Nederlands
Oefenexamen: Systeemgericht Werken
Naam: _________________________
Datum: _________________________
Let op: Lees de vragen zorgvuldig. Voor open vragen wordt verwacht dat je je antwoord
onderbouwt met theoretische concepten.
Deel 1: Meerkeuzevragen (Meerkeuze)
1. Wat is de primaire focus van het systeemgericht werken?
a) Het diagnosticeren en behandelen van individuele pathologie.
b) Het analyseren en beïnvloeden van interactiepatronen binnen een relatie of gezin.
c) Het geven van directe adviezen en oplossingen aan cliënten.
d) Het uitsluitend werken met het hele gezin in dezelfde kamer.
2. Een cliënt zegt: "Mijn vrouw is het probleem, zij moet veranderen." Vanuit
systeemtheoretisch perspectief is de meest gepaste reactie van de hulpverlener:
a) "Kunt u eens een voorbeeld geven van wat uw vrouw doet dat voor u een probleem is?"
b) "We zullen uw vrouw uitnodigen voor de volgende sessie, zodat we haar kant kunnen horen."
c) "Laten we eens kijken naar de situaties waarin dit probleem voorkomt en wat ieders aandeel
daarin is."
d) "Het is inderdaad belangrijk dat uw vrouw inziet dat zij moet veranderen."
3. Het concept 'circulariteit' verwijst naar:
a) De ronde tafel die vaak wordt gebruikt in gezinstherapie.
b) Het idee dat oorzaak en gevolg lineair en eenduidig zijn.
c) De circulaire, wederkerige processen waarin gedrag van de één het gedrag van de ander
beïnvloedt en vice versa.
d) De verplichte terugkomdagen aan het einde van een behandeling.
4. Welk begrip wordt omschreven als 'de ongeschreven regels die het functioneren van een
systeem sturen'?
a) Homeostase
b) Narratief
,c) Grens
d) Gezinsmythe
5. Bij een gezin met een kind met gedragsproblemen observeer je dat de ouders voortdurend
tegenstrijdige boodschappen geven. Welk concept uit de communicatietheorie is hier het
meest relevant?
a) De dubbele binding (double bind)
b) Triangulatie
c) Genogram
d) Differentiatie van het zelf
Deel 2: Open Vragen
1. Leg uit wat met de term 'homeostase' wordt bedoeld in de systeemtheorie en geef een
concreet voorbeeld uit de praktijk.
(Let op: beschrijf zowel het concept als het voorbeeld)
2. Beschrijf het verschil tussen lineair en circulair denken. Waarom is circulair denken
essentieel in het systeemgericht werken?
3. Wat is het doel en de meerwaarde van het maken van een genogram tijdens een
systeemgerichte intake?
4. Stel: een moeder klaagt over de opstandigheid van haar puberzoon. Haar partner bemoeit
zich er nauwelijks mee. Leg uit hoe je vanuit een systeemgericht perspectief naar deze situatie
zou kijken, in plaats van alleen naar het gedrag van de jongen.
Deel 3: Casusbeschrijving
Casus: De familie Jansen
De familie Jansen bestaat uit vader Peter (48), moeder Linda (45), dochter Lisa (16) en zoon Tim
(13). De aanleiding voor aanmelding is de zorg over Lisa. Ze spijbelt steeds vaker, haar cijfers zijn
gedaald en thuis is ze prikkelbaar en trekt zich terug op haar kamer. De ouders maken veel ruzie
over de opvoeding: Peter vindt dat Linda te soft is, Linda vindt dat Peter te autoritair is. Tim
gedraagt zich thuis erg stil en lijkt onzichtbaar.
Vragen bij de casus:
1. Welk systeemisch patroon herken je in deze casus? Licht je antwoord toe door het gedrag
van de verschillende gezinsleden met elkaar in verband te brengen.
, 2. Hoe zou je, als systeemgericht hulpverlener, de 'gepresenteerde problematiek' (spijbelen,
prikkelbaarheid Lisa) en het 'systeemprobleem' van elkaar onderscheiden?
3. Formuleer een circulaire vraag die je aan de ouders zou kunnen stellen om hun onderlinge
interactiepatroon inzichtelijk te maken.
4. Op welke manier zou Tim's 'onzichtbare' gedrag een functie kunnen hebben binnen het
gezinssysteem van de familie Jansen?
Antwoordmodel
Deel 1: Meerkeuzevragen
1. b) Het analyseren en beïnvloeden van interactiepatronen binnen een relatie of gezin.
2. c) "Laten we eens kijken naar de situaties waarin dit probleem voorkomt en wat ieders
aandeel daarin is." (Deze reactie is circulair en niet-veroordelend.)
3. c) De circulaire, wederkerige processen waarin gedrag van de één het gedrag van de
ander beïnvloedt en vice versa.
4. d) Gezinsmythe
5. a) De dubbele binding (double bind)
Deel 2: Open Vragen
1. Homeostase is de neiging van een systeem (bijv. een gezin) om een intern evenwicht te
handhaven. Het systeet werkt verandering tegen om de stabiliteit te bewaren, ook als
die stabiliteit disfunctioneel is.
o Voorbeeld: In een gezin waar de ouders een gespannen relatie hebben, kan een
kind zich gaan misdragen. De aandacht van de ouders verschuift dan naar het
kind, waardoor de spanning tussen de ouders afneemt. Het gedrag van het kind
(het "probleem") handhaaft zo onbedoeld de homeostase van het gezin.
2. Lineair denken is causaal en eenduidig (A veroorzaakt B). Circulair denken ziet gedrag
als wederkerig en onderdeel van een patroon (A beïnvloedt B, wat weer A beïnvloedt,
enz.). Circulair denken is essentieel omdat het de wederzijdse beïnvloeding en de
context van gedrag centraal stelt, in plaats van een zondebok aan te wijzen.