In hoeverre is ‘uitgaan’ een geschikte voorspeller in een risicotaxatie-instrument voor
gewelddadige delinquentie
Een onderzoek van scholieren uit Zuid-Holland
Lisanne Leussink – 4500725
Forensische Criminologie – Risicotaxatie
Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit Leiden
Aantal woorden excl. referenties:3300
05-10-2025
,Inleiding
Vermoord worden na het uitgaan, alhoewel het een uiterst geval is, overkwam het recentelijk
de 17-jarige Lisa (De Graaf, 2025). Hoewel de geluiden na dit gewelddadig incident vooral
gingen over “Zijn vrouwen wel veilig?”, kan de focus ook gelegd worden op de dader zelf. Hoe
kunnen we voorkomen dat dit soort geweldsdelicten worden gepleegd? En wat is de rol van het
uitgaan bij dader- en slachtofferschap?
Al in de vorige eeuw was deze problematiek aanwezig. Naar aanleiding van een
geweldsincident in 1996 waarbij een 26-jarige man na het uitgaan in elkaar is getrapt en is
overleden, werd de Handreiking Veilig Uitgaan uitgebracht (Van Aalst & Van Liempt, 2011).
Tegenwoordig, dertig jaar verder, hangen er minimaal in ieder uitgaansgebied camera’s en
heeft iedere club beveiliging rondlopen. Ook buiten deze ‘hotspots’ hangen er camera’s, worden
er fietstunnels verlicht en rijden er politiewagens rond.
Een belangrijke groep om in deze context te benoemen is de middelbare scholier. De
meeste middelbare scholieren zullen in de tijd dat zij naar de middelbare school gaan het
uitgaansleven ontdekken. In deze periode zoeken zij hun eigen grenzen op en zullen ze er
wellicht ook overheen gaan. Vanuit een preventief oogpunt is deze groep belangrijk, omdat de
jonge leeftijd van deze personen ruimte biedt voor effectief ingrijpen.
Ondanks de eerder genoemde maatregelen komt geweld in het uitgaanscircuit nog voor,
zo laat de casus van Lisa zien. Een potentieel preventiemiddel wat in de criminologie steeds
meer wordt ingezet is het risicotaxatie-instrument. Dit instrument bepaald aan de hand van een
aantal risicofactoren het risico dat personen lopen op delinquentie. Dit zou op scholen kunnen
worden ingezet, waarbij delinquentie vroeg gedetecteerd kan worden. Dit biedt ruimte voor
preventiemaatregelen. Dit leidt tot een omgeving waarin delinquentie eerder uitzondering is
dan regel en dus een veilige school.
Het doel van dit onderzoek is onderzoeken of het feit dat iemand uitgaat een effectieve
voorspeller kan zijn van gewelddadige delinquentie in een risicotaxatie-instrument. De vraag
die in dit onderzoek centraal staat is: In hoeverre is ‘uitgaan’ een geschikte voorspeller in een
risicotaxatie-instrument voor gewelddadige delinquentie? Eerst wordt het theoretisch kader
geschetst, wat de basis vormt voor dit onderzoek. Hierna worden de gebruikte methoden
beschreven en wordt er in de resultatensectie gekeken wat deze methoden opleveren. In de
discussie worden de bevindingen kort samengevat en wordt de onderzoeksvraag beantwoord.
Daarnaast wordt er gekeken wat de bevindingen betekenen voor de toekomst, met name in het
kader van risicotaxatie.
, Theoretisch kader
Routine Activiteiten Theorie
De basis voor de verklaring van gewelddadige delinquentie in relatie tot uitgaan kan gezocht
worden in de Routine Activiteiten Theorie van Cohen en Felson (1979). De auteurs stellen dat
criminaliteit ontstaat door een samenkomst van drie elementen: een gemotiveerde dader, een
geschikt doelwit en de afwezigheid van toezicht. Door deze samenkomst ontstaat de
gelegenheid om criminaliteit te plegen. Een gemotiveerde dader is iemand die het delict kan
plegen. Een geschikt doelwit is een persoon of object dat geschikt is vanwege haar waarde,
onachtzaamheid, zichtbaarheid en/of toegankelijkheid. De afwezigheid van toezicht houdt in
dat er geen personen of objecten zoals camera’s zijn die een afschrikwekkend effect hebben.
Uitgaan is een routine activiteit en ook een routine activiteit waar regelmatig de drie
elementen samenkomen (Hadermann, 2023). Als gevolg hiervan is het een activiteit wat in
verband kan worden gebracht met delinquentie (Miller, 2012).
De uitgaanscontext
De uitgaanscontext kan om meerdere redenen in verband worden gebracht met gewelddadige
delinquentie. De eerste factor die meespeelt is de uitgaansgelegenheid zelf. Deze gelegenheid
is onprettig en stressvol. In een club of bar is er harde muziek, is het druk zo druk dat iedereen
tegen elkaar aan staat en is het warm. Volgens Homel et al. (1992) wordt men hierdoor sneller
agressief. .
Knibbe (2001) komt met een andere verklaring. Men zou de uitgaanscontext als een
‘time-out’ van de realiteit zien, waarbij er andere normen en waarden gelden. ’Tijdens het
uitgaan is men vrij om zich te gedragen op manieren die normaal niet zouden passen. Een
voorbeeld van zo’n gedraging is agressie.
De derde factor zijn de mensen die uitgaan zelf. Zo lopen er mannen rond die
‘machogedrag’ vertonen en dit leidt tot agressie (Graham & Homel, 2008). Daarbij gaat men
vaak in een groep uit en veel geweld vindt plaats in een groepssetting (Lemmerset et al., 2005).
Een individu voelt zich in een groep minder verantwoordelijk voor zijn of haar gedrag. Deze
verantwoordelijkheid wordt gedeeld met de hele groep en hierdoor wordt er eerder agressief
gedrag vertoond. Hierbij kan ook groepsdruk een rol spelen. Onderzoek laat zien dat groepsdruk
invloed kan hebben op delinquentie in het algemeen (Sullivan, 2006).
gewelddadige delinquentie
Een onderzoek van scholieren uit Zuid-Holland
Lisanne Leussink – 4500725
Forensische Criminologie – Risicotaxatie
Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit Leiden
Aantal woorden excl. referenties:3300
05-10-2025
,Inleiding
Vermoord worden na het uitgaan, alhoewel het een uiterst geval is, overkwam het recentelijk
de 17-jarige Lisa (De Graaf, 2025). Hoewel de geluiden na dit gewelddadig incident vooral
gingen over “Zijn vrouwen wel veilig?”, kan de focus ook gelegd worden op de dader zelf. Hoe
kunnen we voorkomen dat dit soort geweldsdelicten worden gepleegd? En wat is de rol van het
uitgaan bij dader- en slachtofferschap?
Al in de vorige eeuw was deze problematiek aanwezig. Naar aanleiding van een
geweldsincident in 1996 waarbij een 26-jarige man na het uitgaan in elkaar is getrapt en is
overleden, werd de Handreiking Veilig Uitgaan uitgebracht (Van Aalst & Van Liempt, 2011).
Tegenwoordig, dertig jaar verder, hangen er minimaal in ieder uitgaansgebied camera’s en
heeft iedere club beveiliging rondlopen. Ook buiten deze ‘hotspots’ hangen er camera’s, worden
er fietstunnels verlicht en rijden er politiewagens rond.
Een belangrijke groep om in deze context te benoemen is de middelbare scholier. De
meeste middelbare scholieren zullen in de tijd dat zij naar de middelbare school gaan het
uitgaansleven ontdekken. In deze periode zoeken zij hun eigen grenzen op en zullen ze er
wellicht ook overheen gaan. Vanuit een preventief oogpunt is deze groep belangrijk, omdat de
jonge leeftijd van deze personen ruimte biedt voor effectief ingrijpen.
Ondanks de eerder genoemde maatregelen komt geweld in het uitgaanscircuit nog voor,
zo laat de casus van Lisa zien. Een potentieel preventiemiddel wat in de criminologie steeds
meer wordt ingezet is het risicotaxatie-instrument. Dit instrument bepaald aan de hand van een
aantal risicofactoren het risico dat personen lopen op delinquentie. Dit zou op scholen kunnen
worden ingezet, waarbij delinquentie vroeg gedetecteerd kan worden. Dit biedt ruimte voor
preventiemaatregelen. Dit leidt tot een omgeving waarin delinquentie eerder uitzondering is
dan regel en dus een veilige school.
Het doel van dit onderzoek is onderzoeken of het feit dat iemand uitgaat een effectieve
voorspeller kan zijn van gewelddadige delinquentie in een risicotaxatie-instrument. De vraag
die in dit onderzoek centraal staat is: In hoeverre is ‘uitgaan’ een geschikte voorspeller in een
risicotaxatie-instrument voor gewelddadige delinquentie? Eerst wordt het theoretisch kader
geschetst, wat de basis vormt voor dit onderzoek. Hierna worden de gebruikte methoden
beschreven en wordt er in de resultatensectie gekeken wat deze methoden opleveren. In de
discussie worden de bevindingen kort samengevat en wordt de onderzoeksvraag beantwoord.
Daarnaast wordt er gekeken wat de bevindingen betekenen voor de toekomst, met name in het
kader van risicotaxatie.
, Theoretisch kader
Routine Activiteiten Theorie
De basis voor de verklaring van gewelddadige delinquentie in relatie tot uitgaan kan gezocht
worden in de Routine Activiteiten Theorie van Cohen en Felson (1979). De auteurs stellen dat
criminaliteit ontstaat door een samenkomst van drie elementen: een gemotiveerde dader, een
geschikt doelwit en de afwezigheid van toezicht. Door deze samenkomst ontstaat de
gelegenheid om criminaliteit te plegen. Een gemotiveerde dader is iemand die het delict kan
plegen. Een geschikt doelwit is een persoon of object dat geschikt is vanwege haar waarde,
onachtzaamheid, zichtbaarheid en/of toegankelijkheid. De afwezigheid van toezicht houdt in
dat er geen personen of objecten zoals camera’s zijn die een afschrikwekkend effect hebben.
Uitgaan is een routine activiteit en ook een routine activiteit waar regelmatig de drie
elementen samenkomen (Hadermann, 2023). Als gevolg hiervan is het een activiteit wat in
verband kan worden gebracht met delinquentie (Miller, 2012).
De uitgaanscontext
De uitgaanscontext kan om meerdere redenen in verband worden gebracht met gewelddadige
delinquentie. De eerste factor die meespeelt is de uitgaansgelegenheid zelf. Deze gelegenheid
is onprettig en stressvol. In een club of bar is er harde muziek, is het druk zo druk dat iedereen
tegen elkaar aan staat en is het warm. Volgens Homel et al. (1992) wordt men hierdoor sneller
agressief. .
Knibbe (2001) komt met een andere verklaring. Men zou de uitgaanscontext als een
‘time-out’ van de realiteit zien, waarbij er andere normen en waarden gelden. ’Tijdens het
uitgaan is men vrij om zich te gedragen op manieren die normaal niet zouden passen. Een
voorbeeld van zo’n gedraging is agressie.
De derde factor zijn de mensen die uitgaan zelf. Zo lopen er mannen rond die
‘machogedrag’ vertonen en dit leidt tot agressie (Graham & Homel, 2008). Daarbij gaat men
vaak in een groep uit en veel geweld vindt plaats in een groepssetting (Lemmerset et al., 2005).
Een individu voelt zich in een groep minder verantwoordelijk voor zijn of haar gedrag. Deze
verantwoordelijkheid wordt gedeeld met de hele groep en hierdoor wordt er eerder agressief
gedrag vertoond. Hierbij kan ook groepsdruk een rol spelen. Onderzoek laat zien dat groepsdruk
invloed kan hebben op delinquentie in het algemeen (Sullivan, 2006).