geschreven door:
mashakager
De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
Op Stuvia vind je het grootste aanbod aan samenvattingen en collegeaantekeningen. De
documenten zijn geschreven door jouw medestudenten, specifiek voor jouw opleiding!
www.stuvia.com
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Samenvattingen
HOOFDSTUK 6 – WERKVORMEN EN HULPMIDDELEN
Groeperingsvormen bij leesonderwijs
Individueel lezen: elke leerling leest in zijn eigen tempo.
Vrij lezen: als er op het lesrooster tijd is gereserveerd voor het lezen naar vrije
keuze op eigen tempo.
Duolezen: kinderen lezen in tweetallen om de beurt hardop en moeten elkaar
feedback geven.
Groepslezen: lezen in groepjes van vier of vijf kinderen waarbij de kinderen om
de beurt hardop een tekst lezen. Meestal worden deze groepen homogeen
samengesteld. (allemaal op hetzelfde leesniveau) = niveaulezen
Forumlezen: groepslezen waarbij een groepje kinderen (forum) de tekst heeft
voorbereid. De tekst wordt aan de rest van de klas voorgelezen. De kinderen mogen
vragen stellen over de tekst en het forum beantwoordt ze. Vaak stelt het forum ook
vragen om te controleren of er goed is geluisterd.
Klassikaal lezen: alle kinderen lezen hetzelfde boek of dezelfde tekst. Dit kan
door stillezen of hardop om de beurt.
Oefeningen voor reeksen woorden
Woorden kunnen op vijf verschillende manieren worden gepresenteerd:
1. Reeksen woorden
Oefenwoorden zijn vaak geordend naar bepaalde letterclusters (klop, klei, klip) of morfemen
(droom, droomde, gedroomd). Door herhaling wordt het sneller herkend.
2. Woorden met typografische bijzonderheden
Lastige letters in een woord worden op een speciale manier gemarkeerd. (straat, straf of
strak). Ook kan de onderkant van de woorden weg zijn gelaten. Bij deze oefening worden
kinderen gedwongen op grond van minder visuele informatie een woord te herkennen. Dit
bevordert de leessnelheid.
3. Woorden met lettergreepverdeling
Langere woorden zijn in lettergrepen verdeeld. Zo kunnen kinderen dergelijke woorden sneller
herkennen, omdat ze opgesplitst zijn in kleinere eenheden.
4. Wisselrijtjes
Reeksen woorden die steeds in één letter verschillen. Kan begin-, midden-, of eindletter zijn.
(leeuw – geeuw – meeuw of som – sok – sop)
5. Woordparen
Woorden die veel op elkaar lijken (bomen – bommen), of woorden die qua betekenis veel op
elkaar lijken (slapen – kussen – bed). In het laatste geval kunnen kinderen de woorden sneller
herkennen omdat er sprake is van een zekere context.
Oefeningen voor het lezen van teksten
Gatenteksten
Teksten waarin de onderkant van de regel is weggelaten
Teksten waarin letters zijn vervangen door tekens
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.