Lezen H4
Een schrijver kan een lezer overtuigen door te laten zien dat tegenargumenten niet kloppen.
Dat heet weerleggen: je maakt een argument of tegenargument minder sterk of ongeldig.
Voorbeeld:
➔ Het is fijn dat de aarde opwarmt, want dan kunnen we in ons eigen land lekker veel
zonnen (argument voor). Maar de kans dat je huidkanker krijgt, wordt daardoor wel
een stuk groter (argument tegen). Als je je echter genoeg insmeert met
zonnebrandolie en niet te lang in de zon blijft, is er niets aan de hand (weerlegging).
➔ Van muziek in de klas wordt vaak gezegd dat het slecht is voor de concentratie. Daar
heb ik echter nog nooit iets van gemerkt.
➔ Een ander veelgehoord argument tegen muziek in de klas is dat leerlingen er slechter
door zouden gaan presteren. Maar ook daar blijkt niets van waar te zijn.
Pleonasme & tautologie
Pleonasme
Bij een pleonasme gebruik je een woord dat eigenlijk overbodig is, omdat de eigenschap al
in het andere woord zit. Je benadrukt iets dat vanzelf al zo is.
Voorbeeld:
➔ Een ronde cirkel →een cirkel is altijd rond.
➔ Opnieuw herbouwen → ‘herbouwen’ betekent al ‘opnieuw bouwen’.
Tautologie
Een tautologie ontstaat wanneer je twee woorden gebruikt die dezelfde betekenis hebben.
Soms gebeurt dit expres als stijlfiguur om iets extra te benadrukken, zoals in: enkel en
alleen, nooit ofte nimmer, schots en scheef. Als het onbedoeld gebeurt, is het een stijlfout.
Voorbeeld:
➔ ‘De rechtstreekse uitzending toonde live-beelden van de wedstrijd’
➔ ‘Natuurlijk hebben wij daar vanzelfsprekend van genoten’.
Beknopte bijzin
Een beknopte bijzin is een bijzin zonder onderwerp. Daarnaast staan er geen persoonsvorm
in, maar een deelwoord of een te + infinitief.
Voorbeeld:
➔ Breed grijnzend vertelde hij over zijn overwinning.
➔ We hebben geleerd netjes met mes en vork te eten.
Hoe herken je een beknopte bijzin?
In plaats van de persoonsvorm (pv) bevat de beknopte bijzin (bekn.bz) één van deze
vormen:
Voltooid deelwoord
➔ [Bekn.bz Op het station aangekomen], kocht Ole eerst een lekker warm
saucijzenbroodje.
➔ (Toen hij op het station aangekomen was, …)