Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Gedrag in organisaties met, ISBN: 9789043031110 Gedrag In Organisaties

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
10-02-2021
Geschreven in
2016/2017

Beste student worden? Met deze, eigen gemaakte, samenvatting ben ik de beste student geworden. Ik haalde een 8.2!

Voorbeeld van de inhoud

Tentamen GIO 1.4 15 Juni 2016


Gedrag in organisaties
GIO

Blok 1.4 Thema Literatuur
Week 1 Individueel gedrag H2.3 H3 en H5
Week 2 Motivatie H6 en H7
Week 3 Groepen H9 en H10
Week 4 Leiderschap en macht H12 en H13
Week 5 Cultuur H16 (HRM & H1?)

H2.3 Fysieke en mentale vermogens
Vermogen is het verschil in mensen. Vanuit het managementperspectief wordt de kennis van
vermogens gebruikt om de kans te vergroten dat iemand zijn of haar werk kan en zal doen.

Vermogen = De huidige capaciteit van een individu om de verschillende taken die bij een functie
horen uit te voeren. (algemeen : Intellectuele en lichamelijke vermogens)
Intellectuele vermogens = Zijn vermogens die nodig zijn om verstandelijke activiteiten uit te voeren:
denken, redeneren en problemen oplossen. (waarde aan intelligentie bijv via IQ-test).
 de 7 dimensies : Rekenvaardigheid, Verbaal begrip, Waarnemingssnelheid, Inductief redeneren,
Deductief redeneren, Ruimtelijk inzicht en Geheugen.
Lichamelijke vermogens = Bepaalde taken vragen om specifieke fysieke eigenschappen.

Functiebeperkingen = lichamelijke, zintuigelijke of andere stoornissen die het werken (of studeren)
kunnen belemmeren, zoals:
 Visuele beperkingen (blind, slechtziend)
 Auditieve beperkingen (doof, slechthorend)
 Motorische beperkingen (dwarslaesie, RSI)
 Psychische beperkingen (depressie, angststoornis)
 Bijzondere hersenfunctie (autisme, ADHD, dyslexie)
 Chronische ziekte (astma, diabetes, reuma)
Mensen met een functiebeperking hebben moeite met het vinden van een baan.

H3 Attitude en werktevredenheid
Attitude = Een houding die je hebt tegenover dingen, mensen, bepaald gedrag of gebeurtenissen.
Hieruit blijkt hoe je over iets denkt of hoe je je eronder voelt. Kan positief als negatief zijn. Attitude
bestaat uit drie componenten :
 Cognitieve component Kennis (een oordeel of mening over iets)  gedachte
 Affectieve component Gevoel (negatief, positief, neutraal)  emotie
 Gedragscomponent Manier van gedragen (door gedachte en emotie)

Cognitieve dissonantie = De situatie waarin tegenstrijdigheden kunnen leiden tot aanpassing van het
gedrag/attitudes. Factoren die een rol spelen :
 Het belang van de attitudes die de dissonantie veroorzaken
 De invloed die je over de elementen denkt te hebben
 De beloning van dissonantie

,Tentamen GIO 1.4 15 Juni 2016


Moderatorvariabelen = bepaalde factoren die de relatie tussen attitude en gedrag kunnen versterken
of verzwakken.
 Belang van de attitude
 Mate van specificiteit
 Toegankelijkheid van de attitude
 Aanwezigheid van sociale druk
 Directe ervaring met de attitude

Werk gerelateerde attitudes = Het gaat om de positieve en negatieve oordelen die werknemers
hebben over verschillende aspecten van hun werkomgeving.
Vijf attitudes die voor organisaties van belang zijn:
 Werktevredenheid
Een positief gevoel over het werk op basis van een beoordeling van de kenmerken ervan.
 Werkbetrokkenheid
Iemand die zich met zijn baan of beroep identificeert.
 Organisatiebinding
Iemand die zich met de organisatie identificeert of waar diegene in dienst is.
Affectieve binding = sterkere bijdrage aan wenselijke bedrijfsdoelen dan andere dimensies
van betrokkenheid.
 Waargenomen steun van de organisatie (WSO)
Dit is de mate waarin werknemers denken dat de organisatie hun bijdragen op prijs stelt en
zich bekommert om hun welzijn.
 Bevlogenheid van de werknemer
De energie, de toewijding en het enthousiasme waarmee mensen hun werk uitvoeren.

De twee meest gebruikte methoden om het meten van werktevredenheid zijn:
 Enkelvoudige algemene score (respons van algemene vragen)
 Optelsom aantal werkfacetten (voornaamste elementen van een baan gevraagd)

Theoretisch model – Het exit stem loyaliteit verwaarlozingskader over gedragsalternatieven
ACTIEF
CONSTRUCTIEF Stem verheffen: Exitreactie: DESTRUCTIEF
Lid zijn vd OR Ontslag nemen
Loyaal blijven: Verwaarlozing:
Denken dat het beter Innerlijke emigratie
wordt
PASSIEF

De vijf effecten van werk(on)tevredenheid op specifieke aspecten van werkgedrag :
 Werkprestaties
 Voorbeeldig werkgedrag
 Klanttevredenheid
 Verzuim
 Ongewenst gedrag

Systematische aanpak, instrumenten HRM :
- werktevredenheid (taakontwerp, selectie, begeleiding, beoordeling en beloning)
- betrokkenheid (training & opleiding en taakontwerp)
- organisatiebinding (affectieve binding)
- institutionele kaders

, Tentamen GIO 1.4 15 Juni 2016


H5 Besluitvorming en perceptie
Perceptie = Het proces waarin het individu zijn zintuigelijke indrukken ordent en interpreteert om zin
te geven aan zijn omgeving. Dus je eigen waarnemen door de omgeving.
Factoren van waarneming :
 De waarnemer zelf
 Het waargenomen object
 De waarnemingscontext

Attributietheorie = Stelt dat wanneer we iemands gedrag observeren, we proberen te bepalen of aan
dat gedrag interne of externe oorzaken ten grondslag liggen.
Interne oorzaken = Geacht onder controle van het individu te vallen. (verslapen)
Externe oorzaken = Valt buiten zijn invloedssfeer, het gedrag is door de situatie afgedwongen. Kan er
persoonlijk niets aan doen (file, ongeluk)
Attribueren = Het toeschrijven van oorzaken voor gedrag aan interne en externe factoren.
Interne en externe factoren hangen af van drie factoren :
 Kenmerkendheid (Gebeurt het vaker of is het uitzonderlijk)
 Consensus (Iedereen)
 Consistentie (hetzelfde gedrag steeds weer laten zien)

Fundamentele attributiefout = Onderzoek laat zien dat we bij de beoordeling van anderen de invloed
van externe factoren onderschatten en de invloed van interne factoren overschatten.
Vertekening uit eigenbelang = We schrijven de succes aan onszelf toe.

Beslisregels :
 Selectieve perceptie (kiezen uit basis van interesses, ervaringen, achtergrond en attitudes)
 Halo-effect (op basis van één kenmerk een mening vormen, bijv uiterlijk)
 Contrasteffecten (oordeel wordt beïnvloed door andere mensen)
 Stereotyperen (generaliseren  beoordelen op de groep waarbij diegene hoort)

Besluitvorming = Een reactie op een probleem. Individuen in organisaties nemen beslissingen
wanneer ze moeten kiezen uit twee of meer alternatieven. Beslissingen worden beïnvloed door
perceptie. (rationeel/ethisch/creatief)

Meest voorkomende vertekeningen van de rationaliteit: (perceptuele foutbronnen)
Kunnen de kwaliteit van de besluitvorming ondermijnen.
 Zelfoverschatting (denken meer te weten dan we werkelijk weten)
 Verankering van de eerste indruk (eerste verkregen informatie is uitgangspunt)
 Bevestiging achteraf (keuze informatie die het verleden bevestigt)
 Beschikbaarheid van informatie (je baseert je oordeel op direct beschikbare info)
 Escalerende inzet (feit dat iemand vasthoudt aan een beslissing)
 Ontkenning van toeval (neiging geloven dat de uitkomst had voorspeld)
 Risicovermijding (zekere uitkomst verkiezen boven riskante uitkomst)
 Wijsheid achteraf (na uitkomst gebeurtenis geloven correct voorspeld)

Betrokken partijen = aandeelhouders, medewerkers, klanten, overheid en samenleving.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
2.3,3,5,6,7,9,10,12,13,16
Geüpload op
10 februari 2021
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2016/2017
Type
SAMENVATTING
€3,49
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
angelaheine Leiden University College The Hague
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
20
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
19
Documenten
11
Laatst verkocht
1 jaar geleden

2,5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen