Samenvatting
Week 1
Literatuur college 1
Pameijer, 2008
Uitgangspunten handelingsgerichte diagnostiek (HGD)
De onderwijs- en opvoedingsbehoeften van een kind en de ondersteuningsbehoeften van een
leerkracht of ouder staan centraal.
o Formuleren van een reëel korttermijn doel (vanuit wat het kind al kan).
o Wat heeft het kind extra nodig om doel te bereiken? En wat hebben de leerkrachten/ouders
nodig?
Er wordt gewerkt vanuit een transactioneel kader.
o Het kind in verhouding tot zijn eigen systeem. Want het kind ontwikkelt zich in wisselwerking
met zijn omgeving. Hierdoor ontstaat daarom een beter advies.
Positieve aspecten van kind, leraar, groep, school en ouders zijn van groot belang.
De professional werkt constructief samen met school, ouders en kind.
o Transparante communicatie
o Metacommunicatie
Men werkt doelgericht
De werkwijze is systematisch en transparant
Voordelen classificeren in het onderwijs Nadelen classificeren in het onderwijs
Een helder begrippenkader ter bevordering van Classificatiesystemen gaan uit van een medisch-
de communicatie tussen deskundigen. psychiatrisch perspectief, welke niet makkelijk te
Transparantie communicatie. vertalen is naar het onderwijs.
Stoornislabels corresponderen onvoldoende met
schoolgedrag en onderwijsbehoeften
Classificatiesystemen bevatten klinisch relevante Kan leiden tot minder vertrouwen bij LK in eigen
beelden en de meest voorkomende stoornissen mogelijkheden om kind te onderwijzen
zijn erin opgenomen. Voor veel stoornissen is
empirische ondersteuning.
Geeft globale aanwijzingen voor aanpak en Lage interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en
onderwijsbehoeften. Maakt de weg vrij voor onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd.
behandeling en actie.
Een label kan de acceptatie van kinderen met Te veel gericht op tekorten in kind. Doet geen
leer- en gedragsproblemen bevorderen. recht aan het transactioneel kader.
Kind begrijpt situatie beter en ziet perspectief. Classificatiesystemen zijn categoriaal (‘alles of
niets’). Een dimensionaal systeem zou beter
passen.
Inzicht in de problematische situatie voor ouders Het categoriale systeem houdt geen rekening
en leerkracht. met de ontwikkeling van kinderen, met de
variatie van problemen door de tijd/het leven
heen of met de afstemming van de omgeving.
Men ziet wat kind kan en er worden reële doelen Een label kan stigmatiserend en nauwelijks
opgesteld. beïnvloedbaar ervaren worden, waardoor er geen
verandering in aanpak of extra zorg komt.
Kan leiden tot negatieve evaluaties over kind,
onafhankelijk van de professional
Label kan leiden tot perceptie van zwaardere
problematiek en negatieve emoties/stress bij LK
,Fasen van HGD
1. Intakefase Hierin wordt informatie verzameld zodat de strategie kan worden uitgezet.
Daarnaast wordt afstemming bereikt tussen de hulpvragers en professional voor de constructieve
samenwerking.
2. Strategiefase Hierin staat reflectie centraal.
o De recente en objectieve informatie wordt in vijf kinderclusters geordend:
- Leervoorwaarden en schoolse vaardigheden
- Werkhouding en taakgedrag
- Cognitief functioneren
- Sociaal-emotioneel en psychisch functioneren
- Lichamelijk functioneren
3. Onderzoeksfase Hierin worden gegevens op doelgerichte manier verzameld
4. Indiceringsfase Hierin wordt gereflecteerd op de onderzoeksgegevens
5. Adviesfase Bevindingen worden door professional besproken. Antwoord op onderzoeksvraag,
gewenste aanpak en evaluatie.
Functies van toekomstig onderwijs:
- Diagnosticeren en indiceren
- Adviseren van leerling, ouders en school
- Ondersteunen van leerling, ouders en school
- ‘Makelen’ zodat de leerling passend onderwijs krijgt.
Franz, 2022
,Diagnostisch label = Formele naam of diagnose die een kind krijgt (ADHD, leerstoornis, etc.)
Positief label-effect = Het label leidt tot een positievere beoordeling.
Negatief label-effect = Het label leidt tot een negatievere beoordeling, ondanks dat het kind
dezelfde prestaties of gedragingen laat zien als een kind zonder label.
Resultaat Gematigd negatief effect
Dit betekent dat kinderen met een diagnose gemiddeld negatiever beoordeeld worden dan kinderen
zonder label, ook al hebben ze hetzelfde gedrag of dezelfde prestaties.
Negatief effect bij leerstoornissen, gedragsstoornissen en intellectuele beperkingen.
Het sterkst bij combinaties (bv. leerstoornis + verstandelijke beperking) en bij emotionele +
gedragsstoornissen.
Effect sterker wanneer alleen het label gegeven wordt zonder extra informatie
Effect geldt voor alle soorten professionals, ongeacht expertise
Verklaring via Pygmalion- & Golem-effect: lage verwachtingen = slechtere beoordelingen
Automatische, onbewuste processen spelen mogelijk mee (stereotypering, priming)
Implicaties:
Bewustwording van label-bias lijkt belangrijk om onbewuste vooroordelen te verminderen
Soms onduidelijke conclusies wegens wisselende resultaten en te weinig power in de onderzoeken
(dus: meer onderzoek nodig)
Toekomst: onderzoek naar positieve effecten en interventies tegen negatieve bias
Conclusie
Diagnostische labels vergroten de kans op negatieve beoordelingen van kinderen, vooral op
school.
Dit kan leiden tot stereotypen, lagere verwachtingen en mogelijke achterstelling.
Het negatieve effect is het grootst als men alleen het label kent zonder verdere informatie.
Praktisch: leraren en professionals moeten bewust worden van deze bias om eerlijke en
ondersteunende beoordelingen te maken.
Literatuur werkgroep 1
H1 – Pameijer
, Handelingsgerichte diagnostiek:
Focust op belang van het kind en handelen van diens opvoeders.
Motto = redeneer van wenselijk naar haalbaar
Uitgangspunten, fasen en basisattitude zijn cruciaal
Is vraaggericht en op maat
Is zowel mono- als multidisciplinair toe te passen
Basisattitude = Een handelingsgerichte professional legt de schuld niet bij de ander, maar zoekt de
oplossing bij zichzelf EN zoekt voortdurend feedback, zodat de kwaliteit van het werk kan verbeteren
Zes uitgangspunten van HGD:
1. Doelgericht werken
2. Transactioneel kader
3. Focus op de behoeften van een kind en opvoeders
4. Aandacht voor positieve en beschermende factoren
5. Samenwerken met cliënten
6. Systematisch en transparant werken
Vijf fasen van HGD:
1. Intakefase Samenwerking start en verzameling van gegevens
2. Strategiefase Reflectie. Wat is er nodig om vragen te beantwoorden
3. Onderzoeksfase Onderzoeksvragen worden beknopt beantwoord, gebaseerd op gedegen
onderzoeksmiddelen
4. Integratie- en aanbevelingsfase Reflectie. Wat betekent het samenvattende beeld voor de
aanbevelingen en wat zijn risicofactoren en protectieve factoren?
5. Adviesfase Er wordt samengewerkt en traject wordt afgerond
Typen vraagstellingen:
Onderkennend; Wat is er aan de hand? Wat gaat er al goed? Om welke problemen/classificaties
gaat het?
Verklarend; Waarom is het problematisch? Hoe hangen de factoren samen?
Veranderingsgericht; Wat is het effect van de aanpak? Als de aanpak effectief blijkt, wordt dit
een aanbeveling
Indicerend/adviesgericht; Welke doelen worden nagestreefd? Wat is er nodig om de doelen te
behalen?
Evaluerend; Heeft de interventie gewerkt?
Diagnostiek is pas functioneel als het een waardevolle bijdrage levert aan het handelen van opvoeders
en het verbeteren van de situatie rondom een kind. Het dient oplossingsgericht te zijn, waarbij
betekenisvolle diagnostiek de eigen krachten van een cliënt versterkt (empowerment). Daarnaast
moet diagnostiek evidence-based zijn, maar het dient tegelijkertijd ook rekening te houden met
beleid, wettelijke kaders en beroepsethische codes. Er is aandacht voor de therapeutische waarde
van diagnostiek. Door betrokkenen van de cliënt mee te nemen in de diagnostiek, ontstaan
gezamenlijke inzichten en verbetert de problematische situatie sneller. Dit wordt ook wel therapeutic
assessment of therapeutisch psychologisch onderzoek (TPO) genoemd. In plaats van het
benoemen van stoornissen of labels richt de HGD zich op de behoeften van kinderen en hun opvoeders.
Er is sprake van een als-dan-redenering: als er nog geen passende interventie gekozen kan worden,
dan is doelgericht onderzoek nodig.