Hs. 1 inleiding..............................................................................................2
1.1 Organisatie indeling...........................................................................4
1.2 Globale ontwikkeling in de organisatietheorie...................................6
1.3 Medezeggenschap..............................................................................9
1.4 Enkele prominente denkers over organisatiekunde.........................11
1.5 Trends in de ontwikkeling van organisaties......................................14
1.6 Het economische kringloop model...................................................16
1.7 Het managementproces...................................................................20
1.8 Beleidsuitgangspunten: missie, vissie, doelstellingen en strategie. 24
Hs. 2 Strategie...........................................................................................29
2.1 Ondernemingsplanning....................................................................33
2.2 Extra Eisen.......................................................................................40
2.3 Samenloop van de S’en....................................................................41
Hs. 3 Structuur..........................................................................................43
3.1 Formele en Informele structuur........................................................45
3.2 Doelgericht (effectief) en doelmatig (efficiënt) te werk gaan...........47
3.3 Motieven bij het ontwerpen van een organisatiestructuur...............48
3.4 Arbeidsverdeling (taakverdeling) en coördinatie (communicatie)....50
3.4 Werkstructurering.............................................................................53
3.5 Spanwijdte, omspanningsvermogen, spandiepte en vergroting van
het omspanningsvermogen....................................................................56
3.6 basisconfiguratie van Mintzberg......................................................59
3.7 Coördinatie (communicatie).............................................................62
3.8 Organisatiestelsel.............................................................................65
3.9 Hoe trage organisaties meer lean maken........................................69
3.10 samenloop S’en..............................................................................70
Hs. 4 Systems............................................................................................71
4.1 Systems............................................................................................71
4.1 Procesverbetering............................................................................74
4.2 Procesverbetering met behulp van automatisering.........................76
4.3 Samenloop van de S’en....................................................................79
1
,Hs. 5 Staff..................................................................................................80
5.1 personeelsbeleid en personeelsbeheer
(humanresourcemanagement)...............................................................82
5.2 Instroom...........................................................................................84
5.3 Doorstroom......................................................................................88
5.4 Uitstroom..........................................................................................91
5.5 Samenloop van de S’en....................................................................94
Hs. 6 Skills.................................................................................................95
6.1 Voor wie toegevoegde waarde leveren?...........................................97
6.2 Het INK-model................................................................................100
6.3 De Balanced Scorecard (BSC-model)..............................................105
6.4 Competentiemanagement.............................................................108
6.5 Kwaliteitszorg.................................................................................109
6.6 Samenloop van de S’en..................................................................111
Hs. 7 Style...............................................................................................112
7.1 Theorieën.......................................................................................114
7.2 Teamvorming..................................................................................117
7.3 Stijl van leidinggeven bij conflicthantering....................................119
7.4 Besluitvorming...............................................................................122
7.5 Motivatietheorieën.........................................................................125
7.6 Samenloop van de S’en..................................................................128
Hs. 8 Shared Values.................................................................................129
8.1 Cultuurniveau’s..............................................................................130
8.2 Cultuurdiagnose.............................................................................132
8.3 Factoren die een cultuur bepalen...................................................134
8.4 Cultuurverandering........................................................................137
8.5 Samenloop van de S’en..................................................................140
Hs. 1 inleiding
Een organisatie is een doelgericht samenwerkingsverband van mensen
die middelen gebruiken om een gemeenschappelijk doel te bereiken.
2
,Deze middelen kunnen materieel zijn (zoals gebouwen, machines of
computers) of immaterieel (zoals kennis of tijd).
Alle organisaties drie gemeenschappelijke kenmerken:
Doelstellingen: wat men wil bereiken (bijv. winst, zorg, educatie,
duurzaamheid).
Mensen: de medewerkers die samenwerken aan dat doel.
Middelen: de hulpmiddelen die worden ingezet om het doel te
verwezenlijken.
Sommige organisaties streven naar continuïteit (blijvend bestaan), zoals
bedrijven of scholen.
Anderen juist níet: een stichting tegen roken wil zichzelf overbodig maken
zodra het doel bereikt is.
Kort:
Een organisatie is een groep mensen die bewust samenwerkt met een
gemeenschappelijk doel, waarbij samenwerking de sleutel is tot
effectiviteit — precies zoals bij de ganzen in formatie.
3
, 1.1 Organisatie indeling
Organisaties kunnen op verschillende manieren worden ingedeeld:
– naar doelstelling (profit of non-profit),
– naar proces (Starreveld),
– naar juridische vorm (met of zonder rechtspersoonlijkheid),
– en naar samenwerkingsvorm (zoals fusies of partnerschappen).
Bedrijven en overige organisaties
Onder de verzamelnaam organisaties vallen zowel bedrijven als overige
organisaties:
Bedrijven leveren producten of diensten aan klanten.
Profitbedrijven streven naar winst (bijv. Philips, slager).
Non-profitbedrijven willen geen winst maken, maar voorzien in
maatschappelijke behoeften (bijv. ziekenhuis, bibliotheek).
Overige organisaties richten zich niet op klanten, maar op hun leden,
zoals kerken of sportverenigingen.
Indeling volgens Starreveld
De typologie van Starreveld (1970) deelt bedrijven in op basis van hun
activiteiten en processen.
Hij laat zien dat verschillende typen organisaties (zoals banken, fabrieken
of dienstverleners) andere beheerssystemen en informatiestromen nodig
hebben.
Zijn model helpt te bepalen welke administratieve inrichting het best past
bij een bepaald bedrijfstype.
Organisaties met en zonder rechtspersoonlijkheid
Een belangrijke indeling is die naar juridische vorm:
Zonder rechtspersoonlijkheid → eenmanszaak, maatschap, vof,
commanditaire vennootschap.
4