themas op Brightspace. Tijdens het mondeling komen deze aan bod.
In de samenvatting staan ook prevalentie cijfers, voor zover ik weet
(en tijdens mijn mondeling) wordt hier niet naar gevraagd. Dus je
kan alle cijfers in het document als facultatief beschouwen.
In mijn tentamen waren er vragen over het model van Masters &
Johnson, het huidige perspectief. Dus ook wat er gebeurt tijdens de
fases. Vragen over hechtingstijlen en hoe deze tot uiting komen.
Enkele vragen over seksuele disfunctie bij mannen en vrouwen (leer
ze dus allemaal) en hoe deze te behandelen. Er was ook een vraag
over een specifieke parafilie. Een vraag over hoe iemand die te
maken heeft gehad met seksueel geweld wordt opgevangen. Vragen
over de Intervention Mapping en Lang Leve de Liefde (doe dus de
GGZ stage, of neem deze op voorhand in elk geval door). In totaal
worden er 10 vragen gesteld.
1.1 Het Individu: Kernbegrippen en Processen
Erotische Zones en Psychische Connectie
De delen van het lichaam die het sterkst gerelateerd zijn aan psychische
fenomenen zijn de Clitoris (vrouw) en de Glans (man). Deze gebieden, en
ook andere erotische gebieden zoals het perineum, zijn goed voorzien van
uiterst gevoelige zenuwuiteinden. Stimulatie leidt tot seksuele
opwinding en orgasme. Door de sterke verbinding met hoger gelegen
delen van het Centrale Zenuwstelsel (CZS) ontstaat een verhoogde
cognitieve gewaarwording van de seksuele handelingen.
De Seksuele Respons Cyclus (SRC)
De SRC is een centraal model in de seksuologie.
1. Masters en Johnson (M&J): Het oorspronkelijke model was primair
fysiologisch en bestond uit Opwinding, Plateau, Orgasme en
Resolutie.
2. Kaplan (Revisie): Voegde de fase Verlangen toe en voegde
Opwinding en Plateau samen.
3. Huidig Perspectief: Het onderscheid tussen Opwinding en Plateau is
moeilijk te maken en is vooral kwantitatief (processen nemen toe).
Opwinding en Verlangen worden in recente opvattingen als
overlappend gezien.
Verlangen (Het Psychische Correlaat)
,Verlangen is een psychisch fenomeen dat nauwelijks gepaard gaat met
duidelijke fysiologische veranderingen.
Ontstaan: Verlangen wordt begrepen vanuit de Incentive-
Motivatietheorie en ontstaat door de aantrekkelijkheid van mogelijke
beloningen en de daarmee gepaard gaande emoties.
Activatie: Het vereist een voldoende gevoelig seksueel systeem
(beïnvloed door biologische factoren zoals testosteron) dat door
interne of externe stimuli geactiveerd wordt.
Plaats: Verlangen is het gevoel van lust en zin dat de fysiologische
opwinding begeleidt. Het treedt op wanneer hoger gelegen delen
van het CZS zich mengen in de fase van seksuele opwinding.
Fysiologische en Autonome Veranderingen (Opwinding en Orgasme)
De seksuele respons wordt gereguleerd door afferente (naar het CZS) en
efferente (vanuit het CZS) zenuwbanen.
Algemene Fysiologische
Fase Zenuwstelsel & Functie
Veranderingen
Ademhaling, bloeddruk en
Parasympathisch zenuwstelsel
hartslag nemen aanzienlijk
(via Efferente banen) is
toe. Seksblos treedt op. Bij de
hoofdzakelijk verantwoordelijk
vrouw: zwelling van borsten,
Opwindin voor erectie en lubricatie.
tepelerectie, vagina opent,
g (en Afferente banen (vanuit
binnenlippen zwellen. Bij de
Plateau) genitaliën) verzenden prikkels die
man: snelle erectie (penis
via het parasympathisch systeem
neemt toe in omvang), testes
de opwinding verhogen tot een
worden opgetrokken en
drempelwaarde.
zwellen.
Bij het bereiken van de
drempelwaarde activeert het
Hartslag, bloeddruk,
Sympathisch zenuwstelsel
ademhaling en seksblos
(Efferente banen). Dit zet bij de
bereiken hun hoogtepunt.
man de emissie van sperma in
Er treden hevige
werking (via contracties van
onwillekeurige
ampul, prostaat, zaadblazen).
Orgasme spiercontracties op, met
Vervolgens leidt Efferente
name in de anus, vagina en
prikkeling van het Somatisch
baarmoeder (vrouw). Dit zijn
zenuwstelsel tot spiercontracties
duidelijke interne
van de buikwand en
processen, in tegenstelling
bekkenbodem, wat samengaat
tot de eerdere fasen.
met de subjectieve beleving van
het orgasme en ejaculatie.
Resolutie Snelle omkering van de Bij mannen volgt een refractaire
, periode (ongevoeligheid voor
meeste fysiologische stimulatie), wat bij vrouwen niet
(Herstel) veranderingen (bloeddruk, het geval is, waardoor zij
hartslag, doorbloeding). herhaalde orgasmes kunnen
ervaren.
1.2 Ontwikkeling: Levensloopperspectief en Fysiologie
Contextinvloeden volgens Baltes (Levensloopperspectief)
De contextinvloeden die de ontwikkeling bepalen, worden gecategoriseerd in
drie typen:
1. Normatieve leeftijdsgebonden invloeden: Ontwikkelingen die elk
gezond individu doormaakt (bijv. lichamelijke veranderingen).
o Voorbeeld: De start van androgeenaanmaak door de
bijnierschors rond 10 jaar, wat opwinding mogelijk maakt en
masturbatie tot een seksuele handeling maakt.
2. Normatieve geschiedenisgebonden invloeden: Historische
invloeden die gelden voor een cohort of generatie.
o Voorbeeld: De Seksuele Revolutie (jaren '60/'70), die seksueel
gedrag sociaal geaccepteerder maakte, waardoor jongere
generaties eerder beginnen met exploratie.
3. Niet-normatieve invloeden: Belangrijke gebeurtenissen die van
individu tot individu verschillen.
o Voorbeeld: Het al dan niet hebben van een oudere broer of
vriendjes, wat de leeftijd van de eerste masturbatie beïnvloedt.
Seksedifferentiatie (Vroege Ontwikkeling)
De seksuele ontwikkeling begint al bij de conceptie met seksedifferentiatie,
die uitsluitend een normatieve leeftijdsgebonden invloed is.
Vrouwelijk Pad (XX): De geslachtsklieren worden eierstokken en
produceren geen geslachtshormonen tijdens de vorming van de
foetus, waardoor genitaliën en hersenen automatisch vrouwelijk
differentiëren. Dit is het oorspronkelijke ontwikkelingspad.
Mannelijk Pad (XY): De geslachtsklieren ontwikkelen zich tot
testikels. Deze produceren twee hormonen:
1. Anti-Müller-hormoon: Blokkeert de ontwikkeling van de buis
van Müller.
2. Testosteron: Zorgt voor mannelijke differentiatie van zowel de
genitaliën als de hersenen.
, Let op: De differentiatie van de genitaliën vindt veel eerder plaats dan
die van de hersenen (via twee testosteronpieken), waardoor deze
deels onafhankelijk zijn. Dit kan leiden tot individuen die lichamelijk
mannelijk zijn, maar zich vrouw voelen, en vice versa.
De Puberteitsmotor en Secundaire Kenmerken
De puberteit wordt ingezet rond twaalfjarige leeftijd:
1. Puberteitsmotor: Een gebied in de hypothalamus start de aanmaak
van Gonadotrophin Releasing Hormone (GnRH).
2. Hormonale Cascade: GnRH stimuleert de hypofyse tot de aanmaak
van LH en FSH. Deze gonadotrofinen zetten op hun beurt de
geslachtsklieren aan tot productie van geslachtshormonen.
3. Gevolgen (Hormonen en Kenmerken):
o Vrouw: Eierstokken produceren oestrogeen, progestageen en
androgeen. Dit leidt tot borstgroei, schaamhaar, onderhuids vet
rond heupen en de start van de menstruatie.
o Man: Testikels produceren testosteron. Dit leidt tot toename in
omvang van testikels en penis, schaamhaar, stemdaling,
ejaculaties, en baardgroei.
Seksuele Ontwikkeling tijdens de Adolescentie (Jongens vs. Meisjes)
Vanaf het twaalfde levensjaar ontwikkelen pubers seksuele interesse.
Start Ontwikkeling (12-14
Geslacht Belangrijke Verschillen
jaar)
Ze kennen eerder gevoelens
Vaak verliefd geweest, van seksuele opwinding en
Jongens verkering en masturbatie beginnen eerder met
(meerderheid). masturberen. Blijven langer op
zichzelf gericht.
Ze ervaren opwinding later,
Vaak verliefd geweest en maar lijken sneller een
verkering. Gevoelens van volledige seksuele
Meisjes
opwinding beginnen bij de ontwikkeling door te maken,
meerderheid later (15-17 jaar). waarbij ze zich op seksuele
relaties met anderen richten.
Verdere Meerderheid heeft ervaring met
Mijpalen geslachtsgemeenschap en orale
(18-20 seks (geldt voor beide
jaar) geslachten).