Dit formulier kan worden gebruikt ter voorbereiding op een examen.
Geef aan voor welk examen je wilt gaan voorbereiden. Na voldoende
voorbereiding mag het examen gepland gaan worden.
Naam student
Loopbaancoach
Werkbegeleider
Praktijkinstelling en
afdeling
Titel examen Samenwerken en afstemmen
Omschrijving van de opdracht
Omschrijf in een paar zinnen hoe de opdracht eruitziet binnen jouw instelling.
Wat zijn de examencondities
Wat wordt er van je gevraagd voor de uitvoering en met wie je moet
samenwerken.
Wat voor informatie heb je nodig, denk hierbij ook aan het cliëntbeeld
Waar word je op beoordeeld
In deze opdracht richt ik mij op het samenwerken en afstemmen met een
zorgvrager en de desbetreffende collega. Samen met mijn werkbegeleider
bespreken we een client waar ik dit examen op afstem. Ik zal de client
ondersteunen op de ondersteuningsvraag.
Ik word beoordeeld op de volgende 17 beoordelingscriteria.
Afspraken?
Welke afspraken heb je gemaakt met je bpv- begeleider? Wanneer moet je iets
aanleveren?
Ik houd mijn werkbegeleiders op de hoogte van mijn examenopdrachten, welke
ik ga uitvoeren en wanneer ik dat ga doen en eventuele vorderingen in mijn
examens.
Ik geef van tevoren aan, wanneer ik wat ga doen zodat mijn collega’s op de
hoogde zijn van mijn examen.
Tijdens het examen houd ik mijn begeleider op de hoogte van vorderingen in
het proces, dit m.b.v. (mondelinge) rapportages.
1
MG /versie 11-12-2017
, Om aan de beoordelingscriteria van de examenopdracht te voldoen
beschrijf je bij elk criterium wat dit voor jou inhoudt. Denk hierbij aan
de 5W’s en de H
Wie - Wat - Waar – Waarmee – Welke en Hoe, je moet doen om hieraan
te voldoen.
Beoordelingscriterium 1
Inventariseert met de cliënt en naastbetrokkene(n) de activiteiten die bijdragen
aan een passende invulling van het dagelijks leven
Wie heb je nodig
Wat heb je nodig
Waar gaat het plaatsvinden
Wanneer heb je het nodig of wanneer ga je dit doen
Op welke manier vindt het plaats/ Hoe ga je het doen
Mw. was de laatste tijd erg aan het kwakkelen met haar gezondheid. De ene
dag wilde mw. uit bed komen en at mw. goed en nam ze haar medicatie. En de
andere dag was mw. boos en mocht er niks gebeuren bij haar. Het ging de
laatste 6 weken al erg minder met mw. haar gezondheid. Familie wordt
gevraagd voor activiteiten die mw. vroeger leuk vond. En eventuele interesse
waar wij de activiteit op kunnen afstemmen. Mw. had veel wol en breinaalden
in een laadje liggen, maar hier deed mw. de tijd dat ik er was nooit wat mee.
Mw. kon altijd wel gezellige praten, als mw. haar stemming goed was.
De informatie die vanuit de familie komt bespreken wij in het team, en gaan
samen overleggen welke activiteit we op dat moment kunnen
toepassen/aanbieden. Communicatie met mw. was per dag verschillend, en
ging vaak moeizaam, vandaar dat wij de familie erbij kunnen betrekken.
Beoordelingscriterium 2
Reageert op passende wijze op (non-)verbale signalen
Wie heb je nodig
Wat heb je nodig
Waar gaat het plaatsvinden
Wanneer heb je het nodig of wanneer ga je dit doen
Op welke manier vindt het plaats/ Hoe ga je het doen
Bij mw. kunnen we goed onderscheiden of mw. boos, blij, angstig enz. is. De
laatste tijd was mw. erg wisselend van stemmingen. Wij kunnen zien als mw.
blij is aan haar opgewekte gezichtsuitdrukking, en de lieve woorden die mw.
uitspreekt. Hierop ga ik op een positieve manier de zorg in, waardoor mw. mijn
positieve stemming voelt. Maar aan de andere kant kan mw. ook erg boos zijn.
Dit is te zien aan haar gezicht. Als mw. nergens geen zin in heeft draait ze haar
gezicht weg. En zegt wat binnensmonds. Met dit gedrag laat ik mw. met rust.
Om de zoveel tijd ga ik bij mw. langs om te kijken hoe haar stemming is.
2
MG /versie 11-12-2017