(Eriksen, 2023), Samenvatting
Inhoud
Hoofdstuk 1: Anthropology: comparison and Context.............................................1
Hoofdstuk 4: The social person.............................................................................. 2
Hoofdstuk 2: A brief history of anthropology..........................................................4
Hoofdstuk 6: Person and Society............................................................................ 8
Hoofdstuk 3: Fieldwork and Ethnography.............................................................12
Hoofdstuk 9: Social differentiation 1; gender and age..........................................16
Hoofdstuk 10: Social differentiation 2; caste and class........................................19
Hoofdstuk 14: Political Identity 1; Ethnicity and the politics of identity................21
Hoofdstuk 15: politieke identiteit 2; nationalisme en minderheden.....................24
Hoofdstuk 19: Complexity and Change................................................................27
Hoofdstuk 21: Anthropology and the paradoxes of globalization.........................29
Hoofdstuk 22: Anthropology of climate change....................................................30
Hoofdstuk 1: Anthropology: comparison and
Context
Sociale en culturele antropologie focust op het geheel van menselijke
samenleving en probeert te begrijpen hoe mensenlevens uniek zijn maar
ook hoe ze hetzelfde zijn door te kijken naar integrale beelden van de
verschillende dimensies van samenlevingen
Conceptualisering van overeenkomsten tussen sociale systemen en
menselijke relaties
“It (anthropology) oscillates between the universal and the particular”
Geertz: we moeten de “variousness” van de mens begrijpen
Antropologen zoeken connecties binnen en tussen samenlevingen
Antropologen zoeken naar relaties tussen verschillende aspecten van
menselijk leven en doen dit vaak door een vergaande betrokkenheid aan
te gaan met een specifieke samenleving small places, large issues
werkdefinitie van cultuur: de vaardigheden, begrippen en vormen van
gedrag die personen hebben verkregen als leden van een samenleving
o meerduidigheid binnen deze definitie: overeenkomst tussen alle
mensen want alle mensen zijn gecultureerd en uniekheid want
iedereen heeft een andere cultuur
een nationale of lokale cultuur is echter bijna nooit aangehangen door alle
inwoners, en is ook niet per se gebonden aan de betreffende plaats
, culturele concepten die nauw verwant zijn aan het klassieke
antropologische worden op politiek gebied uitgebuit en veelal xenofobe
identiteitspolitiek
cultuur verwijst naar verworven cognitieve en symbolische aspecten van
het bestaan terwijl samenleving verwijst naar de sociale organisatie van
menselijk leven, interactie-patronen en machtsverhoudingen
antropologie is de comparatieve studie van cultuur en sociaal leven,
meestal doormiddel van participerende observatie
etnografisch veldwerk is van belang
er is een discussie over of antropologie behandeld kan worden als
natuurwetenschap of niet
er is overlap met andere wetenschappelijke diciplines
antropologen hebben de neiging om het unieke te veel te benadrukken en
daarmee de cross-culturele overeenkomsten te bagitaliseren
etnocentrisme: het evalueren van andere mensen vanuit je eigen
standpunten en die beschrijven in je eigen terminologie
bij antropologie wil je een begrip krijgen van een samenleving “van
binnenuit”
cultureel relativisme (ook wel tegenovergestelde van etnocentrisme
genoemd): idee dat elke samenleving kwalitatief anders is en een eigen
“innerlijke logica” heeft, en dat het dus onzinnig is om ze te rangschikken
op een schaal
o het lijkt te impliceren dat alles even goed is als al het andere, zolang
het maar logisch is binnen de betreffende sociale context als je
dit doorvoert tot in het extreme lijdt het tot nihilisme
cultureel relativisme is niet simpelweg het tegenovergestelde van
etnocentrisme
universalisme: het benadrukken van overeenkomsten tussen mensen
Hoofdstuk 4: The social person
mensen zijn sociale producten
o we hebben wel biologische behoeften maar de manieren waarop we
die vervullen zijn altijd sociaal gevormd
vier dimensies van menselijk bestaan: cultuur – genetica en universeel -
variatie
o structuralisten en aanhangers van Darwins theorie van natuurlijke
selectie plaatsen een groot aantal aspecten in de dimensie van
universele genetica
darwinistische sociale wetenschap kijkt veel naar
overeenkomsten tussen en verschillen binnen groepen
o genetische variatie: raciale verschillen vormen een klein deel van
de verklaring voor culturele verschillen
raciale genetische verschillen zijn zeer beperkt
raciale verschillen in fenotype zijn alleen op sociaal vlak
interessant
het nature – nurture debat antropologen die sterk beinvloed zijn door
modellen van de evolutietheorie zijn vaker van mening dat belangrijke
onderdelen van menselijk leven vrijwel altijd een genetische oorsprong
hebben, terwijl veel sociaalculturele antropologen juist van mening zijn dat
, veel dimensies van menselijk bestaan, ook al lijken die nog zo natuurlijk,
producten zijn van sociale en culturele processen.
Cultuur is universeel (alle mensen hebben cultuur) en uniek (alle culturen
zijn uniek)
Twee concepten van natuur: extern (het ecosysteem) en intern (menselijke
natuur)
De grens tussen cultuur en natuur is significant maar niet absoluut (hij is
veranderlijk en niet iedereen hecht er waarde aan of erkent hem)
o Er is ook een grijs gebied
Culturele projecten (landbouw, wegenbouw, verstedelijking) transformeert
de externe natuur
Er is een intrinsieke connectie tussen cultuur en natuur
Natuur lijkt sterker en meer permanent dan culturele producten en is
tegelijkertijd een voorziening en een bedreiging
Twee benaderingen van de relatie tussen cultuur en natuur
o Vergelijken hoe deze relatie er uitziet in verschillende
samenlevingen
o Onderzoeken hoe natuur cultuur beïnvloedt
Gedrag (behaviour):observeerbare gebeurtenissen waarbij mensen/dieren
betrokken zijn
Actie (action/agency): acties waarop de actor kan reflecteren, intentioneel
mensen weten dat ze een actie ondernemen, ook al kennen zij niet altijd
de consequenties
Actor = persoon of collectief dat acteert
o corporatie = collectief van mensen dat samen acteert (bijvoorbeeld
politieke partijen, bedrijfsbestuur etc.)
o Categorie = categorie van personen die iets gemeen hebben maar
niet samen als geheel handelen (bijvoorbeeld roodharigen,
bejaarden etc.)
Veel acties zijn niet alleen gericht op een andere actor, maar beïnvloed
door de relatie met de andere actor relatie tussen twee personen als
kleinste bouwsteen van de samenleving
Alle leden van een samenleving hebben (unieke) rechten en plichten
tegenover anderen
Status = sociaal gedefinieerd aspect van een persoon dat een sociale
relatie definieert en rechten en plichten tegenover anderen inhoudt 1
persoon, meerdere statussen
Toegeschreven en verworven/behaalde statussen
o Toegeschreven kun je niet onderuit, gaat automatisch (bv.
Kleinzoon)
o Verworven heb je zelf gedaan (bv. Je baan in onze samenleving)
Rol = meer dynamisch aspect van status, het gedrag dat je vertoont
binnen je status
o Er zitten verwachtingen / regels aan rollen sancties kunnen
volgen bij breken
Mensen hebben verschillende rollen en moeten daartussen switchen
Impression management : je probeert zo goed mogelijk over te komen als
iemand die zijn status goed kan naleven
Twee conclusies uit een groep mensen die de cultuur probeerde af te
zweren
, o Nieuwe cultuur ontstond heel erg snel binnen de groep
o Er bleef weinig over in de oude groep na het afzweren van de
“empty rituals”
Macht is een fundamenteel begrip van antropologie maar kan niet goed
gedefinieerd worden
o Macht vanuit het perspectief van actoren en een meer embedded
sociaal perspectief
Sociocentrische en egocentrische “personhood”
Publieke en persoonlijke persoonlijkheid (schildpad laat alleen hoofd en
ledematen zien)
Drievoudige distinctie tussen aspecten van “personhood’
o Identificatie als een menselijk wezen
o Culturele categorie
o Persoon als een ‘zelf’ (ik in tegenstelling tot anderen)
Hoofdstuk 2: A brief history of anthropology
Antropologie ontwikkelde zich als academische discipline in de late 18 e –
vroege 19e eeuw
o Voorlopers in historiografie, geografie, reisgeschriften, filosofie,
comparatieve linguïstiek en jurisprudentie
Proto-antropologie: bij de oude grieken
o Herodotus (historicus, 5e eeuw voor christus) schreef over
‘barbaarse’ volkeren ten oosten en noorden van Griekenland,
waarbij hij hun gewoonten en geloofsovertuigingen vergeleek met
de Atheense
o Een groep filosofen uit Athene (de Sophisten) waren wellicht de
eerste relativisten omdat ze zeiden dat er geen absolute waarheid
kon zijn en dat waarheid context gebonden is
Ibn Khaldun (Tunesie) schreef rond 1375 zijn werk “an introduction to
history”
o Belangrijkste werk: een niet-religieus theoretisch raamwerk waarin
hij sociale cohesie aandraagt als sleutel variabele in historische
veranderingen
In Europa: interesse in culturele variatie en menselijke natuur rond 16 e
eeuw door renaissance en kolonialisme
o Denkers als Michel de Montaigne (16e eeuw), Thomas Hobbes (17e
eeuw) en Giambattista Vico (18e eeuw) hielden zich bezig met
culturele variatie
o David Hume en Adam Smith (18e eeuw): enige betrouwbare bron
van kennis is ervaring empirisch
o Jean-Jacques Rousseau (18e eeuw): sociale condities van ‘savages’
als ideaalbeeld
o Baron de Montesquieu (17e-18e eeuw): schreef ‘Persian Letters’,
poging om Europa te omschrijven door de lens van niet-Europeanen
fictie
o Great French Encyclopedie (18e eeuw) bevatte veel artikelen over
andere volkeren