Leerdoelen
• De belangrijkste metabolische functies en bijbehorende onderliggende
werkingsmechanismen van vitaminen te kennen
• Daarmee effecten van tekort en overschot kunnen noemen en
verklaren
Vitaminen
Algemene eigenschappen vitaminen: organische opbouw afwijkend van vetten,
koolhydraten en eiwitten, hebben geen calorieën, natuurlijk deel van voedsel in
kleine hoeveelheid, essentiële micronutriënt voor normale fysiologische functies, het
ondergaat niet synthese, als het mist is er een specifieke deficiëntie ziekte en bij veel
inname kan het giftig zijn.
Vet oplosbare vitaminen
A, D, E & K
Absorptie: eerst in de lymfevaten en daarna in het bloed.
Transport: veel hebben eiwit carriers nodig.
Opslag: opgeslagen in de cellen, waar vet aanwezig is.
Uitscheiding: niet snel uitgescheiden, het blijft eerder in de vetopslag zitten.
Giftigheid: alleen giftig level door het consumeren van supplementen. Nodig:
een keer in weken of maanden.
Functies: als antioxidant (E), als H+/e- donor of acceptor (K), als
hormoon (A,D), als onderdeel van co-enzymen (A,K), als gen
transcriptie elementen (A,D)
Vitamine A
functie: celdeling: haar, darm, long, huid (alles wat deelt)
Te weinig: deficiëntie symptoom: het oog; nachtblindheid; drogen cornea (hoornvlies)
(xerosis); driehoekige grijze vlekken op het oog (bitot’s vlekken); zacht worden van
hoornvlies (keratomalacia); hoornvlies degeneratie en blindheid (xerophthalmia).
(retina= netvlies): vervolg: verslechterde immuniteit (infecties); conditie van huid en
membranen gaan achteruit (geen mucus laag meer), vertering en urine stelsel
verslechterd sterk; aansluiten van haarzakjes met keratine, de vorming van witte
klonten (hyperkeratose)
Te veel: acute (leverschade) of chronisch (opslag); chronische giftigheid symptomen;
verhoogde activiteit van osteoclasten (verminderd botdichtheid), haar en huid zijn
aangetast, hoofdpijn, lever afwijkingen en aangeboren afwijkingen.
Chemische structuur: all-trans-retinol; caroteen bestaat uit twee keer retinol.
Carotenoids is een verzamelnaam voor caroteen en variaties daarop. Drie actieve
vormen van vitaminen A: retinol (alcohol), retinal (aldehyde) en retinoic (zuur).
Retinyl ester is de opslagvorm voor in de lever (16C lang).
Retinol en Retinal kunnen via synthese in elkaar veranderen, maar als het eenmaal
retinoic zuur is, dan kan het niet meer veranderen.
, Absorptie en transport: carotene of retinol (beide vitamine A) worden opgenomen in
de dunne darm, hier worden ze gebonden aan chylomicronen naar de lever
vervoerd. RBP (retinol-binding protein) kan binden aan vitamine A. Vanuit Stellate cel
(vet opslag cellen van de lever) naar TTR. Dit bindt dus met RBP en vitamine A. Dit
wordt uitgescheiden in het bloed en RBP en TTR laten los. Vitamine A kan naar
andere cellen gaan.
Lipase zit in de darmlumen, retinol zit nog vast aan vetzuren: losmaken, retinol met
ester is opslagvorm. Als het een cel in wil, eerst gewoon retinol maken.
Retinine zuur wordt uitgescheiden naar gal, RBP wordt afgebroken in de nieren in
losse aminozuren. Opname caroteen is niet heel effectief; er wordt erg weinig
omgezet in vitamine A. Retinol is een belangrijke transport vorm.
Cis wordt trans als er licht op valt en dus verandert het gezichtsvermogen. (er zitten
staafjes en kegels in.
Visuele cirkel: CRBP bindt aan retinol van trans-vorm naar cis-vorm en van retinol
naar retinal. (in het netvlies) cis-retinal wordt gebonden aan opsine eiwit -> als er licht
op valt dan gaat het van cis naar trans en van retinal naar retinol.
Zure vorm van vitamine A, retinoic acid, kan aan eiwitten binden en daardoor de
activatie van genen bepalen. Dus beïnvloedt de cel differentiatie en gen expressie.
Naast retinoic zuur zorgen vitamine D, vetzuren, thyroid hormoon en cholesterol ook
voor gen regulatie.
Andere functies: reproductie (retinol), bot ontwikkeling en onderhouden, stamcellen
en ijzer distributie en immuunsysteem. (mechanisme nog niet bekend).
Carotenoids omzetten in retinol, maar ook in antioxidanten. Stimuleert differentiatie.
Voedingsmiddelen: Melk, eieren, lever, boter carotenen: gele-oranje groente en fruit
en donkergroene groente zoals spinazie
Vitamine D
functie: mineralisatie van de botten (efficiënte calcium en fosfor opname en
concentratie op peil houden)
Te weinig: deficiëntie symptomen: rickets bij kinderen; onvoldoende verkalking
(misvormde botten); uitbreiding van de uiteinden van de lange beenderen (knieën,
polsen); misvormingen van de ribben: Osteomalacie bij volwassen: verlies van
calcium, wat zorgt voor zachte, flexibele, broos en misvormde botten; progressieve
zwakte; pijn in bekken, onderrug en benen.
Osteoblast: botvorming cel. Osteoclast: afbraak bot cel. Osteocytes: bot cel.
Verzorgd door de zon en niet echt in eten.
Te veel: toxische symptomen: verhoogde calcium gehalte in bloed, verkalking van
zachte weefsels (bloedvaten, nieren, hart, longen, weefsels rond gewrichten), vaak
plassen.
Metabolisme: vitamine D3 (opslag) valt op je huid en krijg je binnen via voedsel
(inactieve vorm). Gaat in chylomicronen naar de lever. In de lever en in de nieren
• De belangrijkste metabolische functies en bijbehorende onderliggende
werkingsmechanismen van vitaminen te kennen
• Daarmee effecten van tekort en overschot kunnen noemen en
verklaren
Vitaminen
Algemene eigenschappen vitaminen: organische opbouw afwijkend van vetten,
koolhydraten en eiwitten, hebben geen calorieën, natuurlijk deel van voedsel in
kleine hoeveelheid, essentiële micronutriënt voor normale fysiologische functies, het
ondergaat niet synthese, als het mist is er een specifieke deficiëntie ziekte en bij veel
inname kan het giftig zijn.
Vet oplosbare vitaminen
A, D, E & K
Absorptie: eerst in de lymfevaten en daarna in het bloed.
Transport: veel hebben eiwit carriers nodig.
Opslag: opgeslagen in de cellen, waar vet aanwezig is.
Uitscheiding: niet snel uitgescheiden, het blijft eerder in de vetopslag zitten.
Giftigheid: alleen giftig level door het consumeren van supplementen. Nodig:
een keer in weken of maanden.
Functies: als antioxidant (E), als H+/e- donor of acceptor (K), als
hormoon (A,D), als onderdeel van co-enzymen (A,K), als gen
transcriptie elementen (A,D)
Vitamine A
functie: celdeling: haar, darm, long, huid (alles wat deelt)
Te weinig: deficiëntie symptoom: het oog; nachtblindheid; drogen cornea (hoornvlies)
(xerosis); driehoekige grijze vlekken op het oog (bitot’s vlekken); zacht worden van
hoornvlies (keratomalacia); hoornvlies degeneratie en blindheid (xerophthalmia).
(retina= netvlies): vervolg: verslechterde immuniteit (infecties); conditie van huid en
membranen gaan achteruit (geen mucus laag meer), vertering en urine stelsel
verslechterd sterk; aansluiten van haarzakjes met keratine, de vorming van witte
klonten (hyperkeratose)
Te veel: acute (leverschade) of chronisch (opslag); chronische giftigheid symptomen;
verhoogde activiteit van osteoclasten (verminderd botdichtheid), haar en huid zijn
aangetast, hoofdpijn, lever afwijkingen en aangeboren afwijkingen.
Chemische structuur: all-trans-retinol; caroteen bestaat uit twee keer retinol.
Carotenoids is een verzamelnaam voor caroteen en variaties daarop. Drie actieve
vormen van vitaminen A: retinol (alcohol), retinal (aldehyde) en retinoic (zuur).
Retinyl ester is de opslagvorm voor in de lever (16C lang).
Retinol en Retinal kunnen via synthese in elkaar veranderen, maar als het eenmaal
retinoic zuur is, dan kan het niet meer veranderen.
, Absorptie en transport: carotene of retinol (beide vitamine A) worden opgenomen in
de dunne darm, hier worden ze gebonden aan chylomicronen naar de lever
vervoerd. RBP (retinol-binding protein) kan binden aan vitamine A. Vanuit Stellate cel
(vet opslag cellen van de lever) naar TTR. Dit bindt dus met RBP en vitamine A. Dit
wordt uitgescheiden in het bloed en RBP en TTR laten los. Vitamine A kan naar
andere cellen gaan.
Lipase zit in de darmlumen, retinol zit nog vast aan vetzuren: losmaken, retinol met
ester is opslagvorm. Als het een cel in wil, eerst gewoon retinol maken.
Retinine zuur wordt uitgescheiden naar gal, RBP wordt afgebroken in de nieren in
losse aminozuren. Opname caroteen is niet heel effectief; er wordt erg weinig
omgezet in vitamine A. Retinol is een belangrijke transport vorm.
Cis wordt trans als er licht op valt en dus verandert het gezichtsvermogen. (er zitten
staafjes en kegels in.
Visuele cirkel: CRBP bindt aan retinol van trans-vorm naar cis-vorm en van retinol
naar retinal. (in het netvlies) cis-retinal wordt gebonden aan opsine eiwit -> als er licht
op valt dan gaat het van cis naar trans en van retinal naar retinol.
Zure vorm van vitamine A, retinoic acid, kan aan eiwitten binden en daardoor de
activatie van genen bepalen. Dus beïnvloedt de cel differentiatie en gen expressie.
Naast retinoic zuur zorgen vitamine D, vetzuren, thyroid hormoon en cholesterol ook
voor gen regulatie.
Andere functies: reproductie (retinol), bot ontwikkeling en onderhouden, stamcellen
en ijzer distributie en immuunsysteem. (mechanisme nog niet bekend).
Carotenoids omzetten in retinol, maar ook in antioxidanten. Stimuleert differentiatie.
Voedingsmiddelen: Melk, eieren, lever, boter carotenen: gele-oranje groente en fruit
en donkergroene groente zoals spinazie
Vitamine D
functie: mineralisatie van de botten (efficiënte calcium en fosfor opname en
concentratie op peil houden)
Te weinig: deficiëntie symptomen: rickets bij kinderen; onvoldoende verkalking
(misvormde botten); uitbreiding van de uiteinden van de lange beenderen (knieën,
polsen); misvormingen van de ribben: Osteomalacie bij volwassen: verlies van
calcium, wat zorgt voor zachte, flexibele, broos en misvormde botten; progressieve
zwakte; pijn in bekken, onderrug en benen.
Osteoblast: botvorming cel. Osteoclast: afbraak bot cel. Osteocytes: bot cel.
Verzorgd door de zon en niet echt in eten.
Te veel: toxische symptomen: verhoogde calcium gehalte in bloed, verkalking van
zachte weefsels (bloedvaten, nieren, hart, longen, weefsels rond gewrichten), vaak
plassen.
Metabolisme: vitamine D3 (opslag) valt op je huid en krijg je binnen via voedsel
(inactieve vorm). Gaat in chylomicronen naar de lever. In de lever en in de nieren