5 sep 2025
Waarom is er een jaarrekening? om de stakeholders te informeren over
de prestaties van het bedrijf van het afgelopen jaar
- Stakeholders: aandeelhouders, obligatiehouders, bank, schuldeisers,
etc.
Onderdelen van de jaarrekening:
- Hoofdoverzichten; balans & winst- en verliesrekening
- Toelichtingen:
o Vergelijkende cijfers
o Kasstroomoverzicht
o Grondslagen
o Toelichting per post
o Specifieke onderdelen toelichting
- Overige gegevens
Reserves
= een deel van het eigen vermogen van een onderneming dat niet direct
is uitgekeerd aan de aandeelhouders, maar in het bedrijf blijft om
financiële zekerheid te bieden of toekomstige investeringen te financieren.
Verschillende soorten reserves:
- Vrije reserve: kunnen vrij worden besteed of uitgekeerd, zolang dit
financieel verantwoord is. Dit is een beslissing van aandeelhouders/
bestuur.
o Voorbeelden: agioreserve, winstreserve, algemeen reserve
- Wettelijke reserve: niet vrij uitkeerbaar, wettelijk verplicht.
Bedoeld om te voorkomen dat een onderneming te weinig eigen
vermogen overhoudt (kapitaalbescherming).
o Voorbeelden: herwaarderingsreserve, deelnemingsreserve,
reserve ingekochte aandelen
- Statutaire reserve: niet vrij uitkeerbaar, bepaald door statuten.
Bedoeld voor de onderneming zelf ingesteld doel, bijv. sparen voor
investeringen of buffer vormen.
o Voorbeelden: reserve onderhoud, reserve investeringen
Waardebegrippen:
- Kostprijs: wat het goed oorspronkelijk heeft gekost (aanschafprijs
+ bijkomende kosten).
- Reële waarde (fair value): de marktwaarde, wat het nu waard is op
de markt (wat je ervoor zou krijgen of betalen).
- Actuele waarde: waarde van de huidige economische realiteit
(zoals vervangingswaarde of opbrengstwaarde).
- Boekwaarde: de waarde die in de boekhouding staat (kostprijs –
afschrijvingen).
Een bijzondere waardevermindering (impairment) is een structurele
(lange termijn) daling in de waarde van een actief. Boekwaarde >
realiseerbare waarde. Dit verlies boek je in de winst- en verlies rekening.
,Vreemd vermogen
= een verplichting om in de toekomst economische voordelen (geld) te
laten uitstromen. Je neemt vreemd vermogen op wanneer de verplichting
ontstaat, dus zodra je de schuld aangaat of de prestatie hebt ontvangen
waarvoor je moet betalen.
Criteria voor opname van een post van het vreemd vermogen (RJ
115.105)
- Er is een juridische of feitelijke verplichting (geen keuze)
- Toekomstige uitstroom van geld of middelen is waarschijnlijk
- Bedrag kan betrouwbaar worden bepaald
- Opnemen zodra de verplichting is ontstaan
Waarderingsgrondslagen:
- Vreemd vermogen: geamortiseerde kostprijs (amortized cost)
o Je waardeert de lening tegen de ontvangen hoofdsom minus
aflossingen + opgelopen rente.
o Eventuele kosten of premies bij het aangaan van de lening
worden geleidelijk (geamortiseerd) verwerkt over de looptijd.
- Eigen vermogen: er bestaat geen vaste waarderingsgrondslag
o Eigen vermogen is residueel → het verschil tussen bezittingen
(activa) en schulden (vreemd vermogen). Het wordt dus niet
apart gewaardeerd, maar afgeleid uit de balans.
Vaste activa = bezittingen die langer dan 1 jaar in het bedrijf blijven en
bijdragen aan de bedrijfsvoering op de lange termijn
- Gebouwen, machines, bedrijfsauto’s, computers, goodwill
Vlottende activa = bezittingen die binnen 1 jaar worden omgezet in
geld of opgebruikt.
- Voorraden, debiteuren, liquide middelen (kas/bank)
Waarom is het belangrijk om onderscheid te maken?
- Liquiditeit: inzicht in korte termijn betalingsvermogen
o Vaste activa zijn niet snel om te zetten in geld, dus minder
relevant voor directe betalingscapaciteit. Het onderscheid
helpt beoordelen of een bedrijf op korte termijn aan zijn
verplichtingen kan voldoen.
- Financiering: controle of activa met passende middelen zijn
gefinancierd
o Vaste activa worden idealiter gefinancierd met lang vreemd
vermogen of eigen vermogen (langdurige middelen).
Vlottende activa kunnen worden gefinancierd met kort vreemd
vermogen. Door het onderscheid kun je beoordelen of de
financieringsstructuur gezond is.
- Winstbepaling: bepaalt of iets wordt afgeschreven of in één keer
verbruikt
o Vaste activa verliezen waarde geleidelijk (via afschrijving) →
beïnvloedt de winst over meerdere jaren. Vlottende activa
, worden volledig in één jaar verbruikt of omgezet, dus direct
invloed op de winst.
- Wettelijke eis: verplicht onderscheid in de balans (meer
transparantie)
- Bedrijfsanalyse: beoordeling van bedrijfsstructuur en bijbehorende
risico’s
o Veel vaste activa → kapitaalintensief bedrijf (zoals fabrieken,
transportbedrijven).
o Veel vlottende activa → handelsbedrijf of dienstverlener met
kortlopende middelen.
Rentesoorten:
- Couponrente = de vaste rente die de uitgever van een obligatie
periodiek betaalt aan de belegger.
- Marktrente = de actuele rente op de kapitaalmarkt (wat beleggers
op dat moment eisen).
Als couponrente < marktrente, is de obligatie minder waard (want je krijgt
minder rente dan de markt nu biedt).
Soorten kasstromen:
- Operationele kasstroom: geldstromen uit de normale
bedrijfsvoering. Laat zien of het bedrijf winstgevend is in cash-
termen.
o Ontvangen van klanten, betalen van leveranciers, salarissen,
belastingen
- Investeringskasstroom: geldstromen door aanschaf/verkoop van
vaste activa. Laat zien hoe het bedrijf investeert in groei.
o Aankoop machines, verkoop gebouwen, investeringen in
deelnemingen
- Financieringskasstroom: geldstromen rond leningen en eigen
vermogen. Laat zien hoe het bedrijf gefinancierd is.
o Aflossingen, nieuwe leningen, dividend, aandelenuitgifte
Toelichting en overige gegevens
- Verbonden partijen (RJ 330)
- Winst per aandeel
- Beëindiging van bedrijfsactiviteiten
- Gesegmenteerde informatie (RJ 350)
- Vermelding accountantskosten
- Niet in de balans opgenomen regelingen (RJ 252)
- Toelichtingen van oordelen, schattingen en onzekerheden
- Kerncijfers, Kengetallen en kleine rechtspersonen
Verbonden partijen
= personen of ondernemingen die nauw verbonden zijn met het bedrijf, en
waarbij invloed, zeggenschap of belangenverstrengeling kan spelen (niet
onafhankelijk).
- Besturen en commissarissen
- Aandeelhouders met een groot (aanmerkelijk) belang
, - Geassocieerde deelnemingen (binnen dezelfde groep met
zeggenschap of invloed)
Als je trouwt en je partner is een verbonden partij van een bedrijf, dan
word jij ook een verbonden partij.
Waarom belangrijk? transacties met verbonden partijen vinden niet
altijd op zakelijke voorwaarden plaats (at arms length). Daarom moeten
zulke relaties en transacties worden toegelicht in de jaarrekening, zodat
gebruikers weten of er belangenverstrengeling kan zijn.
- Grote ondernemingen zijn verplicht om alle transacties met
verbonden partijen volledig toe te lichten
- Kleine en middelgrote ondernemingen krijgen vrijstelling: zij hoeven
zulke toelichtingen alleen te geven als het wezenlijk is of nodig voor
een getrouw beeld
Gesegmenteerde informatie
= een onderneming deelt haar cijfers op in onderdelen (segmenten) zodat
gebruikers van de jaarrekening beter kunnen zien waar de winst en
risico’s vandaan komen.
- De indeling in segmenten (bijv. divisies, regio’s, productgroepen)
gebeurt zoals het management zelf rapporteert aan de directie of
Raad van Bestuur (management perspectief).
- Niet elk onderdeel van het bedrijf hoeft apart gerapporteerd te
worden, alleen de materieel belangrijke segmenten.
o Kwantitatieve criteria (RJ 350.308):
10%-criterium: ≥10% van omzet, winst/ verlies of
activa apart segment
75%-criterium: de gerapporteerde segmenten samen
moeten ≥75% van de totale externe omzet van de
onderneming dekken
o Kwalitatieve criteria: als een segment strategisch belangrijk is
(zelfs al <10%), kan het toch apart worden getoond
- De verplichting om gesegmenteerde informatie te publiceren geldt
alleen voor grote ondernemingen (RJ 350.204)
p. 736 – zorg even dat je dat schema een keer hebt doorgenomen
Wettelijk en institutionele kader van verslaggeving in Nederland
1. Wet- en regelgeving Nederland
2. IFRS
3. EU
4. Totstandkoming en openbaarmaking
5. Vrijstellingen
Wet- en regelgeving Nederland
Toepassingsgebied BW 2 Titel 9
Nederlandse rechtspersonen
- Naamloze vennootschap
- Besloten vennootschap