samenvatting
HFD 1: Industrie & Kolonialisme in het Britse Rijk
Aan het begin van de 20e eeuw heerste Groot-Brittannie over een kwart
van de wereldbevolking. In de hele geschiedenis is er nooit eerder zo’n
groot wereldrijk geweest (erna ook niet).
De ontwikkelingen in Groot-Brittannië tussen 1750 en 1900
• 2e helft achttiende eeuw
- De Industriële Revolutie kwam in Groot-Brittannie tot stand.
- Hierin veranderde het land van een agrarisch-urbane samenleving naar een
industriele samenleving
• Agrarisch-urbane samenleving
- Een samenleving waarin de meeste mensen leven van landbouw aangevuld
met handel en ambacht
• Industriële samenleving
- Een samenleving waarin de meeste mensen werken in een industrie
,Hoe begon deze verandering?
• Er werden in de textielnijverheid uitvindingen ontdekt, waardoor spinners en
wevers sneller konden werken.
- Garen konden hierdoor makkelijker worden gesponnen
- Stof kon hierdoor makkelijker worden geweven
• Deze uitvindingen maakte textiel goedkoper en zorgden dat het in grotere
hoeveelheden beschikbaar kwam
• Voorbeeld van zo’n uitvinding
- De spinning jenny, hiermee kon 1 spinner meerdere draden tegelijk maken
Stoommachine
• Machine die zorgde voor een aandrijfkracht, waarop allerlei apparaten
konden worden aangesloten
- Door grote aantallen spin- en weef- toestellen te koppelen aan een
stoommachine kon een textielfabriek worden gesticht
- Spinners en wevers moesten dan naar zo’n fabriek komen om machines te
bedienen die niet hun eigendom waren, i.p.v. thuis zelfstandig hun werk
doen met hun eigen apparaten
• Belangrijker voor de Industriele Revolutie dan de uitvindingen in de
textielindustrie
• In allerlei sectoren werden fabrieken met stoommachines ingericht
• De zelfstandige ambachtslieden werden verplaatst door de arbeiders
- Een nieuwe groep mensen die helemaal afhankelijk was van loonarbeid
- Zij vormden een nieuwe sociale laag in de samenleving:
de arbeidersklasse
De groei van de bevolking was ook een oorzaak van de Industriele Revolutie
Oorzaken van de bevolkingsgroei
• Betere landbouwmethoden zorgden voor meer voedsel, waardoor de bevolking
kon toenemen
- I.p.v. het middeleeuwse dorpensysteem maakten grootgrondbezitters
afgesloten, omheinde akkers en weidegronden (‘The enclosure movement’)
die efficienter konden worden bewerkt met moderne landbouwmachines
• De vooruitgang van de geneeskunst
- In de 18e eeuw werd de vaccinatie tegen besmettelijke ziekten ontdekt
, Hoe de groeiende bevolking de industrialisatie bevorderde
• Voor alle mensen waren er steeds meer producten nodig
- Denk aan kleding en huishoudtextiel
• Grotere aantallen mensen die als arbeiders in fabrieken konden gaan werken
EIC (opgericht 1600) hanteerde kapitalistisch systeem om het bedrijf te
bekostigen:
• Verkochten aandelen om het benodigde geld van hun verre handelsreizen bijeen
te brengen
- Iedereen kon zo’n aandeel kopen en werd dan voor een stukje eigenaar van
het bedrijf
- Zodra het bedrijf winst maakte, kreeg de aandeelhouder daar een deel van
dat in verhouding stond tot zijn aandeel in het bedrijf
- Kapitaal was dus niet van het bedrijf, maar van de aandeelhouders
- Het werk werd verricht door ondernemers en arbeiders van het bedrijf en
dus niet door de aandeelhouders wat resulteerde tot een scheiding van
arbeid en kapitaal
Kapitaal (in 17e eeuwse begrip)
• Geld dat geïnvesteerd werd in de hoop op een deel van de winst, zonder daar
verder iets voor te doen
• Investeringen
- Een strategische uitgave of inzet van middelen met de verwachting dat dit op
de lange termijn een positief rendement oplevert.
Het handelskapitalisme van de 17e eeuw veranderde langzamerhand in een
industrieel kapitalisme
Waardoor de vraag naar transport begon: