e.a., Methoden van rechtswetenschappelijk onderzoek, Den Haag: Boom
Juridisch 2023, hoofdstuk 2, 3 en 4 (en 5 als herhaling).
R.A.J. van Gestel e.a., ‘Rechts-wetenschappelijke artikelen. Naar criteria voor
methodologische verantwoording’, NJB 2007/1243, afl. 24.
Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014, par. 3.2 (nr. 44-50), (te raadplegen via InView).
M. Snel, ‘De "goede" onderzoeksopzet als succesfactor voor de juridische scriptie’, Ars
Aequi 2017, p. 748-754.
Pagina 1 van 65
,Verdieping in de bestaande literatuur als eerste stap
Bij de bepaling van het onderzoeksthema spelen verschillende criteria een rol, namelijk:
1. Affiniteit met het onderzoeksthema
2. Expertise
3. Originaliteit
4. Persoonlijke eigenschappen van de onderzoeker
5. Beschikbare begeleiding
Ook als je o.b.v. deze criteria een onderzoeksthema hebt gekozen, kan je nog niet direct beginnen
met het schrijven van het onderzoeksplan.
Je kan pas beginnen met het schrijven van een onderzoeksplan nadat je voldoende hebt ingelezen
(literatuuronderzoek). Wat ‘voldoende’ is hangt af van het gekozen onderzoeksonderwerp.
Belangrijk hierbij is:
1. Verdieping in de literatuur
Lees grondig de beschikbare werken over het onderzoeksthema. Verdiep je in de huidige
stand van zaken.
2. Begin klein
Stat bijv. met vijf relevante artikelen uit InView of Legal Intelligence.
3. Let op actualiteit van de literatuur
Gebruik recente en relevante literatuur.
4. Bereid uit via de sneeuwbalmethode
Volg voetnoten in de gevonden bronnen en zoek regelmatig opnieuw in de databases.
5. Raadpleeg standaardwerken
Zoals de Asser-serie en de Groene-serie (via InView).
6. Stopcriterium
Wanneer je nauwelijks nieuwe bronnen vindt, is je literatuuronderzoek meestal voldoende;
je hebt dan mogelijk voldoende bronnen gevonden, je kennis is voldoende op peil om te
kunnen bepalen hoe je zelf nieuwe kennis kan toevoegen aan het bestaande
wetenschappelijk debat. Dit geeft je de mogelijkheid om te bepalen wat je zelf gaat
onderzoeken.
Na je literatuuronderzoek is de volgende stap: het afbakenen van het onderzoeksonderwerp en het
kiezen van een invalshoek – het onderzoeksonderwerp moet geschikt worden gemaakt voor
rechtswetenschappelijk onderzoek. Het is daarbij – dus bij het afbakenen van je
onderzoeksonderwerp en keuze van invalshoek - belangrijk dat je onderzoek vernieuwing toevoegt
aan de bestaande kennis; dat kan bijv. door:
Een nieuw juridisch probleem te identificeren;
Een nieuwe methode toe te passen op het een juridisch probleem;
Vernieuwende oplossingen te formuleren voor een juridisch probleem;
Een nieuwe ontwikkeling juridisch te duiden;
Een extra aspect aan een bestaande discussie toe te voegen;
Een arrest van de HR anders te interpreteren;
Het bekijken van de invulling van de feitenrechtspraak t.o.v. rechtspraak van de HR;
Rechtsvergelijkend onderzoek te doen.
Je onderzoek moet dus een innovatief element bevatten. Het is niet de bedoeling de bestaande
literatuur samen te vatten, maar nieuw onderzoek verricht en daarmee een bijdrage levert aan het
wetenschappelijk debat over je onderzoeksthema.
Pagina 2 van 65
,De onderdelen van een onderzoeksplan
Je onderzoeksplan bestaat uit verschillende onderdelen die je doordacht en zorgvuldig moet
uitwerken. Het voorafgaande literatuuronderzoek (ofwel literatuurstudie) – zoals hiervoor besproken
– levert hiervoor de benodigde basisinformatie.
In je onderzoeksplan verantwoord je wat je gaat onderzoeken, waarom en hoe.
Een goed doordracht onderzoeksplan voorkomt dat je:
Vastloopt tijdens het onderzoek;
Iets onderzoekt dat al is gedaan;
Onvoldoende vernieuwend werkt.
Het grote denkwerk aan het begin van het scriptietraject levert dus veel voordelen op.
Drie criteria voor methodologische verantwoording:
1. Een scherp omlijnde en verantwoorde probleemstelling (onderzoeksvraag);
2. Zorgvuldig bronnengebruik;
3. Een consistente presentatie van onderzoeksresultaten en conclusies in het licht van de
gekozen probleemstelling (onderzoeksvraag).
Door deze criteria al bij het schrijven van je onderzoeksvoorstel te hanteren, voorkom je dat je ‘’uit
de losse pols’’ werkt.
Alles wat je verwerkt en schrijft moet je verantwoorden – dit leer je in deze cursus.
Het onderzoeksplan bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Probleemanalyse
2. Onderzoeksvraag
3. Wetenschappelijke relevantie
4. Maatschappelijke relevantie
5. Methoden
Deze onderdelen worden nader uitgelicht.
De probleemanalyse
Je begint met een probleemanalyse: aan je onderzoek moet een probleem ten grondslag liggen. Dit
probleem vloeit voort uit je literatuuronderzoek en evt. uit recente ontwikkelingen.
Het literatuuronderzoek levert op:
Een onderzoeksvraag;
De tekst waarin deze onderzoeksvraag wordt geïntroduceerd en ingebed.
Het centrale probleem moet dus zijn ingebed (ofwel verankerd) in bestaande literatuur en voorzien
van voldoende bronverwijzingen – Vranken geeft een goede toelichting hierop in zijn algemeen
deel:
'De eis van nieuwheid impliceert dat de rechtswetenschappelijke onderzoeker in de eerste plaats
zijn onderzoek moet situeren tegen de achtergrond van de bestaande kennis. Hierbij gaat het niet
om kennis van het gehele privaatrecht, maar van het specifieke gebied waarop het onderzoek
betrekking heeft. Hoe past het voorgenomen onderzoek daarin? Wat stelt men daarvan ter
discussie en wat niet?’ (Asser/Vranken Algemeen deel**** 2014/45).
Stel jezelf de vraag:
Welke aspect in de bestaande literatuur is nog onbeantwoord?
Of: is er wel veel geschreven, maar nog niet vanuit een belangrijk perspectief (bijv. voor de
rechtszekerheid)?
Zorg altijd voor een duidelijke koppeling met de bestaande literatuur en breng het centrale
probleem scherp naar voren.
Pagina 3 van 65
, De onderzoeksvraag
Uit je probleemanalyse volgt de onderzoeksvraag (ofwel probleemstelling).
De probleemstelling geeft richting aan je onderzoek; zij bewerkstelligt dat niet alles van belang is.
Je onderzoeksvraag moet:
Aansluiten bij de probleemanalyse;
Scherp omlijnd en verantwoord zijn;
Duidelijk aangeven wat je gaat onderzoeken.
De verantwoording vloeit voort uit de onderbouwing in de probleemanalyse; dit voorkomt doelloos
zoeken en waarborgt dat het onderzoek vernieuwd is.
Het formuleren van een onderzoeksvraag is een iteratief proces; je begint met een voorlopige vraag
die je steeds kan aanscherpen en verbeteren.
De criteria van een onderzoeksvraag:
1. Juridisch relevant
2. Wetenschappelijk relevant
3. Maatschappelijk relevant
De drie precisie-aspecten:
1. Helder taalgebruik
2. Afbakening naar object en tijd
3. Definiëren van gebruikte begrippen – Dit is cruciaal: zonder duidelijke begripsafbakening is
niet helder welke literatuur nodig is.
Een onderzoeksvraag moet ook zijn:
Relevant
Haalbaar
Vooronderzoek naar uitvoerbaarheid is daarom essentieel. Houd rekening met:
Beperkte ruimte en tijd in een scriptie;
Het feit dat de meeste studenten juridisch-dogmatisch onderzoek doen; d.w.z. dat je
onderzoeksvraag moet zijn te beantwoorden door literatuur en rechtspraak te doorgronden.
Dat sociaalwetenschappelijk of empirisch onderzoek vaak specifieke expertise/kennis
vereist;
Dat je geen toekomst kunt voorspellen: vragen over toekomstige effecten of regelgeving
zijn (bijv. hoe consumenten op probleem X reageren, hoe de EU-wetgeving er over 10 jaar
uitziet of wat de maatschappelijke effecten zijn van een net ingevoerde wet) daarom niet
geschikt voor een masterscriptie.
Let op!: De bronnen die nodig zijn om je onderzoeksvraag te beantwoorden verschillen vaak van de
bronnen die je gebruikte voor de probleemanalyse. Die eerdere bronnen dienden vooral om het
probleem vast te stellen en in te bedden in de bestaande literatuur.
Wetenschappelijke en theoretische relevantie
Een interessant onderwerp is niet automatisch wetenschappelijk relevant.
Wetenschappelijke relevantie blijkt pas uit een grondige analyse van bestaande literatuur en
rechtspraak.
Belangrijk is om te bepalen:
Wat maakt je vraag vernieuwend t.o.v. de huidige stand van zaken?
Wat is nog niet onderzocht en ga je daarom onderzoeken?
Zo wordt je onderzoek ingebed in de bestaande literatuur en kan de bijdrage aan kennis duidelijk
worden gemaakt.
Vranken biedt enkele vragen die hierbij kunnen helpen:
Pagina 4 van 65