1.7 Regulatie, afweer en psychiatrie
De functies van het zenuwstelsel kan beschrijven
Het zenuwstelsel heeft drie hoofdfuncties:
1. Sensorische functie: detecteert interne en externe prikkels via zintuigen
(bijv. pijn, temperatuur, tast, licht, geluid).
2. Integrerende functie: verwerkt de binnenkomende informatie in het CZS,
maakt beslissingen en koppelt deze aan geheugen en emoties.
3. Motorische functie: stuurt spieren en klieren aan, zowel bewust
(somatisch) als onbewust (vegetatief).
4. Homeostase: handhaaft interne stabiliteit zoals bloeddruk, hartslag,
ademhaling, temperatuur en spijsvertering.
Voorbeeld: als je je hand op een hete kookplaat legt, detecteren sensorische
zenuwen de hitte → CZS verwerkt dit → motorische zenuwen trekken je hand
terug.
De anatomische en de fysiologische indeling van het zenuwstelsel kan benoemen
Anatomisch:
Centraal zenuwstelsel (CZS): hersenen en ruggenmerg, het
controlecentrum.
Perifeer zenuwstelsel (PZS): alle zenuwen buiten CZS, verbind CZS met
organen en spieren.
Fysiologisch:
Animale zenuwstelsel: bewuste controle over skeletspieren/ willekeurig,
geleidt sensorische informatie (zintuigelijke waarneming) naar CZS en
motorische output (beweging). Effectoren: dwarsgestreepte spieren
(skeletspieren)
Autonoom/vegetatief zenuwstelsel: regelt onbewuste functies (hart,
gladde spieren, klieren) via sympathisch en parasympathisch systeem.
Effectoren: glad spierweefsel, hartspierweefsel en klierweefsel.
,De opbouw en de werking van het vegetatieve zenuwstelsel kan beschrijven
Verdeeld in twee componenten: sympatisch (activatie) en
parasympatisch (herstel).
Sympatisch: verhoogt alertheid en energiegebruik (fight-or-flight).
Parasympatisch: herstelt het lichaam (rest-and-digest).
Werking via neurotransmitters: noradrenaline bij sympathisch, acetylcholine
bij parasympathisch.
Reguleert hartslag, ademhaling, spijsvertering, pupilgrootte, bloeddruk.
Kan het verschil tussen het sympatische en parasympathische zenuwstelsel
benoemen
Kenmerk Sympatisch (actief) Parasympatisch (rust)
Functie Flight or Fight Rest and digest
Hartslag Verhoogd Verlaagd
Spijsvetering Afgenomen Bevorderd
Ademhaling Versneld Vertraagd
Pupillen Verwijden Vernauwen
Voorbeeld Angst, stress, sport Slapen, ontspannen, na
maaltijd
De onderdelen van de zenuwcel kan beschrijven met hun functie
Cellichaam (soma): bevat de kern, regelt stofwisseling en eiwitsynthese.
Dendrieten: korte vertakte uitlopers die signalen van andere cellen
ontvangen.
Axon: lange uitloper die het signaal geleidt naar andere cellen.
Myelineschede: vetlaag rondom axon, versnelt signaalgeleiding via
saltatoire geleiding.
Axonuiteinden/synaps: geven neurotransmitters af naar andere cellen om
signaal door te geven.
Uitleggen wat met witte stof en grijze stof wordt bedoeld
Grijze stof: bevat cellichamen, dendrieten en synapsen van neuronen. Hier
vindt vooral verwerking en integratie van signalen plaats.
Witte stof: bestaat uit gemyeliniseerde axonen, waardoor signalen snel over
lange afstanden kunnen worden geleid.
Locatie: in hersenen ligt grijze stof aan de buitenkant (cortex) en witte stof
binnenin; in ruggenmerg ligt grijze stof centraal en witte stof erbuiten.
,