College 1 8-11-2023
Ouders steeds actievere rol in onderwijs. Maar ook leerkrachten spelen belangrijkere en actievere rol
in opvoeding: kerndoelen voor hygiëne, sociale redzaamheid, wederzijdse respect, ze volgen kinderen
in hun ontwikkeling.
Model van Bronfenbrenner met micro (kind zelf), meso (hier zit school al), exo (mensen die met
organisatie bezigheden) en macrosystemen.
Leren leidt tot blijvende verandering van kennis, vaardigheid of houding, dit kan intentioneel of
incidenteel zijn. Leren gebeurt niet automatisch; het vereist inzet en aandacht.
Instructie is elke vorm van pedagogische-didactische ondersteuning die het leren faciliteert en is altijd
intentioneel, niet gebonden aan plaats of leeftijd en hoeft niet door bevoegde leraar gegeven te
worden en omvat meet van lesgeven alleen.
Onderwijs is een geïnstitutionaliseerde en geprofessionaliseerde vorm van instructie en ook leren.
Gebonden aan plaats en leeftijd en wordt gegeven door gediplomeerd leraar. Heeft een langere
looptijd dan instructie. Specifiek op een school. Is dan niet per se sport.
Onderwijswetenschappen is een toegepaste wetenschap die het onderwijs bestudeert en
hierdoor probeert een bijdrage te leveren aan de verbetering van het onderwijs.
Onderwijsontwerpers ontwikkelen leerdoelen en leerlijnen, leermiddelen, toetsen, examens en
beoordelingsinstrumenten. Ze evalueren onderwijsvernieuwingen en begeleiden auteurs van
leermiddelen en toetsen. Gebruiken onderzoek om effectieve vernieuwingen te ontwikkelen en testen
en evalueren hun producten.
Onderwijsadviseurs inventariseren de wensen en behoeften van belangstellenden, stellen
verbeterplannen op en coachen leraren enz.. Ze geven input aan het management voor beleidskeuzes
en bedenken kwaliteitssystemen. Gebruiken onderzoek om goed onderbouwde adviezen te geven
Onderwijsonderzoekers schrijven onderzoeksvoorstellen, doen fundamenteel of praktijkgericht
onderzoek en beschrijven de resultaten in rapporten en artikelen voor de wetenschap en praktijk. Ze
presenteren hun onderzoeken op congressen en geven onderwijs aan studenten.
,Beleidsmakers signaleren ontwikkelingen op macroniveau, vertalen dit beleid naar de situatie in een
school en ontwikkelen en implementeren beleidsmaatregelen en coördineren verandertrajecten.
Monitoren en evalueren hun beleid, doen beleidsvoorbereidend onderzoek.
Leraren gebruiken onderzoek om lessen te verbeteren en hun visie op onderwijs te onderbouwen en
doen onderzoek in hun eigen klas om de effecten hiervan te bepalen.
Werk als scientist practitioner. Praktijk en theorie/empirie.
Soorten onderwijsonderzoek
- Fundamenteel wetenschappelijk: vragen uit nieuwsgierigheid, kennis om kennis en niet per se
gericht op toepasbaarheid
- Praktijkgericht: vragen vanuit school, toepassingsgericht (onderwijs willen verbeteren) en
resultaten direct toepasbaar in eigen school
- Beleidsgericht: vragen vanuit schoolbesturen of overheid, toepassingsgericht (beleid willen
maken of evalueren) en resultaten onderbouwen van beleid
College 2 h1 en video 1,2 ,3
3 leertheorieën:
1. Behaviorisme: leren is het veranderen van observeerbaar gedrag
- Tegenbeweging tegen de nature vs. Nurture.
- Conditoneren: aanbieden van prikkels om de kans op een bepaald soort gedrag te vergroten.
- Klassiek (Pavlov): generalisatie (ongeveer gelijke stimulus moet zelfde reactie geven) en
discriminatie (bijv. licht mag dan niet werken). Little Albert experiment.
- Operant (Skinner). Met die duiven. Vrijwillig gecontrolleerd gedrag, positieve en negatieve
reinforcement.
Gewenst gedrag geef prettige stimulus
Gewenst gedrag verwijder onprettige stimulus
Straffen is ineffectief. Je weet niet wat nou precies wel goed is.
Reinforcements schema: je moet ze niet altijd belonen. En dat moet je ook niet iedere
keer geven, dus een beetje afwisselen: variabele ratio schema. Ook de intervallen
afwisselen.
- 2 toepassingen vanuit bahaviorisme:
Applied behavior analysis: stimuleer gewenst gedrag en ontmoedig ongewenst gedrag.
5 strategieën: kies effectieve reinforcers, gebruik ze alleen direct na het gewenste gedrag,
kies het beste reinforcement schema, maak effectief gebruik van negatieve reinforcement,
gebruik effectief gebruik van negatieve reinforcement, gebruik prompts (herinneringen) en
shaping (daar groei je in, dus eerst 50% van de klas en daarna 80% van de klas.)
, Dit kan niet volgens behaviorisme, zo’n snelle lijn naar beneden, niet de training van
behaviorisme, er is dus iets gebeurd. De kinderen hebben te horen gekregen wat de
beloning is. Ongewenste gedrag neemt direct weer toe.
Geprogrammeerde instructie: kan lang duren en is saai. Dus Branching: vertakte
instructieprogramma. Verdeel de leerstof in kleine eenheden (frames), geef een stukje
info, vraag daarna respons, geef directe feedback, geef steeds minder info(fading),
volledige beheersing is nodig om door te gaan naar de volgende set met frames en
leerlingen werken op eigen tempo
allereerste teaching machine
Skinner wilt snellere feedback en heeft dus zijn eigen teaching machine bedacht.
Mastery learning: personalized system of instruction (lijkt op geprogrammeerde instructie,
langere looptijd, afwisselend met hoorcolleges en demonstraties, herhaaldelijk oefening
en veelvuldig toetsen (gaven zelf aan of je de toets wilde maken). Wordt begeleiding
gegeven en een afsluitend examen.
precision teaching:
Ouders steeds actievere rol in onderwijs. Maar ook leerkrachten spelen belangrijkere en actievere rol
in opvoeding: kerndoelen voor hygiëne, sociale redzaamheid, wederzijdse respect, ze volgen kinderen
in hun ontwikkeling.
Model van Bronfenbrenner met micro (kind zelf), meso (hier zit school al), exo (mensen die met
organisatie bezigheden) en macrosystemen.
Leren leidt tot blijvende verandering van kennis, vaardigheid of houding, dit kan intentioneel of
incidenteel zijn. Leren gebeurt niet automatisch; het vereist inzet en aandacht.
Instructie is elke vorm van pedagogische-didactische ondersteuning die het leren faciliteert en is altijd
intentioneel, niet gebonden aan plaats of leeftijd en hoeft niet door bevoegde leraar gegeven te
worden en omvat meet van lesgeven alleen.
Onderwijs is een geïnstitutionaliseerde en geprofessionaliseerde vorm van instructie en ook leren.
Gebonden aan plaats en leeftijd en wordt gegeven door gediplomeerd leraar. Heeft een langere
looptijd dan instructie. Specifiek op een school. Is dan niet per se sport.
Onderwijswetenschappen is een toegepaste wetenschap die het onderwijs bestudeert en
hierdoor probeert een bijdrage te leveren aan de verbetering van het onderwijs.
Onderwijsontwerpers ontwikkelen leerdoelen en leerlijnen, leermiddelen, toetsen, examens en
beoordelingsinstrumenten. Ze evalueren onderwijsvernieuwingen en begeleiden auteurs van
leermiddelen en toetsen. Gebruiken onderzoek om effectieve vernieuwingen te ontwikkelen en testen
en evalueren hun producten.
Onderwijsadviseurs inventariseren de wensen en behoeften van belangstellenden, stellen
verbeterplannen op en coachen leraren enz.. Ze geven input aan het management voor beleidskeuzes
en bedenken kwaliteitssystemen. Gebruiken onderzoek om goed onderbouwde adviezen te geven
Onderwijsonderzoekers schrijven onderzoeksvoorstellen, doen fundamenteel of praktijkgericht
onderzoek en beschrijven de resultaten in rapporten en artikelen voor de wetenschap en praktijk. Ze
presenteren hun onderzoeken op congressen en geven onderwijs aan studenten.
,Beleidsmakers signaleren ontwikkelingen op macroniveau, vertalen dit beleid naar de situatie in een
school en ontwikkelen en implementeren beleidsmaatregelen en coördineren verandertrajecten.
Monitoren en evalueren hun beleid, doen beleidsvoorbereidend onderzoek.
Leraren gebruiken onderzoek om lessen te verbeteren en hun visie op onderwijs te onderbouwen en
doen onderzoek in hun eigen klas om de effecten hiervan te bepalen.
Werk als scientist practitioner. Praktijk en theorie/empirie.
Soorten onderwijsonderzoek
- Fundamenteel wetenschappelijk: vragen uit nieuwsgierigheid, kennis om kennis en niet per se
gericht op toepasbaarheid
- Praktijkgericht: vragen vanuit school, toepassingsgericht (onderwijs willen verbeteren) en
resultaten direct toepasbaar in eigen school
- Beleidsgericht: vragen vanuit schoolbesturen of overheid, toepassingsgericht (beleid willen
maken of evalueren) en resultaten onderbouwen van beleid
College 2 h1 en video 1,2 ,3
3 leertheorieën:
1. Behaviorisme: leren is het veranderen van observeerbaar gedrag
- Tegenbeweging tegen de nature vs. Nurture.
- Conditoneren: aanbieden van prikkels om de kans op een bepaald soort gedrag te vergroten.
- Klassiek (Pavlov): generalisatie (ongeveer gelijke stimulus moet zelfde reactie geven) en
discriminatie (bijv. licht mag dan niet werken). Little Albert experiment.
- Operant (Skinner). Met die duiven. Vrijwillig gecontrolleerd gedrag, positieve en negatieve
reinforcement.
Gewenst gedrag geef prettige stimulus
Gewenst gedrag verwijder onprettige stimulus
Straffen is ineffectief. Je weet niet wat nou precies wel goed is.
Reinforcements schema: je moet ze niet altijd belonen. En dat moet je ook niet iedere
keer geven, dus een beetje afwisselen: variabele ratio schema. Ook de intervallen
afwisselen.
- 2 toepassingen vanuit bahaviorisme:
Applied behavior analysis: stimuleer gewenst gedrag en ontmoedig ongewenst gedrag.
5 strategieën: kies effectieve reinforcers, gebruik ze alleen direct na het gewenste gedrag,
kies het beste reinforcement schema, maak effectief gebruik van negatieve reinforcement,
gebruik effectief gebruik van negatieve reinforcement, gebruik prompts (herinneringen) en
shaping (daar groei je in, dus eerst 50% van de klas en daarna 80% van de klas.)
, Dit kan niet volgens behaviorisme, zo’n snelle lijn naar beneden, niet de training van
behaviorisme, er is dus iets gebeurd. De kinderen hebben te horen gekregen wat de
beloning is. Ongewenste gedrag neemt direct weer toe.
Geprogrammeerde instructie: kan lang duren en is saai. Dus Branching: vertakte
instructieprogramma. Verdeel de leerstof in kleine eenheden (frames), geef een stukje
info, vraag daarna respons, geef directe feedback, geef steeds minder info(fading),
volledige beheersing is nodig om door te gaan naar de volgende set met frames en
leerlingen werken op eigen tempo
allereerste teaching machine
Skinner wilt snellere feedback en heeft dus zijn eigen teaching machine bedacht.
Mastery learning: personalized system of instruction (lijkt op geprogrammeerde instructie,
langere looptijd, afwisselend met hoorcolleges en demonstraties, herhaaldelijk oefening
en veelvuldig toetsen (gaven zelf aan of je de toets wilde maken). Wordt begeleiding
gegeven en een afsluitend examen.
precision teaching: