,
,
,Samenvatting
Dit onderzoeksrapport is uitgevoerd in opdracht van NAAM en NAAM, begeleiders ORGANISATIE te
PLAATS. Het onderzoek is uitgevoerd door een studente van de opleiding Sociaal Pedagogische
Hulpverlening op Avans ’s-Hertogenbosch. De onderzoeksvraag die tijdens dit onderzoek centraal
stond is:
‘Welke gedragsrichtlijnen kunnen voor medewerkers van X gevormd worden omtrent afstand en
nabijheid?’
Deze onderzoeksvraag is ontstaan, omdat het de opdrachtgevers en de studente opviel dat elke
medewerker een andere manier van handelen hanteerde omtrent het thema afstand en nabijheid.
Om er zeker van te zijn dat dit daadwerkelijk waar was, heeft er voorafgaand aan het onderzoek een
surveyonderzoek plaatsgevonden onder de medewerkers van ORGANISATIE. Elf van hen hebben een
vragenlijst ingevuld met vragen over hun manier van handelen omtrent het thema afstand en
nabijheid, denk hierbij aan het hebben van cliënten op facebook of het uitwisselen van een
privételefoonnummer.
Hieruit is gebleken dat de medewerkers daadwerkelijk allemaal een eigen manier van handelen
hadden, waardoor de gelijkwaardigheid waarvoor ORGANISATIE staat, onder vuur kwam te staan.
Vanuit dit onderzoek is ook een beroepsproduct ontwikkeld, namelijk een addendum voor de
arbeidsovereenkomst met een daarbij behorende toelichting. Hier staan 11 gedragsrichtlijnen in
opgesteld waar de medewerkers zich aan dienen te houden en op deze manier een leidraad hebben
voor hun handelen.
Voor het beantwoorden van de onderzoeksvraag die centraal stond is gebruik gemaakt van
kwalitatieve onderzoeksmethoden. Er is literatuuronderzoek gedaan naar het belang van
gedragsrichtlijnen, wat voor gedragsrichtlijnen je kunt hanteren omtrent afstand en nabijheid en wat
voor invloed de privacywetgeving daarop heeft. Daarnaast zijn er ook semigestructureerde interviews
gehouden met medewerkers van ORGANISATIE, met cliënten van ORGANISATIE en met vakgenoten
van andere organisaties.
Er is onderzocht waar de behoeften liggen van de medewerkers omtrent het opstellen van
gedragsrichtlijnen, wat voor soort gedragsrichtlijnen zij graag zouden zien en hoe vakgenoten van
andere organisaties al omgaan met het thema.
Tenslotte kan uit de resultaten van het onderzoek geconcludeerd worden dat de medewerkers
behoefte hadden aan gedragsrichtlijnen omtrent dit thema en dat deze concreet en duidelijk
geformuleerd moesten worden. Daarbij vonden zij bewustwording omtrent het gehele thema ook van
belang middels bijvoorbeeld intervisiemomenten of casusbesprekingen. Uit praktijkonderzoek en
literatuuronderzoek is een addendum opgesteld met daarin 11 gedragsrichtlijnen die als leidraad
gebruikt kunnen worden voor het handelen van de medewerkers van ORGANISATIE. Hierna wordt het
onderzoek afgesloten middels een discussie en evaluatie waarin de kwaliteitscriteria besproken
worden en er kritisch gekeken wordt naar het gehele onderzoek.
, Inleiding
In opdracht van ORGANISATIE te PLAATS is dit onderzoeksrapport geschreven en dit is eveneens de
locatie waar het onderzoek is uitgevoerd. Gedurende drie maanden is er onderzoek gedaan naar wat
voor gedragsrichtlijnen er vormgegeven konden worden voor de medewerkers van ORGANISATIE
omtrent het thema afstand en nabijheid. Het is een erg actueel thema waar al veel onderzoek over
gedaan is, omdat alle professionals hiermee te maken krijgen in de beroepspraktijk. In de leeswijzer
hieronder staat per hoofdstuk beschreven wat er in het onderzoeksrapport terugkomt.
Leeswijzer
Hoofdstuk 1 omschrijft de beroepspraktijk en de daarbij behorende doelgroep die daar actief is.
Hoofdstuk 2 bestaat uit de aanleiding van het onderzoek en de probleemanalyse. Hoofdstuk 3 is een
aansluiting op de probleemanalyse, namelijk de probleemomschrijving en hierbij komen de
hoofdvraag, de bijbehorende deelvragen en de begripsafbakening naar voren.
Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het onderzoeksontwerp. Hier komt in terug voor welke
onderzoeksmethode, dataverzamelingsmethode is gekozen en ook op wat voor manier de
verzamelde data is geanalyseerd.
Hoofdstuk 5 beschrijft de resultaten van de deelvragen die zijn onderzocht middels
literatuuronderzoek en praktijkonderzoek.
Hoofdstuk 6 is de eindconclusie en deze geeft antwoord op de hoofdvraag en dit antwoord is
gebaseerd op het onderzoek naar de verschillende deelvragen die in hoofdstuk vijf beschreven zijn.
Hoofdstuk 7 is de discussie. In deze discussie wordt het gehele onderzoek kritisch geëvalueerd aan de
hand van de kwaliteitscriteria.
Hoofdstuk 8 beschrijft aanbevelingen voor de praktijk en het beroepsproduct dat ontwikkeld is.
Hoofdstuk 9 is een zelfreflectie, zowel op het persoonlijke proces als op de onderzoekende houding
tijdens de onderzoeksperiode.