11.2 ideologie
Er zijn verschillende dimensies van standpunten:
Links vs rechts: Klassiek gezien gaat dit over de rol van de overheid op de economie. Links wil een
grote rol, en rechts wil een kleine rol van de overheid.
Progressief vs conservatief: Dit gaat vooral over moraal en de vraag over hoeveel vrijheid mensen
hebben in etnische kwesties. Progressief is vooruitstrevend, conservatief is behoudend.
Nationalistisch vs internationalistisch: Dit gaat over de rol van een land in de wereld, nationaal is
gericht op het binnenland, internationaal is gericht op buitenlandse samenwerking.
Materialistisch vs postmaterialistisch: Het verschil tussen mensen die wel of niet gericht zijn op
materiële zaken.
Beginselen en denkbeelden van ideologieën gaan over 3 onderwerpen: politiek, economisch en
cultuur: Hoe moet de macht verdeeld worden? Hoe moeten goederen geproduceerd en
gedistribueerd (verdeeld) worden? Hoeveel vrijheid mogen mensen hebben ten opzichte van de
overheid?
Er zijn 5 ideologieën die erkend kunnen worden op internationaal niveau:
Communisme Socialisme Liberalisme Conservatisme Fascisme
Het communisme Socialisten zijn Liberalen staan Het conservatisme De fascisten zijn
is de meest linkse minder extreem voor vrijheid, ten heeft behoudende extreem
ideologie. Zij dan het opzichte van het idealen. Er is nationalistisch,
willen gelijkheid communisme, zij conservatisme en sprake van minder vaak ook
voor iedereen, willen vooral de fascisme zijn zij vrijheid dan bij antidemocratisch.
zonder zwakkeren in de totaal niet liberalen. Ze zijn extreem en
persoonlijke samenleving extreem. gebruiken geweld.
bezittingen. beschermen.
Confessionalisme
confessionelen zijn verdeeld, ze zijn zowel socialistisch, als liberaal, als conservatief maar ook progressief.
, 11.3 Systeem - Machtenscheiding
Politiek = de gezaghebbende toedeling van waarden en belangen. Gezag kan variëren.
In het Nederlandse parlement zijn er 6 machten:
1e macht → Het parlement, wetgevend.
2e macht → Het kabinet, uitvoerend.
3e macht → Rechters, rechterlijk.
4e macht → ambtenaren
5e macht → massamedia
6e macht → externe adviseurs
Je hebt politieke partijen en pressiegroepen, dit zijn de overeenkomsten en de verschillen:
Overeenkomsten: Beide willen invloed op politieke besluitvorming.
Ze komen op voor waarden en belangen.
Verschillen: Politieke partijen doen mee aan verkiezingen, pressiegroepen niet.
Politieke partijen zijn gericht op de hele samenleving, pressiegroepen maar op 1
onderdeel daarvan.
11.4 Het besluitvormingsmodel
Er zijn twee systemen van besluitvorming.
De eerste is het systeemmodel.
Poortwachters bepalen of het onderwerp naar binnen mag
↷
Input- Omzetting Uitvoer
Eisen komen naar voren 1) politieke agendavorming De eis wordt in de omzetting
tijdens de verkiezingen, en 2) beleidsvoorbereiding veranderd in een politiek
daarbuiten (denk aan 3) beleidsbepaling besluit.
demonstraties en stakingen).
De omgeving speelt een rol op het proces van besluitvorming.