Factoren die de Hechting beïnvloeden bij mensen met een Verstandelijke
Beperking.
De rol van interventies in het verbeteren van hechtingsproblemen
Auteur:
Auteur affiliatie: Hogeschool Voor Pedagogische En Sociaal-Agogisch Onderwijs Groningen
Cursusnaam: Referaat- en bibliotheekpracticum; Ondersteuning aan personen met beperkingen,
individuele opdracht
Studentennummer:
Versie: Versie 1
Naam docent:
Datum: 20 December 2024
,Een verstandelijke beperking en hechtingsproblematiek 2
Abstract
This study examined which factors influence the attachment of people with intellectual disabilities
and to what extent interventions can improve these attachment problems. Based on literature
research, we investigated what this target group needs in daily life. This shows that they need
structure, safety and support that is appropriate for the request for help. As a result, the Gentle
Teaching and ARGOS methods have been analyzed to determine to what extent the method best fits
the theory. Within Gentle Teaching, the focus is mainly on an unconditional support relationship. In
contrast, ARGOS focuses on the needs and requests for helping people with an intellectual disability
and attachment problems. From here they work towards interventions and treatments that match
the needs and capabilities of the person. From the literature study it can be concluded that the
ARGOS method meets the needs of people with intellectual disabilities and attachment problems. As
a result, it can be recommended to use the ARGOS method in practice for people with an intellectual
disability in combination with attachment problems.
Keywords: attachment problems, intellectual disability, support relationship, interventions.
, Een verstandelijke beperking en hechtingsproblematiek 3
Inleiding
Een belangrijke basis voor een optimale ontwikkeling van een kind bestaat uit een veilige
gehechtheidsrelatie met de ouders. De gehechtheid is vaak problematisch bij mensen met een
verstandelijke beperking waardoor de risico’s op sociaal-emotionele, psychische en
gedragsproblemen worden vergroot (Landelijk Kennis Centrum, z.d.).
Wanneer mensen tijdens hun vroege ontwikkeling niet genoeg gelegenheid hebben gehad
om een selectieve hechtingsrelatie te vormen ontstaat er een reactieve hechtingsstoornis. Een
ernstige onderontwikkelde of afwezige hechting tussen een kind en de verzorgende volwassenen is
het hoofdkenmerk van een hechtingsstoornis. Daarnaast is het bekend dat het kind zich zelden of
nauwelijks wendt voor troost, steun, bescherming of zorg tot een hechtingsfiguur (American
Psychiatric Association, 2022).
Hechtingspatronen kunnen een belangrijke factor zijn in het ontwikkelen en onderhouden
van relaties. Voor mensen met een verstandelijke beperking is het van belang om sociale inclusie en
verbondenheid te ervaren met andere mensen. Uit onderzoek is gebleken dat de algemene
bevolking een hoger niveau heeft in relatie tot het reguleren van emoties en mentale toestanden dan
mensen met een verstandelijke beperking. Deze doelgroep ervaart juist een hoger niveau van
psychische problemen dan de algemene bevolking (Mullen, 2018).
Uit internationale en Nederlandse studies naar gehechtheid blijkt dat tussen de 60 en 70
procent van alle thuiswonende, gezonde kinderen tussen de één en twaalf jaar oud, een veilige
gehechtheidsrelatie heeft met hun ouders. Dit houdt in dat 30 tot 40 procent van de thuiswonende,
gezonde kinderen onveilig gehecht is. Naast die 30 tot 40 procent, is het bekend dat 50 procent van
de kinderen met een verstandelijke beperking ook een onveilige gehechtheidsrelatie hebben
(Nederlands Jeugdinstituut, 2021).
Hechtingsproblemen bij jonge kinderen met een verstandelijke beperking is op een latere
leeftijd niet bevorderlijk voor het levensgeluk. Zowel voor de persoon zelf, als voor de mensen er