Week 1A:
1. Wat wordt bedoeld met de soevereiniteit van staten?
→ Nollkaemper, 59-63
Soevereiniteit is exclusief gezag dat een staat toekomt ten aanzien van zijn grondgebied en
de daar levende bevolking, de staat is formeel gezien onafhankelijk van andere staten.
Feitelijk zijn staten niet onafhankelijk zij zijn juridisch onafhankelijk. Soevereiniteit gaat vooraf
aan de internationale rechtsorde.
2. Leg uit wat een staat is. Motiveer uw antwoord aan de hand van relevante
verdragsbepalingen.
→ Nollkaemper, 63-75
Uit art. 1 Montevideo Verdrag blijkt dat een staat een vaste populatie, een gedefinieerd
territorium en een gezag moet hebben (en eventueel nog de mogelijkheid om relaties met
andere staten aan te gaan).
3. Leg uit, aan de hand van de twee theorieën inzake erkenning van staten, wat de
juridische consequenties zijn van erkenning voor de vorming van een staat.
→ Nollkaemper, 83-89
Ten eerste is de erkenning relevant bij de beoordeling of een entiteit de voornaamste
kenmerken van staten bezit, erkenning kan als bewijskracht dienen. Als tweede geeft
erkenning praktische betekenis aan de rechtssubjectiviteit van de staat, wanneer de staat
door weinig andere staten is erkend is de mogelijkheid om deel te nemen in de internationale
rechtsorde beperkt. Als derde kan erkenning een correctief effect hebben, door het aangaan
van rechtsbetrekkingen en het ondersteunen van nieuw gezag kunnen staten bijdragen aan
de vestiging van effectief gezag.
4. Stelling: Erkenning van staten is een politieke handeling met juridische
consequenties. Klopt deze stelling? Motiveer uw antwoord.
→ Nollkaemper, 87-88
De juridische relevantie van erkenning is beperkt tot erkenning van de staat.
Casus 1
Op 18 maart 2014, een dag nadat op basis van een referendum op de Krim het parlement
van de Krim, een autonome republiek binnen Oekraïne, de onafhankelijkheid had
uitgeroepen en om aansluiting bij de Russische Federatie gevraagd had, verklaarde de
President van de Russische Federatie, Poetin, het volgende:
“As it declared independence and decided to hold a referendum, the Supreme Council of
Crimea referred to the United Nations Charter, which speaks of the right of nations to self-
,determination. Incidentally, I would like to remind you that when Ukraine seceded from the
USSR it did exactly the same thing, almost word for word. Ukraine used this right, yet the
residents of Crimea are denied it. Why is that?”
In de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties legde de Russische vertegenwoordiger een
vergelijkbare verklaring af: “In strict compliance with international law and democratic
procedure, without outside interference and through a free referendum, the people of Crimea
have fulfilled what is enshrined in the Charter of the United Nations and a great number of
fundamental international legal documents – their right to self-determination.”
Poetin verklaarde verder in dezelfde speech van 18 maart dat: “those who opposed the coup
were immediately threatened with repression. Naturally, the first in line here was Crimea, the
Russian-speaking Crimea. In view of this, the residents of Crimea and Sevastopol turned to
Russia for help in defending their rights and lives […]. [N]aturally, we could not leave this
plea unheeded; we could not abandon Crimea and its residents in distress.”
Vraag: Onderzoek of op deze uitspraken op een correcte wijze het zelfbeschikkingsrecht van
volkeren toepassen en of Poetin gelijk heeft dat er geen sprake is van enige schending van
het internationaal recht?
Wat nu als een groep burgers binnen een staat niet op gelijke voet deze rechten kan
uitoefenen, en geweerd wordt uit de politieke en publieke instelling van een staat? –
schending recht op interne zelfbeschikking. Zou deze groep, als volk (?) dan het recht op
externe zelfbeschikking mogen inroepen en uitoefenen door de onafhankelijkheid uit te
roepen?
Het beginsel van zelfbeschikking is niet hetzelfde als het recht op zelfbeschikking.
Art. 1 IVBPR / IVESCR hieruit volgt dat;
1. Effectief gezag; gezag uitgeoefend en gehandhaafd over een grondgebied met een
bevolking
2. Legaliteit; het is niet mogelijk een nieuwe staat op te richten bij ernstige schendingen
van mensenrechten
3. Externe zelfbeschikking; uitoefening van het recht op zelfbeschikking vindt
eenmalig plaats – keuze voor onafhankelijkheid, vrije associatie, integratie binnen
bestaande staat of een andere vrije keuze.
Interne zelfbeschikking; uitoefening van het recht op zelfbeschikking vindt
doorlopend plaats – volkeren bepalen hun politieke status (republiek/monarchie) en
streven hun economische, sociale en culturele ontwikkeling na binnen een staat.
- Zie in dit verband ook seccession van Quebec
Casus 2
In Turkije laait van tijd tot tijd de strijd tussen de Turkse overheid en de Koerdische
afscheidingsbeweging PKK weer op. Er wordt regelmatig gevochten in het oosten van Turkije
en er zijn Koerdische doelen in de rest van Turkije (winkels, kantoren van de Koerdische
politieke partij, kranten die (vermeend) sympathiseren met de Koerden) aangevallen. Ook in
Syrië lijkt Turkije een te stevige positie van de Koerden actief tegen te gaan.
,Vraag: Probeer te beargumenteren of het Koerdische volk juridisch gezien recht heeft op
zelfbeschikking en welke (juridisch relevante) consequenties daaruit getrokken kunnen
worden. Leg hierbij het verschil tussen intern en extern zelfbeschikkingsrecht uit.
Externe zelfbeschikking; uitoefening van het recht op zelfbeschikking vindt eenmalig
plaats – keuze voor onafhankelijkheid, vrije associatie, integratie binnen bestaande staat of
een andere vrije keuze.
Interne zelfbeschikking; uitoefening van het recht op zelfbeschikking vindt doorlopend
plaats – volkeren bepalen hun politieke status (republiek/monarchie) en streven hun
economische, sociale en culturele ontwikkeling na binnen een staat.
- Zie in dit verband ook seccession van Quebec
Het gaat hier om een volk binnen een staat; de koerden scheiden zich af van de Turken, qua
taal, cultuur en politiek. Eenzijdige afscheiding als reactie op schendingen
- Onderscheid op grond van ras, geloofsovertuiging en kleur
- A contrario redenering; als een staat zich niet gedraagt en onderscheid maakt op een
van deze punten dan kan de territoriale .. worden
- Schending interne zelfbeschikking; (volkeren binnen staat worden politieke rechten
onthouden, of deelname aan politiek proces / verkiezingen wordt geblokkeerd). Indien
hiervan sprake is komt het Koerdische volk wel een zelfbeschikking toe
Week 1B:
Supreme Court Canada, Reference re Secession Quebec (1998), paras. 109-146,
EIR 899 [niet in 2023; zie SCC, Reference re Secession Quebec, paras. 109-146)
ICJ, Accordance with International Law of the Unilateral Declaration of Independence
of Kosovo, ICJ Reports 2010, paras. 79, 80, 84, EIR 687 [754].
1. Zoek in EIR op waar het recht op zelfbeschikking gevonden kan worden. Noem
minstens vijf (5) relevante juridische documenten.
→ Nollkaemper, 80-83
Art. 1 IVBPR
Art. 1. IVESCR
Art. 1 en 55 Handvest van de VN
2. Leg uit, aan de hand van relevante rechtspraak, uit welke twee dimensies het
zelfbeschikkingsrecht bestaat. Hoe hangt dit samen met het (beweerde) recht op
afscheiding van een bestaande staat?
→ Nollkaemper, 80-83
Interne zelfbeschikking; Het interne recht van zelfbeschikking houdt in dat een volk het recht
heeft om zijn eigen politieke status en economische, sociale en culturele ontwikkeling te
bepalen. Zij het binnen de grenzen van de moederstaat. Zoals die bij de Koerden in Irak aan
de orde is.
, Externe zelfbeschikking; Dit recht bestaat in twee gevallen: 1) het recht komt allereerst toe
aan volken die onderworpen zijn aan kolonisatie. 2) daarnaast komt het recht toe aan volken
die onderworpen zijn aan buitenlandse bezetting, zoals de Palestina wordt bezet door Israël.
Andere groepen komt het externe zelfbeschikkingsrecht niet toe omdat het extern
zelfbeschikkingsrecht in andere gevallen in strijd is met het beginsel van territoriale
integriteit: een staat heeft het recht zijn eigen integriteit te bewaken.
3. Hebben de Palestijnen als volk het recht op zelfbeschikking? Hebben zij ook recht
op de vorming van een eigen staat? Leg uit; indien bevestigend, op grond waarvan
hebben zij dit recht?
→ Nollkaemper, 80-83
Het zelfbeschikkingsrecht is een recht dat alle volkeren toekomt en hen het recht geen om
over hun eigen lot te beschikken -> volkeren mogen hun eigen politieke, economische,
culturele en sociale keuzes maken. Dus ja de Palestijnen hebben als volk recht op
zelfbeschikking. De Palestijnen hebben allereest het recht van interne zelfbeschikking zij
mogen hun eigen keuzes maken als volk zijnde, zij het binnen de grenzen van de staat
waarin de Palestijnen zich als volk bevinden -> dit land is Palestina.
Palestina heeft recht op externe zelfbeschikking; dit zal moeten leiden tot een door de
internationale gemeenschap erkende en effectief functionerende zelfstandige staat Palestina.
Omdat Israël het interne zelfbeschikkingsrecht van Palestina langdurig en op grove wijze
heeft geschonden wordt het legitiem geacht dat Palestina het externe zelfbeschikking
verkrijgt, en daarmee eenzijdige afscheiding
Week 2A:
PCIJ, The Case of the "S.S. Lotus", 7 September 1927, Series A, No. 10, para. [44],
EIR 531 [563];
--ICJ, North Sea Continental Shelf (1969), paras. 70-78, EIR 519 [541];
ICJ, Nuclear Tests (Australia v. France), ICJ Reports 1974, paras. 43-46, EIR 527
[549];
--ICJ, Military and Paramilitary Activities in and against Nicaragua (Merits) (Nicaragua v.
United States of America), ICJ Reports 1986,, paras. 183-188, EIR 542 [565];
ICJ, Legality of the Use or Threat of Nuclear Weapons (GA), Advisory Opinion, ICJ
Reports 1996, paras. 64-73, EIR 658 [717].
1. Welke rechtsbronnen kent het internationaal recht en in welke bepaling kan men
deze rechtsbronnen vinden? Leg ook uit welke tweedeling geïdentificeerd kan worden
in deze bepaling.
→ Nollkaemper, 125-128
Zie art. 38 IGH Statuut; een gezaghebbende formulering van de bronnen van internationaal
recht.
Primaire bronnen, lid 1 (a-)