Historische criminologie – samenvatting hoorcolleges
Hoorcollege 1 - Week 1
Er is niet één geschiedenis meerdere perspectieven:
- Huizinga
- Cooper
- Jenkins
Verschillende perspectieven:
- Op het verleden en wat wel/niet belangrijk is
- Op onderzoek naar het verleden
o Wat bestuderen, waarom bestuderen en hoe bestuderen?
Geschiedenis = fundamenteel onderscheid tussen het verleden & het onderzoek naar
verleden
Er wordt een selectie gemaakt van het verleden, wat er wel of niet verteld wordt o.b.v. wat
onderzoekers (zelf) belangrijker vinden.
- Verhalen reconstrueren in eigen tekst/taal/overtuigingen = geschiedschrijving
- 1 historisch werk = een perspectief van een deel van een verleden
- Bepaalde groepen en gebeurtenissen afwezig/ondervertegenwoordigd
Vanzelfsprekend is dat de geschiedenis een belangrijke rol speelt alles en iedereen kent
een verleden
- Menselijk bewustzijn is altijd tijdelijk vanuit het verleden gericht op de toekomst
o Strategieën uitwerken, plannen maken, etc.
- Gemeenschap houdt zich met het collectieve verleden bezig groepsidentiteit,
tradities, etc.
Geschiedschrijving heeft geen nut:
- Geschiedenis brengt men samen de daadwerkelijke accuratesse is minder van
belang dan het verhaal wat het oplevert
- We moeten het doen met wat we hebben bijeen puzzelen van de bronnen die we
hebben om daarvan kennis op te doen (Ranke, ‘wie es eigentlich gewesen’)
- Geschiedschrijving is een aangename bezigheid en brengt historici status op
- Postmodernistische historici alle verhalen over het verleden moeten geschreven
kunnen worden
o Niet alle verhalen hebben een gelijke stem/positie of krijgen evenveel
weerklank
o Groepen gebruiken de geschiedenis om de strijd tussen kampen te winnen
Geschiedenis is een ideologische inzet
o Geschiedenis wordt vaak misbruikt om bepaalde punten te maken of invloed
uit te oefenen
- Antropologische wetenschap de mens leren begrijpen en niet het heden door naar
het verleden te kijken
,Geschiedschrijving heeft wel nut:
- De geschiedenis beschrijven:
o Zorgt dat we voorkomen dat we vergeten
o Zorgt dat we lessen leren uit het verleden = voorbeeldfunctie
Welke lessen hangt af van de historicus/tijdvak
Churchill the one thing we have learned from history is that we
don’t learn from history
o Complexiteit blootleggen mythen doorprikken en nuance aanbrengen
Tegengif tegen te eenvoudige verklaringen en zwart/witte
perspectieven
- De geschiedenis verklaren:
o Het heden beter begrijpen d.m.v. het verleden
Ontwikkelingen ontdekken en verklaren
Verandering verschuivingen, omwentelingen en groei
Continuïteit terugkeren patronen/verbanden en een rode
draad
Besef complexiteit van het heden = inzicht in samenhang en proces
Wat zit erachter actuele fenomenen en hoe zijn deze gegroeid?
Common sense boven stereotypen
Mogelijke scenario’s voor de toekomst
Hoe het verleden het heden heeft bepaald kan een indicatie
zijn voor wat in de toekomst zou kunnen doorwerken
Dingen die niet bepaald zijn door het verleden blijven een
vraagteken? Idk
Beperkingen geschiedschrijving:
- Historici zijn niet vrij van common sense en stereotypen
- Geen pasklare antwoorden op de vraag ‘what works?’
- Het is geen toekomstvoorspelling, hoogstens een schetsing van mogelijke scenario’s
- Vermijden van determinisme er zijn alternatieven
o Determinisme = alles is op de een of andere manier al gedetermineerd (iets
staat al vast)
Kernprobleem geschiedschrijving de moeilijke relatie tussen feit en interpretatie
1. Feit/gebeurtenis bron
a. Ondervertegenwoordigde bronnen selectie uit het verleden
2. Bron historicus
a. Afhankelijk van de bronnen/sporen uit het verleden automatische selectie
van het verleden
b. De staat van de bron bepaalt de interpretatie die eruit opgemaakt wordt
i. Bij ontcijfering wordt er ook gepuzzeld/geïnterpreteerd om er een
verhaal van te maken
3. Historicus verhaal
a. Constructie van taal en tekst: proces van selectie en interpretatie
Dus: feit/gebeurtenis verhaal
, - Elke stap kent interpretatieproblemen
o Processen van selectie en ordening
Waarnemen en registeren = interpreteren
- Historici kennen geen eigen waarneming werken met sporen
o Sporen kunnen als bron dienen, maar deze bronnen zijn ook weer
interpretaties
o Bronnen kunnen verschillend gelezen/begrepen worden
o Het ordenen van bronnen om een verhaal te maken komt tot stand door
interpretatie
Doelen hebben bv. de ondervertegenwoordigde groepen naar
voren laten komen
- Bronnen kunnen vals/misleidend zijn!
o Falsa kunnen opzettelijk tot stand komen of uit slordigheid
Herkennen is lastig
Materiaal
Taalgebruik
Technische kenmerken
Inhoudelijke consequenties
Regels voor solide bewijsvoering:
- Kritische juxtapositie van bronnen
o Afwegen van getuigenissen
o Naast elkaar leggen van alle bronnen
o Valkuil: mythe van de unanimiteit woord tegen woord
- Redeneringen opbouwen:
o Falsificatietechniek = een hypothese of mogelijke verklaringen is bewezen
zolang ze niet wordt tegengesproken/ontkracht
o Redeneringen in het negatieve = het zwijgen van de bron als indicatie
Opzettelijk zwijgen wat kan dit nu echt impliceren?
Probleem: bronnen zwijgen wel vaker gaten in bronnen
Wat kan je afleiden uit bronnen die een bepaalde gebeurtenis
niet bespreken of achterwege laten?
o Kan ook liggen aan beschadigde bronnen, etc.
Hoorcollege 2 – week 1
Ontmoetingen tussen geschiedenis en criminologie
- Sub-discipline historische criminologie
- Interdisciplinair werk blijft echter beperkt
Verschillende persoonlijkheden van de disciplines:
- Criminologen onderzoek moet bruikbaar zijn voor heden en toekomst
o Anticiperen op de toekomst
o Historici vinden dit nutteloos
Hoorcollege 1 - Week 1
Er is niet één geschiedenis meerdere perspectieven:
- Huizinga
- Cooper
- Jenkins
Verschillende perspectieven:
- Op het verleden en wat wel/niet belangrijk is
- Op onderzoek naar het verleden
o Wat bestuderen, waarom bestuderen en hoe bestuderen?
Geschiedenis = fundamenteel onderscheid tussen het verleden & het onderzoek naar
verleden
Er wordt een selectie gemaakt van het verleden, wat er wel of niet verteld wordt o.b.v. wat
onderzoekers (zelf) belangrijker vinden.
- Verhalen reconstrueren in eigen tekst/taal/overtuigingen = geschiedschrijving
- 1 historisch werk = een perspectief van een deel van een verleden
- Bepaalde groepen en gebeurtenissen afwezig/ondervertegenwoordigd
Vanzelfsprekend is dat de geschiedenis een belangrijke rol speelt alles en iedereen kent
een verleden
- Menselijk bewustzijn is altijd tijdelijk vanuit het verleden gericht op de toekomst
o Strategieën uitwerken, plannen maken, etc.
- Gemeenschap houdt zich met het collectieve verleden bezig groepsidentiteit,
tradities, etc.
Geschiedschrijving heeft geen nut:
- Geschiedenis brengt men samen de daadwerkelijke accuratesse is minder van
belang dan het verhaal wat het oplevert
- We moeten het doen met wat we hebben bijeen puzzelen van de bronnen die we
hebben om daarvan kennis op te doen (Ranke, ‘wie es eigentlich gewesen’)
- Geschiedschrijving is een aangename bezigheid en brengt historici status op
- Postmodernistische historici alle verhalen over het verleden moeten geschreven
kunnen worden
o Niet alle verhalen hebben een gelijke stem/positie of krijgen evenveel
weerklank
o Groepen gebruiken de geschiedenis om de strijd tussen kampen te winnen
Geschiedenis is een ideologische inzet
o Geschiedenis wordt vaak misbruikt om bepaalde punten te maken of invloed
uit te oefenen
- Antropologische wetenschap de mens leren begrijpen en niet het heden door naar
het verleden te kijken
,Geschiedschrijving heeft wel nut:
- De geschiedenis beschrijven:
o Zorgt dat we voorkomen dat we vergeten
o Zorgt dat we lessen leren uit het verleden = voorbeeldfunctie
Welke lessen hangt af van de historicus/tijdvak
Churchill the one thing we have learned from history is that we
don’t learn from history
o Complexiteit blootleggen mythen doorprikken en nuance aanbrengen
Tegengif tegen te eenvoudige verklaringen en zwart/witte
perspectieven
- De geschiedenis verklaren:
o Het heden beter begrijpen d.m.v. het verleden
Ontwikkelingen ontdekken en verklaren
Verandering verschuivingen, omwentelingen en groei
Continuïteit terugkeren patronen/verbanden en een rode
draad
Besef complexiteit van het heden = inzicht in samenhang en proces
Wat zit erachter actuele fenomenen en hoe zijn deze gegroeid?
Common sense boven stereotypen
Mogelijke scenario’s voor de toekomst
Hoe het verleden het heden heeft bepaald kan een indicatie
zijn voor wat in de toekomst zou kunnen doorwerken
Dingen die niet bepaald zijn door het verleden blijven een
vraagteken? Idk
Beperkingen geschiedschrijving:
- Historici zijn niet vrij van common sense en stereotypen
- Geen pasklare antwoorden op de vraag ‘what works?’
- Het is geen toekomstvoorspelling, hoogstens een schetsing van mogelijke scenario’s
- Vermijden van determinisme er zijn alternatieven
o Determinisme = alles is op de een of andere manier al gedetermineerd (iets
staat al vast)
Kernprobleem geschiedschrijving de moeilijke relatie tussen feit en interpretatie
1. Feit/gebeurtenis bron
a. Ondervertegenwoordigde bronnen selectie uit het verleden
2. Bron historicus
a. Afhankelijk van de bronnen/sporen uit het verleden automatische selectie
van het verleden
b. De staat van de bron bepaalt de interpretatie die eruit opgemaakt wordt
i. Bij ontcijfering wordt er ook gepuzzeld/geïnterpreteerd om er een
verhaal van te maken
3. Historicus verhaal
a. Constructie van taal en tekst: proces van selectie en interpretatie
Dus: feit/gebeurtenis verhaal
, - Elke stap kent interpretatieproblemen
o Processen van selectie en ordening
Waarnemen en registeren = interpreteren
- Historici kennen geen eigen waarneming werken met sporen
o Sporen kunnen als bron dienen, maar deze bronnen zijn ook weer
interpretaties
o Bronnen kunnen verschillend gelezen/begrepen worden
o Het ordenen van bronnen om een verhaal te maken komt tot stand door
interpretatie
Doelen hebben bv. de ondervertegenwoordigde groepen naar
voren laten komen
- Bronnen kunnen vals/misleidend zijn!
o Falsa kunnen opzettelijk tot stand komen of uit slordigheid
Herkennen is lastig
Materiaal
Taalgebruik
Technische kenmerken
Inhoudelijke consequenties
Regels voor solide bewijsvoering:
- Kritische juxtapositie van bronnen
o Afwegen van getuigenissen
o Naast elkaar leggen van alle bronnen
o Valkuil: mythe van de unanimiteit woord tegen woord
- Redeneringen opbouwen:
o Falsificatietechniek = een hypothese of mogelijke verklaringen is bewezen
zolang ze niet wordt tegengesproken/ontkracht
o Redeneringen in het negatieve = het zwijgen van de bron als indicatie
Opzettelijk zwijgen wat kan dit nu echt impliceren?
Probleem: bronnen zwijgen wel vaker gaten in bronnen
Wat kan je afleiden uit bronnen die een bepaalde gebeurtenis
niet bespreken of achterwege laten?
o Kan ook liggen aan beschadigde bronnen, etc.
Hoorcollege 2 – week 1
Ontmoetingen tussen geschiedenis en criminologie
- Sub-discipline historische criminologie
- Interdisciplinair werk blijft echter beperkt
Verschillende persoonlijkheden van de disciplines:
- Criminologen onderzoek moet bruikbaar zijn voor heden en toekomst
o Anticiperen op de toekomst
o Historici vinden dit nutteloos