Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting kennisbasis voor LKT taal

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
31
Geüpload op
17-11-2025
Geschreven in
2022/2023

In dit document staat een samenvatting van domeinen 2, 3, 4, 6 en 9. Ik heb de toets gemaakt in april 2023.

Voorbeeld van de inhoud

Woordenschat (domein 2)
Woordenschatuitbreiding:
- Taalgebruiker krijgt in levensloop receptief en productief steeds meer woordkennis. Taal
actief blijven gebruiken, betekent uitbreiden van de woordenschat
- Woordenschatontwikkeling is een deeltaalvaardigheid
- Woorden zijn belangrijke betekenisdragers van taal: verwijzing naar werkelijkheid om ons
heen, woorden brengen boodschap over. Met woorden leren kinderen de werkelijkheid en
woorden om alles te benoemen. Vorming van concepten gaat samen met het leren van een
woord en zijn betekenis
- De betekenis van al bekende woorden wordt steeds verder uitgedieptdiepe woordkennis
Receptieve woordenschat: taalgebruiker herkent de betekenis van woorden wanneer hij ze hoort of
leest (bv kind kan bij horen of lezen van woord cavia het juiste plaatje aanwijzen)
- Een van huis uit Nederlandstalig kind beschikt op vierjarige leeftijd receptief over ongeveer
3.300 woorden. Tot en met het achtste jaar komen daar ongeveer 600 woorden per jaar bij,
en van het negende tot het twaalfde jaar tussen de 1.700 en 3.000 per jaar. Op twaalfjarige
leeftijd hebben deze kinderen de beschikking over ongeveer 17.000 woorden. Voor een
volwassene zijn dat zo'n 50.000-70.000 woorden
Productieve woordenschat: taalgebruiker kent woorden, begrijpt ze en kan ze zelf gebruiken bij
schrijven of spreken (bv kind ziet plaatje van cavia en kan dier benoemen), er is altijd minder
productieve woordenschat dan receptieve, je begrijpt altijd meer dan je zelf kan spreken.
- Een kind van wie de thuistaal Nederlands is, heeft op zijn vierde jaar een productieve
woordenschat van ruim 2.000 woorden. Op achtjarige leeftijd is dit aantal verdubbeld. En op
tienjarige leeftijd hebben deze kinderen een productieve woordenschat van tegen de 5.000
woorden.
- Een volwassene met een redelijk opleidingsniveau beschikt actief over zo’n 30.000-40.000
woorden.
Woordleer strategieën
- Leerlingen ontwikkelen vaardigheden of strategieën om de betekenis van woorden te
achterhalen.
- Ze worden op school bewust aangeleerd en zijn anders dan principes gebruikt in spontane
woordenschatverwerving
- In de praktijk: kinderen wordt naar de betekenis van woorden gevraagd. Kinderen leren
gebruik maken van context, woordanalyse of illustraties
- Woord analyseren, gebruiken maken van verbale en non-verbale context, gebruiken maken
van een bron in 1e of 2e taal, letten op overeenkomsten tussen 1 e en 2e taal
Woordbetekenis
- woordbetekenis= betekenis toegekend aan woordvorm of label. Iedere woordvorm verwijst
naar een concept, een woordbetekenis.
- Woord bestaat uit klankvorm/label (bv auto) en betekenis/concept die we aan de vorm
toekennen (bv voertuig op vier wielen)
- Relatie tussen label en concept is willekeurig
- Grammaticale informatie om het woord correct in een zin te gebruiken
- Hoe meer kennis over een woord, hoe dieper de woordkennis

, - Cruciale betekenisaspecten vb: een hoed is iets wat je op je hoofd zet, maar door de rand
van de hoed kan je het onderscheiden van andere hoofddeksels. Een hoed is niet zacht en
flexibel en je kan er niet op zitten, op een helm kan je wel zitten
Woordenschatopbouw: opbouw van het netwerk van woorden waarover een taalgebruiker receptief
en/of productief beschikt
- Geen verzameling losse woorden, het is een netwerk van onderling verbonden netwerken
- Verschillende soorten betekenisrelaties tussen woorden:
 Synoniemen: venster-raam
 Categorie-exemplaar/hyponiem: mus-vogel
 Antoniem/tegengestelde betekenis
 Context: koekenpan-schort
 Vormrelaties=woorden die hetzelfde klinken, rijmwoorden
- Een nieuw woord krijgt direct een plek in het netwerk. Hoe meer woorden je leert die te
maken hebben met het aan te leren woord, hoe makkelijker het gaat.


Vaktaalwoorden
- Vakterminologie gebruikt in vaklessen zoals ak, bio en rekenen
- Meestal laagfrequente inhoudswoorden die verwijzen naar specifieke begrippen zoals
februaristaking, dus weinig gebruikt in dagelijks taalgebruik en meer op school
Schooltaalwoorden
- Woorden specifiek gebruikt in onderwijsleersituaties
- Algemene abstractie begrippen zoals functie en gevolg
- Woorden die kinderen nodig hebben in schoolse context voor het verwerven en verwerken
van nieuwe informatie
- Voegwoorden: tenzij, ondanks..
- Vooral schriftelijke taal in teksten
Signaalwoorden
- Woorden die de lezer informatie verschaffen over de taal- en denkrelaties in een tekst
- signaalwoorden die verbanden tussen taal en werkelijkheid aanduiden (morgen, tussentijds)
- signaalwoorden die bepaalde redeneringen ondersteunen (belangrijk, daadwerkelijk)
- signaalwoorden die verbanden tussen alinea's aanduiden (desondanks, niettegenstaande)
- inhoudswoorden: zelfstandige naamwoorden en werkwoorden
- functiewoorden: voorzetsels en voegwoorden.
Selecteren van woorden
- Leraar kiest woorden voor woordenschatonderwijs
- Belangrijk bij keuze voor woorden:
 woordfrequentie: hoe vaak komt een woord in gesproken en geschreven taal voor?
Die woorden zijn belangrijk om te kennen. Hierbij kunnen woordfrequentielijsten
worden gehanteerd;
 nut: hoe nuttig is het woord voor een leerling? Dit hangt voor een deel samen met
woordfrequentie. Woorden die veel voorkomen, zijn meestal nuttig om te kennen.
Soms selecteren leraren woorden op grond van nuttigheid, hoewel ze in een
woordfrequentielijst niet hoog in rangorde staan. Het kan zijn dat het in een
bepaalde situatie, zoals in een project, noodzakelijk is ze toch aan te leren;

,  context: als een woord in een bepaalde context, zoals een project of een
prentenboek, duidelijk wordt gebruikt, is het voor de leraar belangrijk die kans te
benutten en dat woord aan te leren
 leer geen losse woorden aan, meerdere woorden aanbieden in logisch en zinvol
verband is effectiever. Maak woordgroepen of woordclusters of kies woorden
rondom een thema
Semantiseren
- fase van de woordenschatdidactiek van woordbetekenissen uitleggen en toelichten
- leraar doet dit zelf, geen betekenis aan kinderen terugvragen
- drie uitjes: uitbeelden (woordbetekenis zichtbaar maken met beelden, gebaren en
voorwerpen), uitleggen (beelden ondersteunen met verbale uitleg, voorbeelden geven en
woord vaak gebruiken), uitbreiden (woord koppelen aan andere woorden, in netwerk van
andere woorden plaatsen)
Incidenteel woordenschatonderwijs
- woordbetekenissen komen min of meer toevallig aan de orde in onderwijs, bijvoorbeeld bij
het lezen van teksten.
- Bv woord uitleggen als kinderen een woord uit een tekst niet kennen
Intentioneel woordenschatonderwijs
- doelbewust en gestructureerd (planmatig) werken aan uitbreiden van de woordenschat in
onderwijs
- gestructureerde methode gebruiken
Didactisch model woordenschatuitbreiding
- manier van planmatig werken aan woordenschatuitbreiding
- paar dingen moeten juist zijn: leeromgeving, werkvorm, strategie aanleren, instructie
- het woordnetwerk/mentale lexicon moet systematisch worden uitgebreid: woorden worden
thematisch aangeboden en er moet aandacht zijn voor selectie, werken van oppervlakkige
woordkennis naar diepere woordkennis, van receptief naar productief
- viertakt:
 voorbewerken (activeren van voorkennis, vooral voor het activeren van al aanwezige
gerelateerde begrippen);
 semantiseren: uitleggen van de woordbetekenis;
 consolideren: oefenen van woord en betekenis, werkvormen zoals de woordkast en
de woordparaplu. Woorden worden pas verankerd in het woordnetwerk als ze ten
minste zeven keer zijn aangeboden of gebruikt;
 controleren: nagaan of de woorden zijn onthouden enkele weken na het
woordenschataanbod
- Total Physical Respons (TPR): leraar geeft fysieke opdrachten aan kinderen. hoge mate van
herhaling en oplopend tempo is effectief voor receptieve kennis van inhoudswoorden
vergroten, bv zelfstandige naamwoorden en werkwoorden
Woordenschattoetsen
- Toetsinstrumenten voor woordkennis van leerlingen toetsen
- Productief en receptief toetsen
- Toetsvorm afstemmen op leerdoelen
- Methodeafhankelijke toetsen en methodeonafhankelijke toetsen (meten of de omvang van
de receptieve en de productieve woordenschat van een leerling passend is voor zijn leeftijd)

, Woordenschrift: logboek waarin leraar het resultaat van woordenschatonderwijs bijhoudt, welke
woorden zijn aangeboden en hoe is de beheersing
Woordenlijsten: Gepubliceerde lijst met woorden geselecteerd voor de leerstofordening in het
woordenschatonderwijs
- belangrijk om met woordenlijsten te werken
- verschillende veelgebruikte woordenlijsten in omloop, gericht op verschillende doelgroepen
en verschillende leeftijden
woordfrequentie: Aantal keren dat woorden in onderzochte geschreven of gesproken taal
voorkomen
- er moet prioriteit worden gegeven aan veel voorkomende woorden
- bij het ontwikkelen van toetsen wordt rekening gehouden met de frequentie van het
voorkomen van de woorden in de dagelijkse taal
mentaal lexicon
- systematische representatie van woordkennis in het geheugen.
- deel van het langetermijngeheugen
- Alle woorden die we ons vanaf onze babytijd eigen maken
- Van elk woord zijn in het mentaal lexicon verschillende eigenschappen opgeslagen:
 semantische informatie over de betekenis van een woord
 akoestische informatie: informatie over hoe een woord klinkt
 fonologische informatie: hoe je het uitspreekt
 morfologische informatie: hoe je het verbuigt en vervoegt
 pragmatische informatie: in welke pragmatische situaties je het gebruikt
 syntactische informatie: hoe je het in een zin gebruikt
 orthografische informatie: en hoe je het schrijft
identiteiten van een woord
- woorden en hun eigenschappen hangen onderling samen
- woordkennis binnen identiteiten van het woord is geordend als computernetwerk
- semantische relatie: maan hangt semantisch samen met donker, maar ook met rond. Donker
hangt weer samen met nacht of met angst.
- Fonologische relatie: vergelijkbare klankstructuren hangen samen (bak/pak/lak/dak). Zo
kunnen we makkelijk snel wisselrijtjes lezen of rijmen
woordenschatverwerving: natuurlijke proces van aanleren van woordvormen en woordbetekenissen
- labelen: op een voorwerp of een gebeurtenis wordt als het ware een etiket geplakt. Kinderen
leren waar een woord in een bepaalde context naar verwijst.
- Categoriseren: ieder label verwijst naar een categorie van dingen. Bijvoorbeeld: het kind
ontdekt dat er veel verschillende zwemmende dieren zijn die vis heten, ze verschillen in
vorm, kleur, enzovoort.
- Netwerkopbouw: ieder woord is verbonden met andere woorden. Een kind leert dat je
vissen kunt vangen met een hengel of met een net. Op deze manier vormt zich een netwerk
van woorden om het woord vis heen.
Cognitieve ontwikkeling en taal
- Relatie tussen cognitieve ontwikkeling en taalontwikkeling
- bijzonder complexe relatie
- kinderen leren vanaf hun geboorte de wereld om hen heen te begrijpen, taalaanbod van
anderen werkt ondersteunend en ze leren zich uitdrukken in taal

Documentinformatie

Geüpload op
17 november 2025
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2022/2023
Type
SAMENVATTING
€6,33
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
lotgelissen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
lotgelissen Radboud Universiteit Nijmegen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen