Energiesystemen:
Metabolisme/ stofwisseling = alle chemische reacties in het lichaam.
Koolhydraten en vetten worden gebruikt bij langdurige, minder intensieve
inspanning.
Eiwitten kunnen in sommige omstandigheden als (kleine) energiebron worden
gebruikt, maar ze moeten eerst worden omgezet in glucose. Het proces van
omzetting van eiwit in vetzuren wordt lipogenese genoemd.
- Katabool = het afbreken van stoffen om energie vrij te maken het
levert energie
- Anabool = het opbouwen van stoffen
- ‘lyse’ = afbraak/ vrijmaken
- ‘genese’ = aanmaak/ vormen
- Glycogenese = het proces waarbij het glycogeen wordt gevormd en
wordt opgeslagen in de lever/ omzetting van glucose naar glycogeen.
- Glycogenolyse = het proces waarbij glycogeen, wat opgeslagen wordt in
je lever, wordt afgebroken tot glucose
- Gluconeogenese = het proces waarbij glucose wordt gemaakt uit niet-
koolhydraatbronnen zoals vetzuren, aminozuren en melkzuur.
- Lipogenese = het proces waarbij het lichaam vetten aanmaakt,
voornamelijk uit de lever, uit niet koolhydraatbronnen zoals glucose
- Lipolyse = het proces waarbij vetverbranding wordt afgebroken om
energie te krijgen
- Glycolyse = glucose wordt met behulp van enzymen afgebroken
- Eiwitsynthese/ eiwitopbouw = het proces waarbij cellen eiwitten
aanmaken uit aminozuren
- Eiwitafbraak = eiwitten die worden opgesplitst tot bouwstenen
aminozuren
Anaerobe systemen:
- ATP-CP systeem = anaeroob alactisch
- Glycolytische systeem (glycolyse) = anaeroob lactisch
Aerobe systemen:
- Oxidatieve systeem = aeroob
o (glycolyse)
o Krebs cyclus/ citroenzuurcyclus wat erin en wat er uitgaat
o Elektronentransportketen
Cellen genereren ATP door drie metabole paden:
, - ATP-CP systeem (= creatinefosfaatsysteem) = anaeroob alactisch
geen zuurstof en geen lactaat
- Glycolytische systeem (glycolyse) = anaeroob anaerobe afbraak van
glucose/glycogeen lactaat als restproduct
- Oxidatieve systeem (oxidatieve fosforylering) aerobe afbraak van
glucose en/of vetten (& eiwitten)
- Het glycolytische systeem/ glycolyse (zonder zuurstof anaeroob) =
de eerste 1 á 2 minuten van inspanning van hoge intensiteit en vindt
plaats in het cytoplasma.
Glucose wordt afgebroken tot pyruvaat. Als dit wordt uitgevoerd zonder zuurstof,
wordt het pyruvaat omgezet naar lactaat. De energieopbrengst is 2 á 3 mol ATP.
Glycogeen brengt 3 ATP op (is 1 stap verder in de keten) en glucose brengt 2 ATP
op. Glycogeen is dus voordeliger en kan vergroot worden door training.
Pyruvaat met onvoldoende zuurstof wordt omgezet naar melkzuur en vervolgens
naar lactaat en H+. Dit verslechtert de glycolyse, omdat de pH omlaaggaat.
- Het oxidatieve systeem/ oxidatieve fosforylering (met zuurstof
aeroob) = voor langdurige activiteiten, maar start langzaam op. Het vindt
plaats in de mitochondria. In spieren liggen deze tussen en naast de
myofibrillen en verspreidt over het sarcoplasma.
Het bestaat uit 3 processen:
- Glycolyse bij de aanwezigheid van zuurstof wordt pyrodruivenzuur
omgezet in Acetyl-co-enzym A (Acetyl-CoA). Acetyl-CoA kan de Krebs-
cyclus in.
- Krebs-cyclus/ citroenzuurcyclus hier vindt oxidatieve fosforylering
plaats, hier binden vrijgekomen waterstof met co-enzymen die
waterstofatomen naar de elektronentransportketen brengen.
Er ontstaat NADH en FADH en als afvalstof komt er Co2 vrij. Dit adem je uit.
Uit elk molecuul glucose, komen 2 moleculen pyruvaat bij. Dus elk
glucosemolecuul met zuurstof gaat door 2 Krebs-cycli. Dit levert 2 mol ATP op en
het koolhydraat is afgebroken tot kooldioxide en waterstof.
- Elektronentransportketen
Het waterstof dat tijdens de glycolyse en Krebs-cyclus vrijkomt, bindt zich met 2
co-enzymen: NAD en FAD. Die worden omgezet naar NADH en FADH2. Deze
dragen waterstofionen (elektronen) naar de elektronentransportketen, een groep
van eiwitcomplexen. Een deel van de energie wordt gebruikt om H+ uit de matrix
naar het buitenste deel te pompen. Hierbij wordt ATP gevormd. Voor deze laatste
stap is ATP-synthase nodig. Dit verbindt het waterstof met zuurstof tot H2O,
waarmee verzuring van de cel wordt voorkomen.
NADH brengt 2,5 ATP op en FADH 1,5 ATP.