Leren lezen en spellen (23)
23.1 Inleiding
Ongeveer 10 procent van alle Nederlanders tussen de 16 en 65 wordt gezien als functioneel
analfabeet; zij kunnen onvoldoende lezen of spellen om goed te functioneren in de maatschappij.
Lezen: technisch lezen, gedrukte codes kunnen verklanken
Schrijven: spellen, gesproken taal omzetten in geschreven taal
23.2 Een geschiedenis van geletterdheid
Monniken schreven tot de 15e eeuw alles met de hand letterlijk over. Eerst kon alleen de
geestelijkheid lezen en schrijven, later ook hoge adel. Door de uitvinding van de boekdrukkunst
konden steeds makkelijker teksten worden verspreid, waardoor steeds meer mensen leerden lezen en
schrijven. In de 17e eeuw lag dit aantal op de helft van de mensen.
M.B. Hoogeveen: leesplankje
Wundt en Cattell: wetenschappelijk onderzoek naar leessnelheid- 400 ms voor een
eenlettergrepig woord (1), 20 ms sneller korte woorden (2), sneller lezen eigen taal (3).
Kerr: woordblindheid (afasie was al bekend)
23.3 Lezen en spellen: onderzoek en onderwijs
Cognitie: processen als denken, spreken, waarnemen, geheugen (niet zichtbaar, alleen resultaat is)
Twee-routemodel: indirect/fonologisch (1) en direct/lexicaal (2)
Ockham’s scheermes: een theorie moet zo bondig en simpel mogelijk zijn
Opleestaak met reactietijd
De opleestaak leert ons dat woorden die veel voorkomen in een taal sneller worden gelezen dan
woorden die weinig voorkomen (1), bestaande woorden worden sneller gelezen dan niet bestaande
woorden (2) en regelmatig gespelde woorden worden sneller gelezen dan onregelmatig gespelde (3).
Lexicale decisietaak: bestaat het woord of niet? (incl. verkeerd gespelde bestaande woorden)
Netwerkmodel: neuronen zijn gespecialiseerd in herkennen letters, klanken en betekeniselementen.
Onderling verbonden
Tussen letters en klanken sterkste verbinding
Voordelen: verklaart problemen eenvoudig, spelling opgenomen in model
De relatie tussen intelligentie en lees- en spellingsprestaties is niet heel groot. Lage prestaties worden
ook niet veroorzaakt door een visueel probleem (woordblindheid). Het is wel een auditief probleem:
Verband met vermogen om klanken te herkennen en manipuleren
Hakken van woorden in losse klanken (fonoligische v.) = niet oorzakelijk, alleen voorspeller
Wederkerig verband leesvaardigheid en fonologische vaardigheden
23.1 Inleiding
Ongeveer 10 procent van alle Nederlanders tussen de 16 en 65 wordt gezien als functioneel
analfabeet; zij kunnen onvoldoende lezen of spellen om goed te functioneren in de maatschappij.
Lezen: technisch lezen, gedrukte codes kunnen verklanken
Schrijven: spellen, gesproken taal omzetten in geschreven taal
23.2 Een geschiedenis van geletterdheid
Monniken schreven tot de 15e eeuw alles met de hand letterlijk over. Eerst kon alleen de
geestelijkheid lezen en schrijven, later ook hoge adel. Door de uitvinding van de boekdrukkunst
konden steeds makkelijker teksten worden verspreid, waardoor steeds meer mensen leerden lezen en
schrijven. In de 17e eeuw lag dit aantal op de helft van de mensen.
M.B. Hoogeveen: leesplankje
Wundt en Cattell: wetenschappelijk onderzoek naar leessnelheid- 400 ms voor een
eenlettergrepig woord (1), 20 ms sneller korte woorden (2), sneller lezen eigen taal (3).
Kerr: woordblindheid (afasie was al bekend)
23.3 Lezen en spellen: onderzoek en onderwijs
Cognitie: processen als denken, spreken, waarnemen, geheugen (niet zichtbaar, alleen resultaat is)
Twee-routemodel: indirect/fonologisch (1) en direct/lexicaal (2)
Ockham’s scheermes: een theorie moet zo bondig en simpel mogelijk zijn
Opleestaak met reactietijd
De opleestaak leert ons dat woorden die veel voorkomen in een taal sneller worden gelezen dan
woorden die weinig voorkomen (1), bestaande woorden worden sneller gelezen dan niet bestaande
woorden (2) en regelmatig gespelde woorden worden sneller gelezen dan onregelmatig gespelde (3).
Lexicale decisietaak: bestaat het woord of niet? (incl. verkeerd gespelde bestaande woorden)
Netwerkmodel: neuronen zijn gespecialiseerd in herkennen letters, klanken en betekeniselementen.
Onderling verbonden
Tussen letters en klanken sterkste verbinding
Voordelen: verklaart problemen eenvoudig, spelling opgenomen in model
De relatie tussen intelligentie en lees- en spellingsprestaties is niet heel groot. Lage prestaties worden
ook niet veroorzaakt door een visueel probleem (woordblindheid). Het is wel een auditief probleem:
Verband met vermogen om klanken te herkennen en manipuleren
Hakken van woorden in losse klanken (fonoligische v.) = niet oorzakelijk, alleen voorspeller
Wederkerig verband leesvaardigheid en fonologische vaardigheden