Hoofddoel
Het spijsverteringskanaal (digestieve of gastro-intestinale stelsel) zorgt
voor een continue aanvoer van
voedingsstoffen, water, elektrolyten en
vitamines aan het lichaam. Dit is nodig
om energie te leveren en de
lichaamsfuncties in stand te houden.
Om dit te bereiken, werken vijf
hoofdprocessen samen:
1. Beweging (motiliteit) van voedsel
door het spijsverteringskanaal
Voedsel wordt voortgestuwd van mond
naar slokdarm, maag, dunne darm en
dikke darm. Deze voortstuwing gebeurt
via gecoördineerde spierbewegingen
(peristaltiek) van de gladde spieren in de
wand van het kanaal. De beweging zorgt
voor transport én mengen van de
voedselbrij (chymus), zodat vertering en
opname optimaal kunnen verlopen.
2. Afscheiding van spijsverteringssappen en vertering van voedsel
Klieren in de mond, maag, pancreas, lever en darmen produceren
spijsverteringssappen en enzymen.Deze enzymen breken de
voedingsstoffen af:Koolhydraten worden omgezet in enkelvoudige suikers.
Eiwitten worden afgebroken tot aminozuren. Vetten worden gesplitst in
vetzuren en monoglyceriden.
Vertering is dus een combinatie van chemische (enzymatische) en
mechanische processen.
3. Absorptie van water, elektrolyten, vitamines en voedingsstoffen
Na de vertering worden de kleine moleculen via het epitheel van de
darmwand opgenomen in het bloed of de lymfe. De dunne darm is de
belangrijkste plaats voor absorptie van voedingsstoffen. De dikke darm
neemt voornamelijk water en elektrolyten (zoals natrium en chloride) op,
wat belangrijk is voor de vochtbalans.
4. Bloedcirculatie door de spijsverteringsorganen
,De opgenomen voedingsstoffen worden via de bloedcirculatie afgevoerd
naar de lever, vooral via het poortadersysteem (vena porta hepatis).
De lever speelt een centrale rol in de verwerking, opslag en ontgifting van
deze stoffen.
Een goede doorbloeding van de spijsverteringsorganen is essentieel voor
opname en transport van voedingsstoffen.
5. Regulatie van de spijsvertering: lokale, zenuw- en hormonale
controle
De spijsvertering wordt nauwkeurig gereguleerd door drie niveaus van
controle:
Lokale regulatie (enterisch zenuwstelsel):
Plaatselijke reflexen in de darmwand zelf regelen de motiliteit en secretie.
Dit netwerk wordt ook wel het “enterisch zenuwstelsel” genoemd.
Zenuwcontrole via het autonome zenuwstelsel:
Parasympathische zenuwen (met name de nervus vagus) stimuleren de
spijsvertering.
Sympathische zenuwen remmen de spijsvertering, bijvoorbeeld tijdens
stress of inspanning.
Hormonale regulatie:
Verschillende hormonen (zoals gastrine, secretine, cholecystokinine en
motiline) coördineren de afgifte van enzymen, gal, zuur en de beweging
van de darm.
Fysiologische anatomie van de gastro-intestinale wand
De darmwand is opgebouwd uit verschillende lagen, die elk een specifieke
functie hebben. Deze lagen lopen van buiten naar binnen als volgt:
1. Serosa
Dun buitenste vlies dat de darm bedekt. Bestaat uit bindweefsel en vormt
de overgang naar het buikvlies (peritoneum). Zorgt voor bescherming en
glijvermogen in de buikholte.
2. Longitudinale spierlaag (buitenste gladde spierlaag)
Spiervezels lopen in de lengte van het darmkanaal. Bij samentrekking
wordt het darmsegment korter.
3. Circulaire spierlaag (binnenste gladde spierlaag)
, Spiervezels lopen rondom het darmkanaal. Bij samentrekking wordt het
lumen van de darm nauwer. Samen met de longitudinale laag zorgt deze
laag voor peristaltische bewegingen (voortstuwing) en
segmentatiebewegingen (mengen).
4. Submucosa
Bindweefsellaag met bloedvaten, lymfevaten en zenuwen (deel van het
enterisch zenuwstelsel: plexus submucosus van Meissner).
Regelt lokale secretie, bloeddoorstroming en opname.
5. Mucosa (slijmvlies)
Binnenste laag, direct grenzend aan het darmlumen. Bestaat uit drie
delen: epitheel (opname en secretie), lamina propria (bindweefsel met
afweerfunctie) en muscularis mucosae (dun laagje gladde spiervezels).
Deze kleine spiervezels zorgen voor lokale bewegingen van het slijmvlies
om contact met de darminhoud te verbeteren.
Gladde spieren van het maag-darmkanaal functioneren als
een syncytium
Syncytium betekent: een netwerk van cellen die elektrisch met elkaar
verbonden zijn en dus als één geheel functioneren.
Kenmerken van gladde spiervezels in het maag-darmkanaal:
- Lengte: 200–500 µm
- Diameter: 2–10 µm
- Georganiseerd in bundels van tot wel 1000 vezels die parallel aan
elkaar lopen.
- In de longitudinale laag lopen de bundels in de lengterichting van de
darm.
- In de circulaire laag lopen ze rondom de darm.