● Paragraaf 1.1: Ligging en beeldvorming
Beeldvorming
Het stereotiepe beeld van Brazilië wordt bepaald door cultuurelementen zoals muziek,
dans, kleding en religie en door beelden van de media. Er heerst nog veel corruptie in
Brazilië en is een zogenoemde zwakke staat.
Hoe iemand naar iets kijkt, bijvoorbeeld Brazilië, noem je de perceptie. De perceptie is een
persoonlijke mening in je hoofd. Dit wordt ook wel een mental map genoemd, maar dit
komt meestal niet overeen met de werkelijkheid.
Bij het geografisch beeld van Brazilië gaat om de volgende kenmerken:
- ligging
- landschappelijke kenmerken
- bevolkingskenmerken
- interne en externe relaties
Het geografisch beeld én het stereotiepe beeld samen bepalen jouw mental map en jouw
perceptie.
Beelden
Een foto of video is altijd vanuit een bepaalde invalshoek bedacht, gemaakt en verspreid. Ze
beïnvloeden hoe wij de wereld zien.
Als er veel van dezelfde beelden zijn van een omgeving, kan een eenzijdige of vertekende
weergave van de werkelijkheid ontstaan.
Grootte en oppervlakte
Brazilië is het grootste land in Zuid-Amerika. De absolute ligging is tussen 5 N.B. en 33
Z.B. en tussen 35 en 74 W.L.
De relatieve ligging is de ligging van een land ten opzichte van andere gebieden. De
noordelijke buurlanden zijn Venezuela, Guyana, Suriname en Frans-Guyana. Van noordwest
naar zuidoost zijn Colombia, Peru, Bolivia, Paraguay, Argentinië en Uruguay buurlanden.
Door de grotere afstanden is reizen in Brazilië een grote uitdaging.
● Paragraaf 1.2: Natuurlandschappen
Oorspronkelijke plantengroei
Een natuurlijk landschap is een gebied met dezelfde oorspronkelijke plantengroei. De
spreiding van de natuurlandschappen komt in grote lijnen overeen met de spreiding van het
klimaat. De oorspronkelijke plantengroei is in Brazilië op heel veel plekken verdwenen. De
begroeiing heeft namelijk plaats gemaakt voor landbouw, mijnbouw, infrastructuur en
steden.
Tropisch regenwoud
Een groot deel van Brazilië bestaat uit tropisch regenwoud (selva). In tropisch
regenwoud is het altijd warm (minimaal 18 graden) en er valt veel regen (minimaal 2000
mm/jaar).
In de warme vochtige omgeving groeien veel soorten planten en bomen allemaal door elkaar
heen. Ook leven er veel dieren. De variatie van levensvormen is groot: de biodiversiteit is
groot. De bomen zijn het hele jaar groen, de bladeren vallen wel maar niet allemaal tegelijk
en er groeien direct weer nieuwe bladeren.
,Tropische regenwouden worden verdeeld in lagen (etages). Onderaan is de bodemlaag waar
mossen groeien en waar veel afgevallen bladeren liggen die weer voedsel zijn voor
schimmels. Iets hoger staan kleine plantjes en jonge boompjes. Daarna komt de struiklaag en
nog hoger de boomlaag.
Mangrove
In de tropen in de gebieden met brak water (een mengsel van zout en zoet) met een getij
komt er mangrove voor. Dit bestaat uit bomen en struiken die in deze omstandigheden
kunnen leven. Ze komen voor in rivierdelta’s en langs de kust.
Het bijzondere is dat de wortels boven het water uitsteken waardoor ze toch zuurstof kunnen
opnemen. Tussen de wortels onder water bevinden zich veel zeedieren. Doordat de wortels
zo staan is het als een natuurlijke muur tegen erosie en stormschade aan de kust, de
bebouwing wordt dus beschermd. De mangroves moeten soms wel wijken, bijvoorbeeld voor
de groei van de aquacultuur, havens, scheepswerven en hotels.
Savanne
Het gebied met tropisch regenwoud gaat in westelijke en oostelijke richting over in een
tropisch gebied dat beïnvloed wordt door de droge tijd. Dit noem je de savanne. In
sommige delen valt er vier tot zes maanden per jaar geen regen. Er zijn in Brazilië twee
soorten savanne: cerrado en caatinga.
Cerrado
De cerrado, ook wel de boomsavanne genoemd, was na de Amazone oorspronkelijk het
meest voorkomende vegetatietype in Brazilië. De cerrado is een savanne met een mix van
bomen, struiken en grassen. Ook hier is een hoge biodiversiteit.
In de cerrado, na het Atlantische regenwoud, lijkt de oorspronkelijke vegetatie en
diersoorten te verdwijnen. Bijna de helft wordt al gebruikt voor landbouw. De agribusiness
waar landbouwproducten worden opgeslagen en verwerkt, en de aanleg van wegen en steden
verklaren de verdere ontbossing.
Caatinga
De caatinga wordt ook wel doornsruiksavanne genoemd. Het gebied heeft een semi-aride
klimaat met een gemiddelde jaartemperatuur van rond de 28 graden.
Er groeien doornstruiken, cactussen, grassen en hier en daar wat bomen. Tijdens de droge
periode laten ze allemaal hun bladeren vallen om water te sparen en zo de verdamping te
verminderen. Als het begint met regen wordt het gebied binnen een paar dagen helemaal
groen.
Het gebied is eigenlijk te droog voor landbouw. Toch wordt er sinds kort tropisch fruit op
geproduceerd.
Atlantisch regenwoud
Dit regenwoud bestaat oorspronkelijk vooral uit zomergroene loof- en naaldbomen.
Kenmerkend voor het bos zijn de mossen die langs de stammen en takken groeien.
Pampa
De steppe of pampa is een vruchtbaar gebied. Er groeien vooral grassen die de periode van
grote droogte met behulp van diepe wortels overleven.
, Pantanal
De Pantanal is een moerasgebied. In het noorden begint de regen eerder dan in het zuiden.
De Pantanal heeft een bijzonder ecosysteem en een enorme biodiversiteit. Het gebied is
daarom ook een werelderfgoed. Maar toch wordt het Pantanal bedreigd. De regering bouwt
waterkrachtcentrales in de rivieren die naar de Pantanal stromen. Ook wordt er veel ontbost
of in brand gestoken.
Grote rivieren
In Brazilië liggen negen stroomgebieden. Het stroomgebied van de Amazone bevat 75%
van de totale hoeveelheid zoet water in Brazilië. Het stroomstelsel van de Amazone is erg
breed en diep en heeft een hoge waterafvoer (debiet).
Het regiem van een rivier wordt vooral bepaald door de neerslag en verdamping in de
verschillende klimaatgebieden waar de rivier doorheen stroomt.
Vooral de Amazone en de Tocantins vervoeren naast water ook veel sediment. Dit kleurt de
rivieren. Aanfankelijk van waar ze vandaan komen kleurt het wit, geel-bruin, blauw of zwart.
De mens heeft steeds vaker invloed op het regiem van de rivieren. Vooral in de
Amazonerivier liggen veel stuwdammen. Deze waterkrachtcentrales produceren veel
elektriciteit.
● Paragraaf 1.3: Geologie en reliëf
Reliëf
Op basis van reliëf kan je Brazilië indelen in 3 gebieden: Hoogland van Guyana, Hoogland
van Brazilië en Amazonebekken.
De Zuid-Amerikaanse plaat
Brazilië ligt midden op de Zuid-Amerikaanse plaat. Het Zuid-Amerikaanse continent bestaat
uit een subductiezone in het westen en twee schilden: het Guyanaschild en het Braziliaanse
schild. Ze worden van elkaar gescheiden door de Amazonerivier. Een schild is een zeer oud
stuk aardkorst van minstens 500 miljoen jaar oud. Om de geomorfologie van Brazilië te
kunnen verklaren, moeten we terug naar Pangea.
Van rift naar drift
In het Perm zaten Zuid-Afrika en Afrika aan elkaar en vormen samen met de andere
continenten het supercontinent Pangea. In het Krijt brak dat supercontinent in stukken en
bewogen Noord-Afrika en Noord-Amerika van elkaar af. Ietsje later ontstond ook de breuk
tussen Afrika en Zuid-Amerika. Er ontstond een riftvallei. Het magma dat diep uit de
mantel omhoog kwam, vormde een oceanische korst. Door de hogere dichtheid was deze
oceanische korst zwaarder en lag daardoor lager dan die van de continenten. Zo ontstond er
op die plek een nieuwe oceaan, de Atlantische Oceaan.
Het Hoogland van Brazilië
Het Hoogland van Brazilië bestaat vooral uit plateaus die van west naar oost langzaam in
hoogte oplopen. Een hoogland is een vlak of zacht golvend gebied dat meer dan 500 m
hoog ligt. Het heet ook plateau of hoogvlakte. Er zijn twee grote plateaus: het Plateau van
Mato Grosso en het Plateau van Paraná.