BEDRIJFSECONOMIE
Zuyd Hogeschool
Blok 2.1
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 3................................................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 4................................................................................................................................................... 4
Hoofdstuk 8................................................................................................................................................... 6
Hoofdstuk 6................................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 9................................................................................................................................................. 10
Hoofdstuk 11............................................................................................................................................... 13
Hoofdstuk 12............................................................................................................................................... 15
Hoofdstuk 13............................................................................................................................................... 17
, Hoofdstuk 3
Vaste activa Onder vaste activa van een bedrijf worden de bezittingen verstaan waarvan
het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd.
Voorbeelden:
- Gebouwen
- Machines en installaties
- Inventaris
- Transportmiddelen
Vlottende activa Vlottende activa zijn die bezittingen van een persoon, bedrijf of
organisatie die maar gedurende één productieproces kunnen worden gebruikt.
Voorbeelden:
- Voorraden
- Liquide middelen
- Debiteuren
Eigen vermogen Vermogen dat ter beschikking is gesteld door eigenaren, voor
onbepaalde tijd; de vergoeding is afhankelijk van de winst.
Formule berekening eigen vermogen:
Vreemd vermogen Het vreemd vermogen van een bedrijf wordt opgebouwd uit de
verplichtingen of schulden die een bedrijf heeft. Dat houdt dus in dat een bedrijf geld zal
moeten betalen voor ontvangen leningen, diensten en/of goederen.
Formule berekening vreemd vermogen:
Kort vreemd vermogen kort vreemd vermogen zijn de betalingsverplichtingen die een
bedrijf (persoon/ juridisch rechtspersoon) op de korte termijn, dat wil zeggen binnen één
jaar, moet voldoen.
Bankkrediet meestal in de vorm van een rekening-courantkrediet
Leverancierskrediet dat genoten wordt bij de inkoop van goederen
Afnemerskrediet bij vooruitbetaling door de afnemer
Near banking een vorm van een onderlinge kredietverlening door bedrijven
Kasgeldlening een kredietvorm alles beschikbaar voor grote bedrijven
Commercial paper verhandelbare schuldbewijzen van bedrijven in grote, ronde
bedragen
Overlopende passiefposten zoals te betalen salarissen, te betalen belastingen, etc.
Overige kortlopende kredieten
Lang vreemd vermogen Lang vreemd vermogen is in de jaarrekening van een
onderneming het vreemd vermogen of een schuld waarbij de terugbetalingstermijn langer
dan 1 jaar is. Voorbeelden: